Melani Reumers – De wereld een lichaam

Krachtig essay-debuut

Recensie door Marjet Maks

De wereld een lichaam is het opmerkelijke essay-debuut van Melani Reumers, waarin zij zichzelf onderwerpt aan een intrigerend en diepgaand onderzoek. Aan de hand van haar eigen lichaam, dat van vroeger en nu, legt ze verbanden met de literatuur, filosofie en de kunstwereld. Reumers is gefascineerd door haar eigen lichaam, zonder dat het klef of ijdel wordt, integendeel ze bekijkt zichzelf objectief en schuwt de zelfspot niet. Ze verdeelt haar zoektocht over vijf hoofdstukken: Lichaamsdelen, Verlengstukken, Sporen en projecties, die worden afgewisseld met Waterwezen I en II.

In Lichaamsdelen bouwt ze uit een bouwpakket met tien kartonnen platen het menselijk geraamte. Ze krijgt er een instructieboek met tekeningen, een plastic zakje met honderden splitpennetjes en een paar haken bij en kan beginnen met de wervelkolom. Al knutselend, wat soms moeizaam gaat, dwaalt ze af naar haar eigen lichaam. ‘Ik houd van botten. In mijn eigen lijf vind ik het fijn om ze te zien en te voelen: wervelkolom, borstbeen, ribben, sleutelbeenderen. In mijn beeldhouwtijd deden mijn meest geslaagde beelden denken aan botten.’ Reumers ontleedt het bot en benoemt de verschillende vormen – zoals hamer, aambeeld, stijgbeugel – en komt verder associërend uit bij muziektheatergroep Bot. Ze eindigt in een abattoir waar ze een paardenkaak haalt, dit ontdoet van vleesresten en schoon schuurt om er een quijada van te maken, een percussie-instrument, wat haar een brug naar een bizar verhaal van de Argentijnse schrijfster Mariana Enriquez geeft.

Langzaam vordert het kartonnen skelet, dat ze nu Kas (van karkas) noemt, aan zijn haak in haar woonkamer. Ondertussen maakt ze uitstapjes naar gerelateerde onderwerpen. Het anatomisch museum Vrolik in het AMC bijvoorbeeld. Waar de lege oogkassen haar aanstaren en de skeletontwikkeling van foetus tot bejaarde te volgen is. Als Kas voltooid aan zijn haak hangt wordt Reumers geconfronteerd met herinneringen aan haar vader aan het eind van zijn leven, toen hij nog maar dertig kilo woog.

Oogbollen, huid en haar, tanden

De film Chien Andalou (1929) van de Spaanse cineast Buñuel, waarin hij samen met Salvador Dali vorm geeft aan hun droombeelden, geeft Reumers aanleiding om de beroemde scène van het scheermes dat in een oog snijdt te beschrijven. Voorts neemt ze de lezer mee op reis naar India, haar eigen nachtmerries en haar fascinatie voor de schilder Odilon Redon. Kijken, gezien worden, luisteren, Reumers trekt haar beelden heel breed. ‘Het oog en identiteit: “eyedentity” geeft maar liefst 518.000 treffers op Google. De conclusie is van een verpletterende eenvoud: mijn oog, dat ben ik!’

Reumers had als kind een zware haardracht en vaak hoofdpijn. Na een asymmetrisch kapsel in haar tienertijd gaat ze nu met een geschoren schedel door het leven, wat veel stof tot bespiegeling oplevert. Ze schrijft over de confrontatie met vooroordelen, verwijst naar haardracht in andere culturen en slaat historische, mythologische en culturele zijwegen in. ‘Al wordt kaal vaak geassocieerd met kracht, ik zie er ook veel kwetsbaarheid in. De omhulling van een haardos is weg, het gezicht moet het helemaal zelf doen.’
De auteur gaat ook uitgebreid in op haar gebit, ze heeft een diasteem en oligodontie: een spleet en te weinig tanden. Reden voor haar om er dieper op in te gaan, onder andere met het voorbeeld van de Argentijnse schrijver Eduardo Berti die met het idee speelt dat iemands herinneringen liggen opgeslagen in zijn gebit.
Het is knap zoals Reumers zichzelf in de wereld om zich heen plaatst aan de hand van haar lichaamsdelen. Samen met herinneringen aan gebeurtenissen uit haar jeugd, haar ouders en haar kennis van de wereldliteratuur (veel Spaanstalig werk), gedichten, muziek en beeldende kunst weeft ze haar essays fraai ineen.

