Mathijs Deen – Brutus heeft honger

Kruimels die voedzaam zijn

Recensie door Machiel Jansen

Het lezen van boeken kun je vergelijken met het eten van voedsel. Misschien niet de oudste maar wel de bekendste vergelijking is die van Francis Bacon uit 1625. In zijn korte essay On Studies merkt hij op dat sommige boeken er zijn om geproefd, anderen om doorgeslikt en een paar om gekauwd en verteerd te worden. Deze zin is al zo vaak geciteerd dat het gevaar dreigt dat elk nieuw citaat iets afdoet aan de oorspronkelijke smaak en de vergelijking verder uitkauwt.

Maar in dit geval neem ik het risico op de inflatie van Bacons gedachte, alleen al omdat voedsel zo’n belangrijke rol speelt in het nieuwe boek van Mathijs Deen, Brutus heeft honger. Tegen de ongeduldige internetlezer die het liefst een tekst ziet beginnen met de conclusie, kan ik dan nu zeggen dat Deens boek gemakkelijk in korte tijd te verslinden is maar veel beter tot zijn recht komt door het te beschouwen als een verzameling amuses. Kortom, Brutus heeft honger is literair slow food en bevat genoeg om te genieten voor de fijnproever.

Mathijs Deen is medewerker en presentator van het VPRO geschiedenis programma OVT, elke zondagochtend op NPO 1 te beluisteren is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat geschiedenis een belangrijke rol speelt in dit boek. Daarbij is Deen niet geïnteresseerd in het grote en meeslepende verhaal, maar juist in het uiterst kleine, hoogst persoonlijke moment. Deen schrijft miniaturen, schetsen die de geschiedenis heel even tot leven proberen te wekken. Het zijn plotloze verhalen die elk een stemming proberen te beschrijven.

Brutus heeft honger bevat 44 zeer korte verhalen. Ze passen elk op minder dan twee kleine pagina’s en ademen vaak iets wat ik bij gebrek aan beter, verstilde berusting noem. De geschiedenis doet dienst als achtergrond maar is in al zijn grootsheid nadrukkelijk aanwezig. Deen richt zich echter op het kleine, het persoonlijke en zet dit af tegen het grote decor van de geschiedenis. De titel van elk verhaal is opgebouwd uit iets eet- of drinkbaars, een plaats- en een tijdsaanduiding. Chronologisch volgen we zo een spoor van etenswaren in de wereldgeschiedenis, waarbij we grote stappen nemen, om bij elk verhaal even verstild te staan bij een klein moment dat een miniem onderdeel vormt van een veel groter, historisch tijdperk.

We beginnen en eindigen met appels, die hier aanleiding zijn tot eenzame en treurige overpeinzingen. Eerst bij een god die in het begin de mens schept om gezelschap te hebben en door een ellendige appel weer alleen achter blijft. In het laatste hoofdstuk is het niet een god maar een oude tuinbaas die treurt bij de appelboom in zijn tuin die zojuist door de bliksem verwoest is. Het was de boom van zijn vrouw die er niet meer is om de laatste appels te eten. Ook op die manier kan een paradijs eindigen.

Maar voor veel personen in Deens verhalen is voedsel bijzaak of speelt een andere rol dan die van eenvoudige doch voedzame maaltijd. Zo kauwt de anonieme Romeinse ooggetuige van de zenuwen op laurierblad als hij ziet hoe de Romeinse keizer Commodus (161-192) zich in de arena belachelijk maakt. En in 1672 (het Rampjaar) slaat een tamboer uit het leger van de bisschop van Munster een mandje eieren met zijn trommelstok stuk om de inwoners van een belegerde stad te laten weten dat zij op die manier verpletterd zullen worden. Oranje sinaasappels worden in 1688 in Londen uitgedeeld door koning Willem III, niet omdat ze voedzaam zijn, maar omdat ze naar zijn naam verwijzen.

Voedsel smaakt ook niet altijd. In het hoofdstuk Jan in de zak, Den Haag 1672, eet de boerenzoon Thijs het door zijn moeder klaargemaakte Jan in de Zak (een koek van boekweitmeel, muskaatnoot, krenten) met stroop. Dat smaakt niet zoals je zou verwachten. Thijs heeft eerder die dag namelijk meegedaan aan de uitzinnig gruwelijke moord op de gebroeders de Wit waarbij de twee lijken door een menigte monsterlijk werden mishandeld. In een moment van wrede extase is Thijs zo gek geweest een oog uit één van de twee hoofden te rukken en het tot hilariteit van de menigte door te slikken. Thuis en enigszins tot rust gekomen begint Thijs’ innerlijk op te spelen en komt het oog samen met Jan in de Zak onverteerd weer naar buiten. Het verhaal eindigt met de zin: ‘De hond lag verderop ergens op te kauwen.’

