Niek Bremen – Wat ons raakt

Meer dan een oorlogsverhaal

Recensie door Daan Lameijer

Het achterhuis is het best verkochte Nederlandstalige boek aller tijden. Hoewel de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog bekend zijn, geeft de Holocaust nog altijd stof tot nadenken. In de verhalenbundel Wat ons raakt vertelt Niek Bremen het verhaal van een Sittardse Jodin. Waar Anne Frank in ’s lands beroemdste oorlogsdagboek de verteller is, kruipt Bremen in de huid van ik-figuur Dini Wolff. Een zware klus, waar stilistische uitglijders dreigen. Want hoe drukt een adolescent uit de jaren ’40 zich precies uit? Gelukkig krijgt de lezer niet eenmaal het idee dat hier eigenlijk Bremen spreekt, op een paar uitstekend getimede Bijbelse toespelingen na. Bovendien wil Wat ons raakt  niet alleen de open deur intrappen ‘dat de oorlog zo heftig was’. De vraag is namelijk niet of we dat wel weten, maar wie er destijds voor kozen zo weinig mogelijk te weten. 

Naast, of feitelijk via de lotgevallen van Dini Wolff introduceert Bremen enkele dieptepunten van menselijke waardigheid. Oftewel: hoe klein kan een mens zijn? In tien andere kronieken portretteert de bundel even interessante als alledaagse personages die in Mijn kleine oorlog van Louis Paul Boon hadden kunnen figureren. De een is alcoholist, ‘studeert’ filosofie op kosten van zijn succesvolle zus en vergooit zijn carrière in de Limburgse mijnen; de ander koopt een schilderij van drieduizend euro om een boorgat in zijn muur te bedekken en maakt zich belachelijk tussen een stel Utrechtse snobisten; de grootste schlemiel is de vadsige zoon van een NSB’er, die geen meisje kan krijgen: ‘Jij bent een moffenjong. (…) Ze hadden jullie allemaal op moeten hangen.’

De vloek

Tijdens zijn werk als stadsgids in Sittard stuitte Bremen op Dini Wolffs gedenkteken, een gouden Stolperstein. Zoals Willem Wilmink zijn legendarische Ben Ali Libi wijdde aan Michel Velleman, de vermoorde goochelaar, zo reconstrueert Bremen Dini’s leven in een eervol saluut. Haar overdenkingen springen van een bijtende ironie naar koelbloedig realisme, waar de wanhoop met flitsen doorheen schiet. Max Wolff, haar vader, is voor de invasie veekoopman en kan dan nog niet bevroeden dat zijn familie als vee naar Polen zal worden gedeporteerd: ‘Er waren zoveel mensen in gepropt dat bijna iedereen moest staan. Verschillende mensen hadden een pan bij zich, waaruit water werd gedronken. Die pan werd ook voor andere dingen gebruikt.’ Op de vlucht bij familie Fleischeuer in Oirsbeek geeft Dini de uniciteit van het Joodse volk een grimmige lading: ‘Ik voel me vreemd en uitverkoren.’ Verkozen door God of Göring, dat blijft ongewis: ‘Toen ik geboren werd, was ik zeker al schuldig.’

Aanvankelijk wordt slechts mondjesmaat gezinspeeld op de Nederlandse nalatigheid bij de razzia’s. Des te confronterender is de vraag die in Het Achterhuis achterwege blijft: ‘‘‘Waarom laat iedereen toe dat wij gedeporteerd worden?’’ –‘‘Mensen proberen te overleven door niet op te vallen, Dini. Zou jij je leven voor een ander riskeren?’’ ‘‘Wij zijn toch ook Nederlanders?’’ hield ik vol. ‘‘Joodse Nederlanders (…), en dat is toch een verschil. Onze regering in ballingschap stelt zich laks op.’’’ Daarmee moet de joodse bevolking het doen. Als een door God verlaten martelaar ondergaat ze de haat van nazi-Duitsland. In Auschwitz wordt het lot van voorvader Simson andermaal voltrokken bij Dini: ‘Hij pakte een tondeuse en maaide een baan dwars over mijn hoofd. Een koudegolf trok door mijn hals toen het kille ijzer over mijn slapen schuurde. (…) In het gebarsten glas zag ik mijn hoofd terug, zo wit als van een dode.’ Deze keer schiet God niet te hulp voor een laatste krachtsinspanning.