Waterwezen

In haar jeugd wilde Reumers het liefst onzichtbaar zijn, zonder lichaam. Wanneer ze lang genoeg haar adem inhield, lukte dat bijna. ‘De drang naar onzichtbaarheid werd een overlevingsmechanisme…’ Ze zag zichzelf meer als een tussenmens. Haar dagelijks zwemmen in natuurwater brengt haar de essentiële vrijheid. ‘Het water is mijn habitat geworden, de plek waar ik me altijd goed voel […] Zwemmen is me overgeven, me durven laten dragen […] Strijden tegen de elementen, maar altijd samen met het water. Alles loslaten.’

Reumers gaat daarin heel ver. Ze zwemt naakt van eind maart tot begin december, soms in water onder de tien graden. Afgezien van het zwemgenot, loopt ze ook tegen zichzelf aan en wordt teruggefloten door haar lichaam met duizelingen, een TIA, een maandenlang slapende voet. Toch is het moeilijk om maat te houden, de vrijheid van het zwemmen is een verslaving. Ze voelt zich verwant aan een sirene en haalt opnieuw Odilon Redon aan, met zijn schilderij ‘De sirenen boven de zee.’ Ze zwemt zomer en winter, ’s nachts, bij mist of windkracht negen. Het opzoeken van de grens en er meestal net overheen gaan, is haar hoogste doel, genot, obsessie. We zien een vrouw met een sterke persoonlijkheid maar het zijn verontrustende stukken want Reumers schroomt niet om de dood te tarten.

In Verlengstukken gaat Reumers terug naar haar jeugd, herinneringen aan haar vader, ‘de man met de pijp’, die te jong sterft aan longkanker. Via de dementie van haar moeder die de wijzers van de klok manipuleert, associeert ze naar de Duitse Emma Hauck, die begin vorige eeuw met schizofrenie in een inrichting verbleef en brieven schreef. Ze schreef deze brieven met een potlood. Ze zijn nauwelijks te ontcijferen, maar ze leverden wel een kunstwerk op in de vorm van een animatiefilm van de The Quay Brothers. Reumers schrijft zelf ook graag met potlood, wat mooie mijmeringen oplevert in dit subhoofdstuk met de veelzeggende titel ‘Plooirokjes van cederhout’.

Hoe echt is onze schaduw

In het laatste deel Sporen en Projecties belicht Reumers nog twee boeiende aspecten van het lichaam: het litteken en de tatoeage. Ze gaat in op haar eigen pijn na een herniaoperatie. ‘Littekens herinneren ons eraan hoe kwetsbaar we zijn. Maar ook hoe veerkrachtig we zijn.’

In de literaire observaties van De wereld een lichaam ontbreekt de dood niet, evenmin als – verrassend genoeg – de schaduw. ‘Mijn schaduw en ik zijn tot elkaar veroordeeld. Zonder mij kan zij niet bestaan, zonder haar is het alsof er iets aan mij ontbreekt.’ Ook bewegingen horen tot de beeldtaal van het lichaam en de auteur haalt het project Mortus Mori aan, een voorstelling met dansers die de klein menselijke motoriek ontrafelen in herhalende patronen. Reumers is gefascineerd en doneert haar eigen bewegingen, die door een danser intensief worden bestudeerd en verbeeld.

Het boek sluit af met een indrukwekkende bibliografie van de aangehaalde literatuur, van Paul Auster tot Stefan Zweig.
Melani Reumers is afgestudeerd geofysicus. Ze vertaalde literaire teksten uit het Spaans, ze ontdekte het schrijven en volgde de Schrijversvakschool. Enkele van de in dit boek opgenomen essays verschenen eerder in De Gids, Liter, en Dietsche Warande & Belfort. Fragmenten van door haar uit het Spaans vertaalde gedichten verschenen eerder in Terras, Tirade, Tortuca en Pluk. Reumers’ essays zijn persoonlijk en openhartig, in een frisse, heldere stijl geschreven en dankzij haar brede intellectuele bagage, uitermate boeiend om te lezen.

 

Omslag De wereld een lichaam - Melani Reumers
De wereld een lichaam
Melani Reumers
Verschenen bij: Van Oorschot (2024)
ISBN: 9789028214071
264 pagina's
Prijs: € 24,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Marjet Maks:

Recent

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen
20 juli 2024

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

Over 'Dichter - de tuin' van verschillende auteurs; redactie Mia Goes
De kunst van rake zinnen   
19 juli 2024

De kunst van rake zinnen  

Over 'Lotgenoten' van Sabrine Ingabire
Een duivelspact
18 juli 2024

Een duivelspact

Over 'Een hart van prikkeldraad' van Lisette Lewin
Een schitterende lawine van woorden
16 juli 2024

Een schitterende lawine van woorden

Over 'Londen' van Louis-Ferdinand Céline
Wat staat mij als dichter te doen
15 juli 2024

Wat staat mij als dichter te doen

Over 'De verliefde engel' van Bart Koubaa

Verwant