Mustafa Khalifa – De schelp

Marquis d’Assad

Recensie door Daan Lameijer

Een gevangenisbewaker vertrapt een veldmuis tot roze drab, waarna een willekeurige gedetineerde het kadaver moet doorslikken. Weigert deze, dan krijgt hij elektroshocks en duizend zweepslagen. Zo wordt het verzet van een onschuldig mens gebroken. Mustafa Khalifa, schrijver van de autobiografische roman De schelp, brengt de lezer aan het kokhalzen met de waarheid. De wreedheid van het Syrische gevangenispersoneel is zo grenzeloos, dat taal eigenlijk tekortschiet om haar te benaderen. Uit de ondertitel – Memoires van een gevangene – blijkt dat Khalifa niettemin de ware aard van de Syrische dictatuur probeert te tonen. Van 1982 tot 1994 heeft hij zonder eerlijk proces vastgezeten in o.a. het beruchtste huis van bewaring: de Woestijngevangenis.

De verteller, net als Khalifa filmmaker, gebruikt zijn beroep om de gruwelen te doorstaan: ‘Mijn professionele en artistieke intuïtie had zich verstopt in een verre hoek en keek toe, zonder zich ergens mee te bemoeien. Die (…) bleef altijd alert en neutraal, observerend en registrerend, hoe groot mijn psychische en lichamelijke nood ook was.’

Dit even geweldige als onverteerbare debuut is de vrucht van diezelfde artistieke intuïtie. Fijnzinnig en accuraat beschrijft Khalifa wat de inperking van meningsvrijheid wérkelijk betekent. Het personage Nasiem, de vertellers boezemvriend in de gevangenis, verleent De schelp zelfs kenmerken van een 21ste-eeuws passieverhaal. Het is een eerbetoon aan wie geleden hébben en nog altijd lijden. Niet onder Pontius Pilatus, maar onder Bashar al-Assad. Zo anoniem als de verteller blijft – nérgens valt expliciet zijn naam – zo kleurrijk karakteriseert hij zijn medegevangenen. Hun levens zijn niet weggevaagd, zoals de tiran wilde, maar vereeuwigd.

Gekneveld, gegeseld en begraven

Lang blijft onduidelijk waarom de verteller bij het vliegveld van Damascus wordt opgepakt. Hij is geen terrorist en geen Moslimbroeder (gezworen vijand van de president). De lange arm van Assad, die evenmin bij naam wordt genoemd, reikt echter tot in Parijs, woonplaats van de ik-figuur. Drie jaar voor zijn hechtenis maakt hij een grapje op een studentenfeest. Hij vergelijkt de president met een bok en een muilezel. Voor de informant is dit voldoende om de filmmaker aan te geven, zodat hij bij thuiskomst ingerekend wordt. Twaalf jaar later vraagt een politiecommissaris om opheldering over deze ‘misdaad’. De verteller, inmiddels door de wol geverfd, bewaart zijn kalmte en snoert de commissaris de mond:
‘”U weet dat er honderden van dat soort grappen bestaan.”
– “Dat kan wel wezen, maar op dergelijke grapjes staat een straf van één tot drie jaar.”
“… ik heb al twaalf jaar in de gevangenis gezeten.”‘

Herman Finkers zei eens: ‘Als politici en geloof niet tegen een grapje kunnen, open je niet de poorten naar de hemel, maar de hel.’ De schelp bewijst zijn gelijk. Onschuldige burgers worden meedogenloos afgeranseld, vaak tot de dood erop volgt; ze moeten met open mond onder een rioolafvoer hangen en er meerdere forse slokken van nemen; de opperhuid wordt hun van de voeten af gegeseld, waarna ze over kokendheet asfalt moeten lopen; één Moslimbroeder verliest zijn drie zoons, ondanks talloze smeekbedes tot Allah. De hoofdpersoon, die vanuit een gat in de muur alle executies op Plein 1 begluurt, ziet zijn atheïsme bevestigd: ‘Waar is God dan? Plein 1 is wel het beste bewijs dat er geen wezen bestaat dat zich God kan noemen.’ Op wie zijn atheïsten dan aangewezen? Op zichzelf.