Omdat het zeer korte verhalen zijn moet de context zo snel mogelijk duidelijk gemaakt worden. Dat lukt meestal goed, al helpt het als de lezer thuis is in de wereldgeschiedenis. Trouwe luisteraars van OVT zullen daar weinig moeite mee hebben. Wie Herodotus’ prachtige Historiën heeft gelezen, begrijpt het verhaal van de kwartel etende bezoeker (Herodotus zelf) aan het Egyptische Thebe in 430 voor Christus een stuk beter. Of misschien is ‘begrijpen’ hier niet het juiste woord. Het beschreven moment wordt intiemer als je Herodotus kent.

En over wie gaat het verhaal Thee, San Terenzo 1822?
‘Hij stond naar zichzelf te kijken in de glanzende lak van zijn jacht. Die grote blauwe ogen, dat kleine meisjeshoofd. Opnieuw die droom waarin alles nog moest gebeuren; de tocht naar Pisa, de storm, zijn onherkenbare lichaam aangespoeld op het strand van Viareggio.’

Deen geeft geen antwoord, wel wat aanwijzingen, maar laat het verder aan de lezer om uit te vinden dat het hier om Percy Byshhe Shelley gaat, de Engelse, romantische dichter die op 29-jarige leeftijd in zijn boot op volle zee om het leven kwam. Maar verreweg de meeste verhalen zijn geen puzzels waar de lezer met kennis van de geschiedenis zijn belezenheid kan toetsen. Bijna alle verhalen bevinden zich op het snijvlak van kennis en gevoel waarbij het met de toegankelijkheid van die kennis reuze meevalt. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Coenraad uit Wassenaar die in 1823 met Napoleon naar Rusland trekt en voor het vee zorgt. Het Franse leger loopt zich stuk op de meer dan barre winter en Coenraad ziet zijn koeien door het ijs zakken en verdrinken. De zo bekende, grote nederlaag wordt hier in enkele korte zinnen persoonlijk voelbaar gemaakt als Deen schrijft: ‘Toen was niets meer zoals thuis. Coenraad werd een hongerend dier. Struikelde een paard, dan vocht hij op de opengescheurde buik om de warme ingewanden.’

Het zijn dergelijke verhalen waar Deens aanpak het beste werkt en waarin een kruimel van de geschiedenis voelbaar wordt.  Waar de geschiedenis decor blijft en zijn schaduw over de diepst persoonlijke momenten laat vallen, zijn de verhalen op hun sterkst. Deen zoekt de verstilde berusting met eenvoudige, soms bijna poëtisch aandoende zinnen die nergens te groot of pompeus worden. Een enkele keer doet hij aan Nescio denken.

‘Er zijn geen woorden voor de boerenzoon, op zondag met zijn nicht aan het strand. Hij staat naast haar en zoekt naar woorden om te zeggen hoe lief hij haar heeft, of desnoods hoe de zee daar ligt in de warme bries en de onbewolkte zomer en hoe raar blauw het water is.’

Er is behoorlijk wat te genieten in Brutus heeft honger, zeker voor wie de tijd neemt om deze korte, plotloze verhalen tot zich te nemen. De lengte van de verhalen en de weinige bladzijden zijn wat dat betreft bedrieglijk. Deen weet juist die kleine momenten te vangen die bij het navertellen van de geschiedenis altijd verloren zullen gaan. Ook kruimels kunnen voedzaam zijn.

 

Omslag Brutus heeft honger - Mathijs Deen
Brutus heeft honger
Mathijs Deen
Verschenen bij: Thomas Rap
ISBN: 9789060058213
96 pagina's
Prijs: € 16,50

Meer van Machiel Jansen:

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg

Recent

12 december 2018

Poëzie met verhalend karakter

Over 'Abri' van Liesbeth Lagemaat
11 december 2018

‘Doorkijkblouse’ te alledaags voor een literaire schepping

Over 'Schipbreuk' van Marco Kamphuis
10 december 2018

René Appel stelt de lezer niet teleur

Over 'Dansen in het donker' van René Appel
9 december 2018

Mussen met longen als vliespinda’s

Over 'Wat huid is' van Peter du Gardijn
5 december 2018

Gevoelloos ronddwalen aan de zelfkant van Kopenhagen

Over 'Sus' van Jonas T. Bengtsson

Verwant