Mischa Andriessen – Het Drogsyndicaat

Puzzelen aan een zondvloedverhaal

Recensie door Mathijs van den Berg

De nieuwe bundel van Mischa Andriessen, Het Drogsyndicaat, kwam min of meer toevallig tot stand. Eigenlijk zou Andriessen een tekst schrijven voor een Belgische theaterproductie, wat door de pandemie niet doorging. Hij besloot vervolgens het onderwerp, het verhaal van de ark van Noach, te gebruiken voor een dichtbundel. De opzet herinnert aan een theatertekst. Voorin staat een lijstje met de ‘dramatis personae’, die de onderwerpen van verschillende gedichten vormen en een eigen stem krijgen. Ook de meeste andere titels als ‘Vloed’, ‘Broom’ of gewoon ‘Het Drogsyndicaat’ keren telkens terug.

Het drogsyndicaat moet worden gelezen als een geheel en heeft een sterk episch karakter. Andriessen houdt ervan bestaande verhalen en bronnen in zijn gedichten te verwerken. In de verantwoording staat hier een lange opsomming van. Als lezer moet je daar maar net mee bekend zijn, zoals de roman De zondvloed van David Maine of De zondvloedmens van Bert Sliggers. Laat staan dat je de talloze citaten en verwijzingen naar dichters, schrijvers, filosofen en (rock)musici zult herkennen. Andriessen kan trouwens ook zelf in een enkel geval de inspiratiebron niet meer thuisbrengen en schrijft dat er onbewust vast meer invloeden in de bundel zijn geslopen. De vraag rijst in hoeverre deze kennis belangrijk is voor het begrip van de bundel. 

De reusachtige vogel Ziz

Dat geldt in ieder geval voor het verhaal van de ark van Noach en de zondvloed. Hiervan zullen lezers zonder religieuze achtergrond maar globaal op de hoogte zijn. Wie weet dat Naäma Noachs vrouw was en Sem, Cham en Jafet zijn zonen? En dat Sem getrouwd was met Ila? Dat Noach zijn middelste zoon Cham wegstuurde nadat deze hem naakt en dronken had aangetroffen? En kent iedereen het verhaal van de reusachtige vogel Ziz, een fabeldier uit de Joodse mythologie? Tijdens het lezen moet je steeds in de bronnen duiken. Pas daarna worden de gedichten begrijpelijk. Andriessen veronderstelt dus te veel als bekend. Hij denkt zelfs dat iedereen The Dream Syndicate kent, een alternatieve rockband uit de jaren tachtig waar de titel op is geënt, al hoef je dat niet per se te weten.

Als je ‘drogsyndicaat’ in Google intikt, wordt je gevraagd of je misschien ‘drugssyndicaat’ bedoelt. De personages zou je inderdaad als gedrogeerd kunnen zien door Gods bijna onbevattelijke opdracht. ‘Drog’ verwijst ook naar ‘bedrog’ of ‘schijn’. Het is een van de terugkerende titels van de gedichten. De onmenselijke opdracht roept allerlei vragen op. Bijvoorbeeld: waarom worden juist Noach en zijn familie gered? Hoe kan de Almachtige zo wreed zijn al zijn onderdanen te laten verdrinken? Is een nieuw begin wel mogelijk of zal de tot decadentie neigende mens spoedig in zijn oude fouten vervallen en is het nieuwe begin maar schijn?

Knappe inleving

Andriessen heeft het verhaal van de zondvloed teruggebracht tot menselijke proporties. In de gedichten staan de onderlinge relaties centraal: vooral die tussen Noach en zijn vrouw Naäma, Noach en zijn middelste zoon Cham en tussen Noachs oudste zoon Sem en diens vrouw Ila, tussen wie ook niet alles koek en ei is en die een kind verwachten. Het is knap hoe Andriessen zich in hen heeft ingeleefd. Hij verplaatst zich zelfs in de ezel, ook een van de terugkerende ‘personages’. De bundel heeft ook luchtige kanten. De ezel blijkt echter een scherpzinnig observator: ‘Tellen is niet je sterkste kant, of denk je zelf van wel? Druk doende was je al de treeplank/binnen te halen toen je me ineens op de kade ontwaarde, ik, die – heel de tijd dat je bezig was – je al bekeken had, zag hoe je uitdrukking veranderde; gradueel je voldoening overging in angst.’

We lezen wat er in de hoofden van de personages speelt. De opdracht trekt een zware wissel op de relatie tussen Noach en Naäma. Er is veel sprake van onzekerheid en angst en van onderling wantrouwen. Vooral Noachs beslissing Cham weg te sturen zorgt voor tweespalt in zijn huwelijk en grote vertwijfeling bij zowel Noach als Naäma:

‘Steeds zag ik de jongen weggaan de wereld weer niets
 Dan water zijn steeds zag ik zijn onbegrip hoorde ik
 Zijn bevreesde kreten en hoe jij in antwoord stil bleef
 Steeds hoorde ik mezen die buiten de jongen zochten
 Hun woonst verlieten telkens terugkeerden om te zien
 Of zij zich het lege nest misschien toch hadden ingebeeld.’

