Megan van Kessel – Uitzicht van dichtbij

Sms-taal relativeert zelfmedelijden

Recensie door Marjet Maks

Nederlandse literatuur wil wel eens wat zwaar op de hand zijn. Vaak ligt dat aan de ik-ben-zielig-toon die de auteur hanteert. In het debuut Uitzicht van dichtbij valt het ook op, ware het niet dat Megan van Kessel haar zelfmedelijden relativeert met een droge onderkoelde stijl. Het is een beetje als sms-taal, zegt ze tegen Annemieke Bosman in een radio-interview van Opium. De zinnen zijn kort en staccato.

Een jong stel met een baby gaat in een verbouwde pistachegroene kerk onder de rook van de stad op het platteland wonen. Vanuit het ene raam hebben ze uitzicht op de witte pastorie met rozen en lavendel, waar de keurige buren wonen die ze de Lords noemen. Het andere raam biedt uitzicht op Mireille, een verzuurde alleenstaande dame met geel haar en grote borsten. Zij beheert het terrein met dictatoriale hand. Het buitenleven gaat het stel moeizaam af. Ze voelen vijandigheid en investeren niet echt in hun buren. Buurvrouw Mireille wordt afgeschilderd als een bitch. Ze plaatst overal verboden-toegangborden en spreekt het stel erop aan als ze de regels schenden. Ze komt enigszins ongeloofwaardig over omdat ze niet echt wordt uitgediept. Hetzelfde geldt voor de Lords, waar Maggie’s moeder een pakje boter leent. Ook zij komen niet echt tot leven.

Fleur uit Almere

Het terrein waarop ze wonen wordt als een Ü verbeeld. ‘De kerk en de pastorie zijn de puntjes, het midden van de U is het verboden terrein. Het kommetje is de camping met het meer. Boven de puntjes is de drukke weg. Aan de overkant van die weg wonen de perfecte buren. Zij zijn bevriend met de Lords. De perfecte buren hebben perfect gras.’

Ik-persoon Maggie probeert een tuintje te maken op een plek waar eerst stoeptegels lagen en is teleurgesteld dat niets groeit en de planten bruin worden. Iedere sukkel weet dat je geen planten in straatzand zet en er dan de potgrond over uitstrooit. Het zal humoristisch bedoeld zijn, maar mist de pointe een beetje. Met vijandige buren, de mislukkende tuin, de lawaaierige pick-uptrucks die langsrijden en de vermoeidheid rond het pasgeboren zoontje, lukt het Maggie niet om gelukkig te zijn. ‘Ik voel me een Fleur uit Almere. Niks mis met Fleur, of Almere, maar ik moet er gewoon even aan wennen dat ik dat nu ben.’

Het verhaal gaat over Maggie’s afwezige vader. Het vreet aan haar dat ze niets van hem hoort na de geboorte van haar zoontje. En dat brengt haar terug naar gebeurtenissen uit haar jeugd. ‘Waar is dat meisje dat niet bang was? […] Het meisje dat deed alsof ze niks voelde en zich in slaap huilde omdat ze zoveel voelde.’ Maggie was stoer, een durfal en een buitenbeentje en deed heel erg haar best om haar vader te bereiken. Ze verlangde naar zijn aandacht, terwijl hij een kinderlijke en hoogst egocentrische man was, die dacht dat hij overal mee weg kwam en ze nam aan dat voor haar hetzelfde gold. Maar zij verloor haar stoere zelfverzekerdheid door een verontrustende gebeurtenis die haar nog steeds achtervolgt.

Vakantie aan zee

Het verhaal meandert van het heden, het wonen op een dorp met baby en partner Alfons, naar haar jeugdherinneringen. Vooral een vakantie op een camping aan zee met haar vader en stiefmoeder, oudere zus en stiefzusje Karin beleeft ze opnieuw. De overgangen naar vroeger gaan vloeiend en hangen steeds aan de kapstok van de oorzaak waarom haar vader niets van zich laat horen. Haar ouders gingen uit elkaar toen ze vier was. Ook haar vader en stiefmoeder zijn uit elkaar en Maggie heeft het contact met haar verloren. Langzaam wordt het drama van haar jeugd duidelijk en is het begrijpelijk waarmee Maggie worstelt.

Als er dan toch contact met de vader is, komt er een kentering in het verhaal. Zijn verhaal moet verteld worden en de dorpsbeslommeringen raken op de achtergrond. De onderkoelde toon verdwijnt ook enigszins. Maggie zoekt naar genoegdoening, haar vader heeft haar in de steek gelaten. Tegelijkertijd voelt ze zich schuldig, want haar vader verwijt haar en haar zus hetzelfde. Zij hebben hem in de steek gelaten. Haar bezorgdheid neemt de overhand over de gezondheid van haar vader, die hard achteruit gaat. Hij moet opgenomen worden in een verpleeginstelling.
In het laatste hoofdstuk zijn we terug in het dorp. Na maanden wordt het pakje boter bij de Lords teruggebracht en heeft Maggie nog een onderonsje met Mireille, maar echt overtuigend is het einde niet van dit dunne, maar zeker niet magere debuut dat deels autobiografisch is.

Megan van Kessel studeerde af aan de Gerrit Rietveld academie,  is moeder van twee zoontjes en schrijft onder andere voor Het Parool. Zelf ervaarde ze een afwezige vader en een verbroken relatie met haar stiefmoeder. Van Kessel stelt zich kwetsbaar op, met de nodige zelfspot waar het gaat om de aanleg van de tuin en soms is ze onhandig en gewoon lui. Dat haar relatie met Alfons warm is en ze samen liefdevolle ouders zijn vormt een mooie tegenstelling met Maggie’s kille jeugd.

 

Omslag Uitzicht van dichtbij - Megan van Kessel
Uitzicht van dichtbij
Megan van Kessel
Verschenen bij: Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar (2023)
ISBN: 9789038811666
208 pagina's
Prijs: € 22,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Marjet Maks:

Recent

Over de gele soepterrine
16 april 2024

Over de gele soepterrine

Over 'Wie houdt je warm in de winter?' van Berend Boudewijn
Verslag van een kleurrijk leven
15 april 2024

Verslag van een kleurrijk leven

Over 'Waar kleur is, is leven' van Tineke Hendriks
Woutertje Pieterse Prijs voor De jongen die van de wereld hield
13 april 2024

Woutertje Pieterse Prijs voor De jongen die van de wereld hield

Over 'De jongen die van de wereld hield' van Tjibbe Veldkamp
Schrijvend aan haar zuster Virginia
10 april 2024

Schrijvend aan haar zuster Virginia

Over 'Vanessa & Virginia' van Susan Sellers
Literatuur in dienst van de strijd
8 april 2024

Literatuur in dienst van de strijd

Over 'Mannen in de zon' van Ghassan Kanafani

Verwant