Merijn de Boer – De saamhorigheidsgroep

Dansen en knutselen voor een betere wereld

Recensie door Adri Altink

Principes en idealisme zijn mooi. Maar er zijn grenzen. Tristan, één van de hoofdfiguren uit De Saamhorigheidsgroep van Merijn de Boer, verzucht na de afrekening met een ingewikkelde driehoeksverhouding tussen zijn vrouw, diplomaat Bernard Wekman en hemzelf dat het gedachtegoed dat hij altijd had aangehangen niet bruikbaar was als het ging om de pijnlijke, donkere krochten van je ziel.
De Saamhorigheidsgroep is in de gelijknamige roman van De Boer een club van vrienden die zo eenvoudig mogelijk leeft en allerlei projecten in de derde wereld financieel wil steunen. Ze dragen uitsluitend tweedehands kleren, verplaatsen zich per fiets, dansen naakt in de natuur, de mannen knutselen met elkaar en er wordt tweewekelijks vergaderd over nieuwe projecten en de bewaking van de linkse opvattingen.

De kans is groot dat degene die deze inleidende zinnen leest een groep geitenwollensokken lieden voor zich ziet, waarmee in deze roman eens flink de draak wordt gestoken. De Boer laat je inderdaad grijnzen bij de cultuur van de groep en het gedrag van haar leden, maar hij vermijdt daarbij knap de ridiculisering en laveert behoedzaam langs de valkuil die meligheid heet. Hij slaagt erin de leden van de groep in al hun naïviteit op te voeren en tegelijk een zekere sympathie te kweken. De onderlaag van de geschiedenissen die hij beschrijft is wel degelijk een serieuze vraag naar hoe we onze oordelen vormen en welke keuzes we maken. Inderdaad: hoe ‘we’ dat doen; we worden als lezer in het verhaal getrokken en blijven geen buitenstaanders die ons louter vermaken om de onhandigheden van een clubje wereldverbeteraars waarom we hartelijk kunnen lachen omdat ze niet tot onze wereld behoren.

Rode Volvo

Het middel dat De Boer daarvoor gebruikt is het personage Bernhard Wekman, een ambtenaar die werkzaam is bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken en in de hoogtijdagen van de club op de nominatie staat voor buitenlandse diplomatieke missies. Hij wordt door zijn vroegere studievriend Felix geïntroduceerd. We hoeven ons niet met hem te identificeren om ons toch via hem in de groep onder te dompelen.
Bernhard voelt zich er eigenlijk helemaal niet thuis, maar blijft toch, zeker als hij zich aangetrokken voelt tot Liza, de vrouw van de hiervoor al genoemde Tristan. Anderzijds komt hij voortdurend in conflict met zichzelf. Hij is de enige die een auto, een rode Volvo, bezit wat hij angstvallig geheim probeert te houden. Hij zoekt naar smoezen om als Rijksambtenaar niet deel te hoeven nemen aan een demonstratie tegen de opslag van kernafval, maar gaat toch omdat hij dan in elk geval Liza kan zien. Hij blijft een deelnemer die zich maar niet kan overgeven. In de vergaderingen dragen de leden projecten aan die steun verdienen, maar hij voelt zich daar als ambtenaar geremd in. Pas als de eigenaar van zijn favoriete stamppotcafé, die is weggepest door een klant, een nieuwe nering is begonnen in de mijnstreek in Wallonië, durft hij steun aan Waalse mijnwerkers voor te stellen.

Studeren op de wc

Bernhard vertegenwoordigt een botsing van culturen, die van zijn werkkring en die van de Saamhorigheidsgroep. Bij de geboorte van een kind doet hij een grote beer cadeau terwijl een ander lid van de groep een appel (onbespoten natuurlijk) geeft. Verder roepen, naast de Volvo, het pak van Bernhard en zijn dure hoed afwijzing op. Maar het komt de leden uitstekend uit als ze vier weken willen kamperen in Frankrijk om te onderzoeken of ze een commune kunnen beginnen: ze rijden dan in de Volvo en een geleende auto zuidwaarts en laten Bernhard voor de benzinekosten opdraaien.

