Nachoem M. Wijnberg – Joodse gedichten

Een rijke bundel over de Joodse cultuur

Recensie door Albert Hogeweij

Joodse gedichten is simpelweg de titel van de twintigste poëziebundel van Nachoem M. Wijnberg (1961). Bestreek de vorige bundel van de P.C. Hooft-laureaat, Afscheidswedstrijd uit 2018, het terrein van de voetbalsport, ditmaal heeft de dichter zijn speelveld verruimd tot de rijke geschiedenis van de Joodse cultuur. Onder veel meer biedt deze cultuur  met haar ballingschap, diaspora, het wachten op de echte Messias in plaats van een valse, anti-semitisme, (anti)zionisme, hoe Joden elkaar en anderen zien, hoe anderen Joden zien, een bont en uitdagend palet. Niet het minst voor Wijnberg die inmiddels heeft aangetoond dat alles voor hem aanleiding kan zijn er zijn gedachten in gedichtvorm over uit te spreiden. Deze rijke bundel met 69 gedichten, illustreert dat opnieuw. 

De bundel wekt niet de indruk het product te zijn van iemand die met zijn Joodse identiteit worstelt noch ermee te koop loopt. Integendeel, Wijnberg spreekt de hoop uit dat hij ‘vreemdeling zal blijven in het midden van [zijn] eigen vreemdheid.’ Die bekentenis maakt het minder vreemd dat de Holocaust er geen vooraanstaande plaats inneemt. Hoewel er gestrooid wordt met referenties aan prominenten uit de Joodse cultuur als Abraham, Mozes, Maimonides, Nachmanides, Einstein, Celan, Seinfeld tot en met Judith Herzberg, valt deze poëzie prima zonder achtergrondkennis van de Joodse cultuur te lezen. Deze bundel  is op z’n plaats in het oeuvre van Nachoem M. Wijnberg met als vanouds af en toe een gedicht met een titel waarbij op het aantal woorden niet is gespaard:

DE SABBAT VAN TROOST DIE VOLGT OP DE VERWOESTING VAN DE TEMPEL, DE PLAATS WAAROVER IK KON ZEGGEN: ALS JE NAAR MIJ WIL ZOEKEN, AAN HET BEGIN VAN DE AVOND, BEN IK IN DIE PLAATS DIE MAKKELIJK TE VINDEN IS

‘Als er iets is wat ik elke dag moet doen
 is er een dag van de week dat ik niet hoef.

 Dat is alles wat de sabbat betekent
 en dat mag ik ook op de sabbat bedenken.

 De sabbat kan ik elke dag uitroepen,
 zo zijn ook hemel en aarde gemaakt.

 Alsof ik elke dag iets nieuws moet maken
 en op de sabbat maak ik wat er al was.’

Raadselachtige eenvoud

Wijnberg is een dichter die het ingewikkelde terugbrengt tot een raadselachtige eenvoud. Met een simpele zin weet Wijnberg de humanistische inslag van de orthodoxe Yeshayahu Leibowitz te schetsen. Hij laat hem zeggen, ‘dat de wet zo vrijgevig is een Jood toe te staan zich aan de wet te houden’. Voor wie de Joodse cultuur niet erg vertrouwd is, loopt in deze Joodse gedichten toch tegen een vertrouwde Wijnberg aan. Om onder het fijne weefsel van Wijnbergs gedachtensluier de schoonheid van poëzie te ontdekken hoeft men niet dieper te graven dan in vorige bundels. De zinnen blijven met hun alledaagse woorden en parlando genoeg aan de oppervlakte om er een diepere laag onder te vermoeden. ‘De Messias komt / als iedereen enkel nog boeken schrijft / alsof ze door een ander geschreven zijn.’ Of: ‘Beter dan eten / is kijken naar kookwedstrijden op tv / en het begin gemist hebben en het einde / overslaan.’ 

De kracht van Wijnberg is dat zijn manier van denken, met schijnbewegingen en uitweidingen per bundel niet zo verschilt. Waar de onderwerpen dat wel doen, blijft een nieuwe Wijnberg toch altijd weer verrassen. Waar een dichter als Kouwenaar de pijl in de roos van een perfecte gedicht tracht te splijten door nog eens zo’n pijl af te schieten, biedt Wijnberg meer variatie.

Uitwerken van gedachten

In interviews heeft Wijnberg geregeld benadrukt dat gedichten schrijven voor hem een manier van het uitwerken van zijn gedachten is. Het zal duidelijk zijn dat hij met het onderwerp Joodse cultuur alle kanten op kon. Met de wetteksten, de bijhorende commentaren en uitweidende verhalen, gelardeerd met discussies tussen rabbijnenscholen. Daarbij wordt van de ene stelling op de andere tegenstelling gesprongen en moet de Talmoed voor Wijnberg een zeer rijke, inspirerende bron voor zijn denken, en dus zijn gedichten zijn geweest. Maar meer dan in de Joodse identiteit lijkt Wijnberg thuis te zijn in zijn gedichten. Hij heeft in zijn gedichten een scherp oog voor de benarde positie van het Joodse volk. Door zijn lange geschiedenis heen ziet hij dat ‘enkel de Joden op het land overblijven, / waar ze als vissen zijn.’ Het kwetsbare is bij Wijnberg in veilige handen, zoals blijkt uit de prachtige zin: ‘dat een Jood niet gevraagd kan worden op te geven / waar er maar één van is.’

Aan het slot van deze bundel, waarin men aan de hand van de dichter een eind heeft opgelopen met werkelijke en mythologische vertegenwoordigers uit de Joodse cultuur, kan men zich wellicht goed vinden in de allerlaatste woorden: ‘vreemdheid heeft in mij bezit genomen, / ik heb vreemde gedachten, / de enige die ik nog heb.’

 

 

Omslag Joodse gedichten - Nachoem M. Wijnberg
Joodse gedichten
Nachoem M. Wijnberg
Verschenen bij: Uitgeverij Pluim
ISBN: 9789083054230
88 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van Albert Hogeweij:

Verwant