Bewegen om de wereld te kunnen begrijpen 

Recensie door Andrea Kučerová

Er gaat een zekere dreiging uit van de titel van de roman Tot het water stijgt (En attendant la montée des eaux) van Maryse Condé uit 2010, dat dit jaar in Nederlandse vertaling verscheen. De vertaling van Martine Woudt is prachtig, het boek meeslepend. Er is veel rampspoed maar – tot het water stijgt en de Caraïbische eilanden verslonden worden – ook een sprankje hoop. Maryse Condé is één van de grote stemmen van de huidige Franstalige literatuur. Haar oeuvre is zeer omvangrijk, verscheiden en volstrekt eigen: zij schrijft, zoals ze het zelf in een interview onder woorden bracht, in het ‘Maryse Condees’.

Daarmee schaart ze zich bewust niet bij de andere grote figuren van de Francophonie en claimt niet een politiek geëngageerde schrijver te zijn. Toch behandelt ze nogal splijtende onderwerpen zoals slavernijgeschiedenis, racisme, vluchtelingenproblematiek en heeft daar een geprononceerde mening over. Haar zienswijze wil ze echter niet op dogma’s baseren, maar veeleer op haar overtuiging dat de mens door zijn ontmoetingen en uitwisselingen met de ander gevormd wordt. Ook begrippen als ‘afkomst’ of ‘huidskleur’ kennen geen eenduidige definitie, maar fluctueren in tijd en plaats, permanent onderworpen aan wisselende invloeden en tegenstrijdigheden, waardoor niet voor eeuwig alles vaststaat. Reizen maakt deze blootstelling mogelijk en is dan ook voor Condé – maar ook voor haar personages –  van fundamenteel belang: je moet bewegen om de wereld te kunnen begrijpen. En dat is precies wat ook zij gedaan heeft.

Slachtoffers en onderdrukkers in beide kampen

Geboren in Pointe-à-Pitre op het kleine eiland Guadeloupe in een welgesteld ‘zo wit mogelijk’ zwart gezin, als laatste in een rij van acht kinderen groeit Maryse Condé op in ‘gecontroleerde vrijheid’, overladen met klassieke Franse literatuur. Er werd niet gemengd, maar kleur speelde geen rol, zegt ze over die tijd. Dat kleur er kennelijk wel toe deed, ontdekte ze pas veel later, wanneer ze in Frankrijk aan een prestigieuze school studeert. Voor de één is zwart zijn een identiteit die trots verdedigd en verheerlijkt moet worden (zoals voor de Martinikaanse dichter Aimé Césaire), anderen verzetten zich tegen het idee van een gemeenschappelijke zwarte identiteit: de Martinikaanse psychiater en denker Frantz Fanon stelde dat gekoloniseerde zwarte mensen een Europese, witte uitvinding zijn, een vloek waarvan zij zich met geweld moeten bevrijden.

Condé realiseert zich dat in haar opvoeding nou net de gemeenschappelijke factor van alle gekoloniseerde volkeren weggelaten werd, namelijk Afrika. Ze vertrekt er naartoe en verblijft er twaalf jaar. In die jaren vormt ze zich een genuanceerd beeld van de derde wereld, dat ze in haar boeken steeds opnieuw bespreekt. Koloniale mogendheden mogen dan wel vertrokken zijn, hun schadelijke invloed is gebleven. Maar hebzucht, collaboratie, expansiedrang beperkt zich niet tot één kamp en is mens eigen. Intellectuele en morele misère bij de Afrikaanse leiders leidde tot militaire staatsgrepen, waaruit dictatoriale regimes voortkwamen die de gewone man zeiden te bevrijden terwijl ze juist hem in grote ellende stortten. De migranten die vandaag de dag Europa blijven bestormen zijn er het bewijs van dat deze situatie nog steeds voortduurt, zegt Condé. 