Een amusant voorbeeld van de scherpstelling van principes binnen de groep lezen we als mevrouw Hennis, de moeder van Felix overlijdt. Hij erft een bedrag van zes ton van haar, maar de groep brengt hem in verlegenheid als hij gewezen wordt op het beginsel dat de leden tien procent van hun inkomsten voor projecten aan de groep afstaan. Het leidt tot een discussie over de vraag of een erfenis een inkomen is, maar ook over wat je als eigenbelang mag opvoeren. De kleinbehuisde Felix en zijn vrouw Hester willen juist groter gaan wonen en hij wil een echte studiekamer zodat hij voor zijn proefschrift niet langer op de wc hoeft te werken.

Fietsenmaker

Het leidt tot komische dialogen. De voorzitter van de vergadering, Bronno Koolmees, wil na het overlijden van zijn ouders eveneens tien procent van zijn erfenis afstaan, dus moet Felix dat ook doen:

‘Maar goed, dat was heel weinig. Jouw vader was fietsenmaker’, zei Olga.
‘Dat is toch niet van belang? Het gaat om het principe.’
‘En als iemand’, vroeg Bernhard, ‘ik zeg maar wat, de loterij wint. Moet die daar dan ook tien procent van betalen?’
‘De loterij? Dat doen wij toch niet?’ zei Renate. ‘Hoe kom jij ineens bij de loterij?’ vroeg Ralf. ‘Ken jij mensen die loten kopen?’
‘Nee, nee, natuurlijk niet. Sorry’. Een lot kopen mocht blijkbaar ook al niet van de Saamhorigheidsgroep.

De roman De Saamhorigheidsgroep beslaat voor het grootste deel het reilen en zeilen van de groep in de jaren 1982-1983 in de omgeving van Haarlem vanuit de optiek van de belangrijkste deelnemers, waaronder Bernhard. In 1984 vertrekt deze korte tijd voor een missie naar Jeruzalem. Dat relaas met al zijn amoureuze en dilettantistische verwikkelingen wordt omkaderd door de herinneringen van Bernhard in 2018 als hij permanent vertegenwoordiger voor Nederland is bij de VN in New York, en de verwerking van zijn verleden in 2019 als hij is teruggekeerd naar Nederland en weer leden van de nog altijd bestaande Saamhorigheidsgroep ontmoet. Ook hun leven is veranderd. Relaties zijn verbroken (iemand is lesbisch en een ander homo ‘geworden’) en de kinderen van de leden werken bij de multinationals waartegen hun ouders juist te hoop liepen. Het mooist zijn in dat hoofdstuk de bespiegelingen van Bernhard die nog altijd getuigen van een naïviteit maar je toch nog meer voor hem innemen.

De beschrijving van de Saamhorigheidsgroep in de jaren 1982 en 1983 is zo treffend dat je als lezer zou kunnen denken dat Merijn de Boer ooit zelf deel van een soortgelijke groep moet hebben uitgemaakt. Hij is echter zelf pas in 1982 geboren. Hij moet dan ook goed hebben geluisterd naar zijn ouders. Die waren wel lid van een werkelijk bestaande Saamhorigheidsgroep. Afgezien van enkele anekdotes die hij van hen hoorde zijn echter alle gebeurtenissen verzonnen, schrijft De Boer in zijn verantwoording.
Dat heeft hij dan bijzonder knap en realistisch gedaan!

 

 

Omslag De saamhorigheidsgroep - Merijn de Boer
De saamhorigheidsgroep
Merijn de Boer
Verschenen bij: Querido(2020)
ISBN: 9789021418209
400 pagina's
Prijs: € 22,50

Meer van Adri Altink:

Verwant