Mensje van Keulen – Neerslag van een huwelijk

Waarom de muze niet gewillig is

Recensie door Els van Swol

Nieuwjaarsdag – Mensje van Keulen ziet dat Lon, haar man, in een hoekje zit met C. ‘Om me heen deed iedereen of er niets aan de hand was en ik probeerde te luisteren en af en toe deel te nemen aan het gesprek en mee te lachen, terwijl mijn hart als een gek tekeerging.’ In de nacht van eerste op tweede Paasdag vertelt dezelfde Lon, de neurofysioloog en fotograaf Lon van Keulen, ‘over een film die hij had gezien (…). Het maakt me gelukkig hem zo enthousiast te zien. Hij zag er daardoor lief en knap uit.’ Toch voelt Mensje niets als ze hem zoent.

Verlies
Het is net zoiets als hun vrienden Maarten en Eva Biesheuvel in een brief schrijven:
‘Met ons gaat het lang niet kwaad (Eva).
Het gaat slecht met mij (Maarten).’
In het ene geval, bij Lon en Mensje, gaat het over een relatie die stukloopt en in het tweede, bij Maarten en Eva primair over gezondheid. De overeenkomst is, dat het dubbele gevoelens betreft. Een gevoel van verlies van een relatie of van gezondheid. Het je afvragen wat er mis is en mis gaat, terwijl je weet – om de titel van een ander boek van Mensje van Keulen aan te halen – dat liefde geen hersens heeft. ‘Nu, zonet, gisteren, de afgelopen weken, al zo lang ervoor. Ik kan het niet meer verklaren, niet analyseren. Ik wou dat ik het in een paar woorden kon in dit schrift, dit daggeschrift dat ik uit vind, waarvan ik wou dat ik er nooit aan was begonnen (…). Het is alsof er een gaas tussen ons hangt, een overwoekerend gaas met hier en daar een klein gaatje waardoor we elkaar nog net kunnen zien en horen.’

Om jeuk van te krijgen
Een van de redenen van de verwijdering tussen Mensje en Lon, die we al kennen uit Alle dagen laat, het dagboek over 1976, komt hier terug: zij wil een kind, hij niet. Om haar verdriet vanwege het vreemdgaan van Lon te verdrijven, drinkt ze en snuift soms wat.
Toch moet hieruit niet worden geconcludeerd, dat het dagboek alleen maar uit het beschrijven  van ellende bestaat. Het verslag van de uitreiking van de P.C. Hooftprijs aan Simon Carmiggelt is kenmerkend voor haar beknopte stijl en ronduit geestig: ‘Minister Van Doorn sprak veel te lang, Caro van Eyck acteerde als de beste van Klas 3b, Herman van Veen zong teksten van Carmiggelt “op zijn chansons”, om jeuk van te krijgen.’
Niet alleen de stijl is mooi, het boek zelf kent ook een fraaie opbouw – haast als het eerste deel van een klassieke symfonie: een langzame inleiding, gevolgd door twee thema’s (personages) die een ontwikkeling doormaken en een coda, het staartstuk van het deel.
Wat niet wegneemt, dat het met schrijven, het ‘echte’ schrijven naast dit dagboek, minder wil lukken. De auteur vraagt zich af ‘waarom de muze niet gewillig is en de fles des te meer.’ Hoewel: het dagboek is meer dan een dagboek. Er zitten ook dialogen in, en enkele lange gedichten. En, voor deze uitgave, ook foto’s van personen die in het leven van Mensje van Keulen een rol spelen, zoals Hans Warren, Gerrit Komrij, Theo Sontrop, Henk Spaan en Bibeb.

Remco Campert
Wat ze over hen en andere contacten opdist, geeft een goed tijdsbeeld van de jaren zeventig met zijn drank, drugs & rock ‘n roll. Al is dat laatste bij Mensje van Keulen vervangen door een voorliefde voor Italiaanse bel canto-opera’s. Dit tijdsbeeld tilt het verhaal boven het persoonlijke uit en maakt dit boek de moeite van het lezen waard.
Zo is er bijvoorbeeld een veelzeggend gedeelte over Remco Campert: ‘Later, op De Kring, zat Campert tegenover me. Hij zei dat hij het prettig vond me te ontmoeten. Insgelijks, zei ik (herinnerde me wel iets minder aangenaams van hem tegen Gerrit in Café Paté). Er zat een velletje aan zijn lip dat naar voren stak als een kleine tandenstoker. Hij wilde wel een sigaartje van me en lustte ook een tweede, dus ik gaf hem nog een derde voor later. Achter hem zag ik zijn Debbie hangen om de nek van een man, terwijl ze schold naar Thera Westerman en een andere vrouw. Mimi Kok ging op het biljart liggen roepen dat ze een man wilde.’

Coda
Het boek eindigt ermee dat Mensje van Keulen toch zwanger raakt en een zoon baart. Bij vlagen begint ze ook goede hoop te krijgen dat het wat wordt met haar nieuwe boek: Overspel. Bij de geboorte van de baby huilde Lon. En bij het lezen van het manuscript in wording ‘zei hij hoofdstuk 3 en 4 (…) goed, erg goed zelfs’ te vinden.

 

 

Omslag Neerslag van een huwelijk - Mensje van Keulen
Neerslag van een huwelijk
Mensje van Keulen
Dagboek 1977-1979
Verschenen bij: Atlas Contact
ISBN: 9789025452223
240 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van Els van Swol:

Recent

21 september 2018

Schrijven met de veer van de arend

Over 'De onzorgvuldig geketende Prometheus' van André Gide
19 september 2018

Omdenken in optima forma

Over 'De olifant van de bovenbuurman' van Rijswijk, van, Roos
18 september 2018

Taal die bezinken moet en verwondering oproept

Over 'Laat de stilte' van Rui Cóias
17 september 2018

Twee meisjes en een oudere man

Over 'Twee meisjes en ik' van A.H. Nijhoff
14 september 2018

Een meer van wanhoop

Over 'Want de avond' van Anna Enquist