Niet de hemel- maar de grondbestormer

De ultieme verpersoonlijking van onbeduidende mensen moet Calimero zijn. ‘Ik is klein en zij zijn groot.’ In het verhaal ‘Herinnering’ volgen we Philip: uitvreter, flets dichtertje, maar allerminst een titaan. Eerder een grondbestormer. Na zijn HBS-diploma te hebben behaald gaat hij niet in de Limburgse mijnen werken, zoals vader wil, maar op kosten van zus Anne in Nijmegen studeren. Zijn alcoholinname stijgt, zijn toch al lage zelfbeeld verschrompelt: ‘Ik verliet de kamer alleen om drank en eten te kopen van het geld dat Anne stuurde.’ Laat Anne nu net degene zijn die hem weer uit zijn misère sleurt; hij wordt mijnwerker voor negenhonderd gulden per maand. Philip is niet de enige slapjanus. Ook Zuid-Limburgers, door de diknekken boven de rivieren geregeld ‘calimero’s’ genoemd, wordt een spiegel voorgehouden: ‘Zijn we te bescheiden? Durven we niet met de vuist op tafel te slaan? (…), zodra ze merken dat hun baas een Hollander is, spreken ze met de dolste keelverdraaiingen.’

In zijn voorwoord merkt Bremen op dat hij de mens op zijn kwetsbaarste momenten wil vatten. Die belofte overtreft hij: de mens zinkt diep, heel diep weg in lelijkheid. Of het nu gaat om een Maastrichtenaar die al of niet zijn vriendin van de trap af duwt, een eigenheimer die vriendschap wil kopen of een kustbewoner die als zoon van een NSB’er iedereen kwetst: het bestaan trekt alle façades van wellevendheid weg, zeker zodra er alcohol in het spel is: ‘Naast haar stond een meisje met kort zwart haar en zo plat als een dubbeltje. Het was zo’n meisje dat overal commentaar op heeft, omdat mannen haar niet aantrekkelijk vinden,’ aldus een seksueel gefrustreerde Karel. De mooiste metafoor die de kleinheid illustreert, is de beschrijving van het aftandse complex waar Marie Claire woont, de door Karel begeerde dame: ‘Een rotte kies in de straat.’ Tegenover al die verrotting is een fris briesje meer dan welkom. Ook dat biedt Wat ons raakt.

De Stolperstein van Bremen

In oorlogsverhalen is goedkoop sentiment misschien wel de grootste afknapper. Films met aanzwellende vioolmuziek, kolderiek camping-Duits en theatraal met het hoofd schuddende verzetsstrijders overspoelen de bioscopen. Wat ons raakt weerstaat die verleiding: Bremen raakt ons ontegenzeggelijk, maar richt zijn pijlen niet op de onderbuik. Liever schotelt hij ons een wonderlijke combinatie voor van gitzwarte nationale historie, niet waargemaakte dromen en een lachwekkende nietszeggendheid. Over dit laatste zei Hendrik Marsman niet voor niets dat de waarachtige kunstenaar juist in het zeer alledaagse het bijzondere ontdekken kan. 

Zelfs de sluiting van de plaatselijke Aldi weet Bremen te verdichten tot een lezenswaardige gebeurtenis, zij het met een onmetelijke lulligheid: ‘De medewerkers van de Aldi zijn breed inzetbaar. Als de caissière niet hoeft af te rekenen, vult ze de voorraad aan of eet een boterham. Het maakt haar niet uit wat ze doet, als het maar zes uur wordt.’ Op zijn vraag waarom de buurtsuper sluit, klinkt het verslagen: ‘‘‘Ons wordt niets gevraagd’’, (…) en ze verwijderde een fles azijn die tussen de sportsokken lag.’ Wat ons raakt is geen fles azijn tussen de sportsokken. Het is een prachtige Stolperstein tussen de soms logge bakstenen van bestsellers.

 

 

Omslag Wat ons raakt - Niek Bremen
Wat ons raakt
Niek Bremen
Verschenen bij: In de Knipscheer (2021)
ISBN: 9789493214538
246 pagina's
Prijs: € 19,50

Meer van Daan Lameijer:

Serieus?

Over 'Echt gebeurd is geen excuus' van Heinrich von Kleist

Recent

4 juli 2022

Wie is de vrouw op de foto?

Over 'Branco & Julia' van Gert-Jan van den Bemd
30 juni 2022

Getuige van toewijding als vertaler en als dichter

Over 'Dijende gronden' van Anjet Daanje
27 juni 2022

Uit het script geschrapt

Over 'Bijrollen' van Ninni Holmqvist
24 juni 2022

Ode aan een daadkrachtige vrouw

Over 'Annette, een heldinnenepos' van Anne Weber
23 juni 2022

Nostalgie als inspirator voor nationalisme

Over 'Schuilplaats voor andere tijden' van Georgi Gospodinov

Verwant

Schuld en boete

Over 'Geen weg terug' van Iraida van Dijk-Ooft