De Mustafa-Passion van een afvallige

Vanwege zijn atheïsme mijdt de rest van de barak de verteller als de pest. Iedereen beschouwt hem als onrein, omdat hij zich niet wil bekeren. Hij staat er alleen voor en kruipt steeds verder in zijn schulp. Deze schelp wordt daarmee zijn toevluchtsoord. Vanuit dit veilige huis ‘heb ik geprobeerd alles wat er voor mijn ogen in deze menselijke gemeenschap gebeurde te observeren.’ In zijn isolement ontwikkelt hij een diepe haat richting het regime en trawanten. Hij besluit hier echter niet naar te handelen: ‘Kus de hand die je niet kunt bijten, in de hoop dat die breekt.’ Hij keert zijn agressor de andere wang toe en neemt revanche door zijn confronterende getuigenis: het lijdensverhaal van het Syrische volk.

Met de komst van Nasiem verdwijnt zijn eenzaamheid. Er ontstaat een hechte vriendschap tussen hem en deze eveneens in Frankrijk wonende kunstenaar. Ze praten zelfs Frans en raken elkaar liefdevol aan, wat de medegevangenen argwanend bekijken. Aanvankelijk lijkt Nasiem zich geen zorgen te maken over de afloop van hun gevangenschap, maar dan wordt de verteller onverwachts vrijgelaten uit de barak. Nasiems ogen spreken pure wanhoop, ziet de vertrekker: ‘‘‘Waarom heb je me in de steek gelaten?’’ (…) alsof ik de Messias op het moment van zijn sterven vol verwijt, protest, verwarring en vooral liefde hoorde roepen: ‘‘Eli, Eli, lama sabachtani?’’’

Held of helder?

De bevrijding voelt bitterzoet. Assads regime probeert de verteller een bekentenis te ontfutselen, voordat hij vrijkomt. Is hij nu wel of geen lid van een staatsvijandige organisatie? Hij moet voor de staat werken als informant in Parijs, om landgenoten te schaduwen; hij moet een danktelegram aan Assad schrijven vanwege diens ‘menslievende clementie’; hij wordt gedurende drie dagen voor een laatste keer ongans geslagen… maar de verteller weigert medewerking. Toch vindt hij zichzelf geen held: ‘Want mijn gedrag is geen eigen keuze geweest en een held kan geen held zijn als hij door anderen wordt gedwongen zich op een bepaalde manier te gedragen.’

Valse bescheidenheid? In elk geval vereert hij zijn lotgenoten wél, hoe koppig de meesten hem ook negeren. Waar het schrikbewind alle gevangenen tot (mond)dode schimmen wilde maken, geeft De schelp hun een levensecht gelaat. Of het nu gaat om de lieve opzichter Hoessein, de seculiere, goedmoedige dokter Zahi of zielsverwant Nasiem, Syriërs krijgen een gezicht waarbij de boeventronie van hun dictator verbleekt. Deze bijfiguren schitteren in hun kracht en menselijkheid. Al zijn ze ook doodsbang voor wat er ná de vrijlating dreigt.

P(TS)S

Op bezoek bij zijn lievelingsnichtje Lina herkent de verteller zichzelf niet terug: ‘Waarom was ik bezig mezelf levend te begraven? Waarom dronk ik elke dag die enorme hoeveelheden arak en rookte ik al die sigaretten, alsof ik dood wilde? (…) Zal ik de gevangenis meenemen in mijn graf?’
Khalifa verandert met deze getuigenis een ver-van-mijn-bed-show in een martelgang op minimale afstand. Soms is zulk zwaar geschut nodig om de verdorvenheid van een kwaadaardig bewind te onthullen. Het regime van de president heeft de tanden stukgebeten op het pantser van Mustafa Khalifa. Hij zet Assad in zijn hemd met het machtigste wapen van de weerloze mens: Show, don’t tell.

Omslag De schelp - Mustafa Khalifa
De schelp
Mustafa Khalifa
Vertaling door: Djûke Poppinga
Verschenen bij: Uitgeverij Jurgen Maas
ISBN: 9789083210803
310 pagina's
Prijs: € 24,50

Meer van Daan Lameijer:

Recent

7 oktober 2022

Fantasie als wapen

Over 'Dodo' van Mohana van den Kroonenberg
6 oktober 2022

Wat niet mengt, gaat schiften

Over 'Haar eerste Amerikaan' van Lore Segal
5 oktober 2022

Een boek om te delen

Over 'Morris' van Bart Moeyaert
4 oktober 2022

Elizabeth Finch blijft onbekend

Over 'Elizabeth Finch' van Julian Barnes
30 september 2022

Wie we zijn

Over 'Bestaansbegeerte' van Marijke Hanegraaf

Verwant