De personages gaan voor ons leven: ze worden mensen van vlees en bloed. Daardoor kun je de verhalen makkelijk op jezelf betrekken, wat een belangrijk doel van de dichter lijkt. Hoe gaan wij tegenwoordig met mens, plant en dier om? Het antwoord op deze vraag wordt impliciet gelaten, zodat de toon – en dat is een pre – niet moralistisch wordt. Soms spelen de gedichten zich opeens af in het heden, als er gewag wordt gemaakt van een auto, een saxofoon of een sms, of zitten we voor de televisie:

 Het Drogsyndicaat

‘Het regent op de eerste dag het regent toevallig
 Op de tweede het regent de derde vierde vijfde dag
 Het regent nog als de maand ten einde is een nieuwe begint
 En als ook die eindigt en het nog altijd regent is het toeval
 Sla de regels van de kansberekening er maar op na
 Zegt de man die voor de camera zijn kraag opslaat
 Zijn doorweekte haar in iets van een model kneedt en verdergaat
 Het mag onwaarschijnlijk zijn maar daarmee is het nog niet onwaar
 In Monaco viel bij roulette de zwarte bal eens zesentwintig keer achter elkaar
 Op zwart hij lacht triomfantelijk als de wind hem in het gezicht zwiept
 Als de kijkers thuis niet druk met het dichtspijkeren van hun ramen zijn
 Die lach door ontelbare druppels op de lens vervormd zien tot een grijns
 Verkouden op hun vingers nog eens natellen hoelang de regen nou wel niet’

Het karakter van dromen 

De opzet van de bundel is nadrukkelijk niet chronologisch. Het eerste gedicht heet ‘Omega’, de laatste letter in het Griekse alfabet, het laatste gedicht ‘Alfa’, de eerste. Daartussen loopt alles door elkaar, waardoor je als lezer regelmatig de kluts kwijtraakt. Ook is het niet altijd duidelijk wie er met de persoonlijk voornaamwoorden worden bedoeld. Poëzie mag uiteraard de hersenen aan het werk zetten, maar je bent in deze bundel wel erg vaak aan het puzzelen. De gedachtespinsels hebben het karakter van dromen. Er wordt in de gedichten veel geslapen. Idyllen staan tegenover de rauwe werkelijkheid. Men vraagt zich af wat beter was, de tijd voor of na de zondvloed. Noach en Naäma keren in gedachten regelmatig terug naar het begin van hun leven, toen alles nog pais en vree was. Het volgende beeld staat in schel contrast met de zondvloed: ‘De houten kuip zou op het tuinpad staan / En onbeschaamd lieten zij hun kleren neer / Stapten na elkaar in het water warm en klam / Zagen ze de zachte golven die ze maakten / Wegebben tot nauwelijks nog een rimpeling’ 

De bundel bevat vooral lange gedichten met verhalende regels vol omkeringen en ellipsen. Doordat interpunctie veelal ontbreekt en de regels doorlopen (terwijl de regel met een hoofdletter begint) moet je deze vaak herlezen, wat wel eens gaat irriteren. De beeldspraak is weinig spitsvondig, schaars en ondergeschikt aan het verhaal. De dichter schetst soms mooie beelden, met treffende details: 

‘Met een ruige dos haar slepende tred en eeuwig slaap
 In de wimpers kwam van buiten een jongen de stad in
 Liep regelrecht door naar de fontein en nam daar plaats
 Op de stenen rand stond hij met geheven handen stil
 Tot hij in het bekken dook water wild over de kanten spatte
 Telkens als hij sprong tot het plein rondom blank stond
 Hij bloedend op de bodem van de springbron lag nu zacht
 Tegen de toegestroomde menigte sprak en zo zal het zijn’

Een boom voor elk kind

Het vele gebruik van tautologieën en van archaïsche woorden, zoals ‘zwadder’, ‘fezelen’ en ‘wepel’ (‘het wepele laken’), dragen bij aan de oudtestamentische sfeer, hoewel je die woorden ook weer moet opzoeken. Door de vele herhaling wordt Het Drogsyndicaat op den duur wat langdradig: wanneer er voor de zoveelste keer gemijmerd wordt over Chams terugkeer, of Naäma weer eens bedenkt hoezeer het gedrag van haar man is veranderd. Ook moet je thema’s als huwelijksgeluk en vaderschap maar interessant vinden. In de verantwoording lezen we dat Andriessens eigen vaderschap een belangrijke motivatie was. Centraal in de bundel staat het beeld van Noach die een boom plant voor zijn zoon. In de verantwoording lezen we dat ook Andriessen hoopt een boom te planten voor zijn twee zonen, iets aan hen na te laten. 

Het Drogsyndicaat is een interessant en gedurfd experiment, maar als dichtbundel minder  geslaagd. Andriessen toont weliswaar een groot inlevingsvermogen, maar houdt te weinig rekening met de lezer, die in dit op bijbelse leest geschoeide relatiedrama, alle draadjes aan elkaar moet knopen. Misschien kan de tekst alsnog, met enige omwerkingen, op de planken worden gebracht. Met de vuige rock van The Dream Syndicate als soundtrack. 

 

 

Omslag Het Drogsyndicaat - Mischa Andriessen
Het Drogsyndicaat
Mischa Andriessen
Verschenen bij: Uitgeverij Querido (2021)
ISBN: 9789021426068
120 pagina's
Prijs: € 17,99

Meer van Mathijs van den Berg:

Recent

8 december 2021

Een aaneenschakeling van mensonterende gebeurtenissen

Over 'De verschroeiden' van Antonio Ortuño
7 december 2021

Wie trekt de lijnen om de landen heen?

Over 'Grensstreken ' van Milo van Bokkum
6 december 2021

De ultieme confrontatie van de mens met zichzelf

Over 'Anomalie' van Hervé Le Tellier
3 december 2021

De beste hoofdstukken zijn die over herinneringen aan de doden

Over 'Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo' van Jo Komkommer
2 december 2021

Een ontmoeting met grote gevolgen

Over 'De wereld van Italo Svevo' van Rob Luckerhof

Verwant