Michaïl Sjisjkin – Venushaar

Er was eens …

Recensie door Huub Bartman

In den beginne was er alleen de verwarring: ‘Waar gaat dit boek over?’ Vervolgens was er, naast de verwarring, ook verbijstering over de complexiteit en schoonheid van vorm en inhoud waarin Sjisjkin de lezer onderdompelt. Tenslotte was er de stilte van de absolute overgave aan een meesterwerk.
Venushaar is een complex boek dat zich niet gemakkelijk laat doorgronden. De verschillende verhaallijnen lopen zonder enige overgang, slechts gescheiden door een witregel, in elkaar over. Er is geen hoofdstukindeling. Aangezien de verhalen in tijd en ruimte zeer uiteenlopend zijn, vergt het van de lezer de nodige concentratie en geestelijke flexibiliteit om grip te krijgen en te houden op de inhoud van het boek.

Kafka
De hoofdpersoon is een Russische tolk bij de Zwitserse immigratiedienst. Hij vertaalt de vragen aan Russische asielzoekers. De meesten maken nauwelijks kans op een positieve beoordeling, dat weten ze en daarom is het zaak op de proppen te komen met een zo schrijnend mogelijk, maar toch geloofwaardig verhaal, dat natuurlijk niet geverifieerd kan worden. Hierop bereiden zij zich samen met andere asielzoekers zeer goed voor. De meest gruwelijke verhalen over de oorlog in Afghanistan of Tsjetsjenië passeren de revue in een Kafkaiaanse setting. Zo krijgt een volkomen getraumatiseerde jongeman de volgende vragen voorgeschoteld:

‘Vraag: Hoe oud bent U?
Antwoord: Zestien.
Vraag: Heeft u een paspoort of ander legitimatiebewijs?
Antwoord: Nee.
Vraag: U moet een geboortebewijs hebben. Waar is dat?
Antwoord: Verbrand. Alles is verbrand. Ze hebben ons huis afgebrand.
Vraag: Hoe heet uw vader?
Antwoord: Die is al heel lang dood. Ik herinner me hem helemaal niet.
Vraag: Waaraan is uw vader gestorven?
Antwoord: Weet ik niet. Hij was vaak ziek. Hij dronk.
Vraag: Noemt u de voornaam, achternaam en meisjesnaam van uw moeder.
Antwoord: Haar meisjesnaam ken ik niet. Ze hebben haar vermoord.
Vraag: Door wie, wanneer en onder welke omstandigheden is uw moeder vermoord?
Antwoord: door de Tsjetsjenen.
Vraag: Wanneer?
Antwoord: Deze zomer, in augustus.
Vraag: Op welke datum?
Antwoord: …. Dat weet ik niet meer.’

Het maakt helemaal niet uit of iemand al die verschrikkingen zelf werkelijk heeft meegemaakt. Hij zou het meegemaakt kunnen hebben. Om ze een beetje te helpen, doet de tolk allerlei suggesties. De een nog krankzinniger dan de ander. Daarmee overrompelt de tolk de asielzoeker, die uiteindelijk zelf niet meer weet wat hij wel of niet heeft meegemaakt. Dat maakt ook helemaal niet uit. Beiden weten uiteindelijk dat al die verhalen in hun meest ongehoord wrede brutaliteit waar gebeurd zijn en nog steeds gebeuren. Fantasie bestaat niet. En dan nog: voor de beoordeling maken die verhalen ook al niets uit. Die zijn immers, door de tijden heen, al honderd keer verteld.

‘Vraag: U bent uw eigen vertelsel.
Antwoord: Wat is mijn vertelsel dan?
Vraag: Van alles en nog wat. Wat het altijd goed doet, is een of ander simpel, banaal-sentimenteel verhaal. Zoiets als: er was eens een prinses, en toen veranderde ze in Assepoester.
Antwoord: Veranderde ik in Assepoester?
Vraag: Het is maar een beeld. Een metafoor!
Antwoord: Dat had u dan meteen wel kunnen zeggen. Assepoester, daar bedank ik feestelijk voor.
Vraag: Nou goed, als Assepoester u niet aanstaat, verzint u dan maar wat anders………’

In den beginne was het Woord
Het klinkt cynisch, maar uiteindelijk is niemand geïnteresseerd in die verhalen, omdat niemand geïnteresseerd is in die mensen, met uitzondering van de tolk: ‘Ik noteer alleen maar. Vraag-antwoord. Zodat er iets van u overblijft. Het enige wat er van u overblijft, is wat ik nu noteer.’ Het gaat om de verhalen.
Dit rechtvaardigt ook zijn uitweidingen in zijn brieven aan zijn zoon over De tocht tegen de Perzen van zo’n 2500 jaar geleden, vastgelegd in de verhalen van de Griekse schrijver Xenophon. Zonder die verhalen was de tocht van de Grieken tegen de Perzen er nooit geweest. Hij spreekt zijn zoon voortdurend aan met: ‘Waarde komende voormalige Nabuccodinosaurus’, een verzonnen naam verwijzend naar verschillende perioden uit het verleden. Ook de zoon bestaat natuurlijk alleen maar door de verhalen van de tolk. ‘Ik vraag me af wanneer U dit epistel van me zult ontvangen. Dit soort brieven gaat langzaam, temeer als ze niet verzonden worden. Niet-verzonden brieven komen gegarandeerd aan. Niet-verzonden brieven hebben de eigenschap de tijd te doorbreken. Zonder postzegels en stempels – hup! – daar hebt U ze al in handen.’
Ook het onderscheid tussen ondervrager en ondervraagde vervaagt steeds meer. De ondervrager gaat meer vertellen en de ondervraagden stellen vragen. Dit culmineert in het aangrijpende relaas van een gevangene, die door zijn advocaat en de tolk in zijn cel wordt opgezocht en de vraag opwerpt met welk recht zij de vragen stellen en hij moet antwoorden. Zijn zij soms beter dan hij?

Leven, liefde en schoonheid
Tijd en ruimte zijn voor Sjisjkin geen strak afgebakende begrippen. Hij is de verhalenverteller voor wie het niet uitmaakt of het verhaal zich nu afspeelt in de tijd van de Oude Grieken of ten tijde van de Russische Revolutie, de oorlog in Afghanistan of Tsjetsjenië. Het gaat hem om de grote vragen van het leven: de vraag naar de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens, naar de zin van het bestaan, naar de betekenis van begrippen als geluk en vrijheid, naar intermenselijke relaties, naar de liefde. In die zin voelt Sjisjkin zich ook staan in de traditie van grote Russische schrijvers als Tolstoj en Dostojevski. De titel, Venushaar, bron van het leven, verwijst naar een kruid, een varensoort dat groeit tussen de ruïnes van het oude Rome en daar al groeide vóór er sprake was van De Eeuwige Stad, terwijl het in Rusland een kamerplant is, die zonder menselijke warmte, zonder liefde, niet kan overleven. Dit vindt zijn weerspiegeling in de andere verhaallijnen in het boek. De verhalen van de tolk, die zich afspelen in Rome, vol hunkering naar zijn geliefde van eertijds, Isolde, hem ontnomen door Tristan. De brieven aan zijn fictieve zoon, de vrucht van die liefde, waarin hij vertelt over zijn jeugd en over de boeken die hij leest. Het levensverhaal van Isabella Joerjeva, de zangeres over wie hij, toen hij nog in de Sovjet-Unie woonde, een biografie had geschreven en die, tijdens haar overpeinzingen over de ellende van de Revolutie en de daaropvolgende burgeroorlog opmerkt: ‘Ik denk er zo over: als er ergens op deze aarde gewonden met geweerkolven worden afgemaakt, dan is het nodig dat er op een andere plek mensen zijn die zingen en zich over het leven verheugen! Hoe meer dood er om je heen is, des te belangrijker is het om daar leven, liefde en schoonheid tegenover te stellen!

De actualiteitswaarde van dit monumentale boek is groot. Het is een boek vol filosofische en psychologische bespiegelingen, die het noodzakelijk maken voortdurend terug te bladeren en te reflecteren op het gelezene. Het is een boek dat je ‘rijker’ maakt.

 

Omslag Venushaar - Michaïl Sjisjkin
Venushaar
Michaïl Sjisjkin
Vertaling door: Gerard Cruys
Verschenen bij: Querido (2014)
ISBN: 9789021456133
528 pagina's
Prijs: € 24,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Huub Bartman:

Meer, meer!!!

Over 'Enz.' van Simon(E) van Saarloos

Recent

12 december 2018

Poëzie met verhalend karakter

Over 'Abri' van Liesbeth Lagemaat
11 december 2018

‘Doorkijkblouse’ te alledaags voor een literaire schepping

Over 'Schipbreuk' van Marco Kamphuis
10 december 2018

René Appel stelt de lezer niet teleur

Over 'Dansen in het donker' van René Appel
9 december 2018

Mussen met longen als vliespinda’s

Over 'Wat huid is' van Peter du Gardijn
5 december 2018

Gevoelloos ronddwalen aan de zelfkant van Kopenhagen

Over 'Sus' van Jonas T. Bengtsson

Verwant

Arme drommel

Over 'Late roem' van Arthur Schnitzler