Grande dame van de Caraïbische literatuur

Condé is een productieve schrijfster – misschien wel te productief, zei ze met zelfspot– die meer erkenning had willen krijgen. Grote literaire prijzen, zoals de Prix Goncourt zijn aan haar voorbij gegaan, van haar eigen geboorteland Guadeloupe kreeg ze naar eigen zeggen geen waardering. Toch heeft ze in 2010 voor Tot het water stijgt, haar op dat moment twintigste roman, de Grand prix du roman métis gekregen. Deze in dat jaar ingestelde prijs beloont  sindsdien jaarlijks de Franstalige roman die waarden als  rassenvermenging, humanisme en diversiteit bespreekt.

Maar de hoogste literaire onderscheiding kreeg ze met de alternatieve Nobelprijs in 2018, toen de reguliere uitreiking wegens interne problemen niet plaatsvond. Ergens zit ook hier iets wrangs in. Condé ziet het als haar taak van zwarte schrijver om respect en liefde voor het anders zijn over te brengen op haar lezers en om naar verbindingen te zoeken. Ze is een begenadigd verteller, die mooie frases, clichés en geromantiseerde beelden uit de weg gaat, maar de brute realiteit nuanceert door poëtische beschrijvingen, empathie voor de ‘loser’, ironie en een vleugje magisch realistisme. Deze ingrediënten maken haar verhaal toegankelijk en acceptabel voor de lezer die geboeid raakt en aan het denken wordt gezet. 

Variaties op de thema’s geweld en verplaatsing

De hoofdpersoon van Tot het water stijgt is verloskundig arts Babakar, van oorsprong Malinees, die het door burgeroorlogen en stamconflicten geteisterde Afrikaanse continent achter zich heeft gelaten en na veel rondzwervingen op Guadeloupe is gestrand. De roman begint op het moment dat hij tijdens een stormachtige nacht bij een bevalling geroepen wordt. De moeder blijkt zojuist overleden te zijn en Babakar besluit ter plekke zich de baby toe te eigenen. In Anaïs, zoals hij de pasgeborene zal noemen, ziet hij in een flits de kans om zijn leven, tot dan alleen getekend door verlies van dierbaren en buitensluiting, betekenis te geven. De enige constante in zijn leven tot dan is zijn overleden moeder Thecla, die hem in zijn dromen komt toespreken. Door haar blauwe ogen werd ze voor heks aangezien, een macht die ze ook na haar dood over Babakar behoudt. Hij is een milde, nuchtere man: ‘…ik was geen man met idealen. In mijn ogen bestond er geen overtuiging, geloof of ideologie die het waard was om voor te sterven.’ Door deze houding wordt hij echter een buitenstaander, een status die enerzijds afstand en wijsheid kan bieden, anderzijds een soort naïeve Candide van hem maakt, op zoek naar de beste van alle mogelijke werelden.  

Samen met de Haïtiaan Movar, en de Palestijn Fouad (die een Libanees restaurant runt) gaan deze drie ‘ontroostbare weduwnaars’, zoals Thecla ze spottend bestempelt, op zoek naar een plek waar ze horen, ‘Wat sommige sterke geesten ook zeggen, je hebt het nodig om een land te hebben.’ De drie ontwortelden vinden elkaar op Haïti, het eiland waar de doden naast de levenden blijven leven, al zijn ze slechts voor een zieneres-medium waarneembaar. Maar naast allerlei natuurgeweld– aardbevingen, overstromingen, wervelstormen… –  heeft corruptie, haat voor buitenlanders, blind geweld en verlies van elk moreel houvast ook hier alles ontwricht. In zijn onstilbare honger naar macht heeft de mens door zijn beestachtige misdaden die hij op zijn soortgenoten begaat ‘geweld’ en ‘vluchten’ tot eeuwige thema’s gemaakt.

Moins c’est plus/ Less is more

Maryse Condé laat Babakar onbevangen en meelevend naar de wereld (om hem heen) kijken en wijze observaties maken, ‘Onderdrukten worden onderdrukkers, zodra ze dat kunnen, en die laatsten worden vaak slachtoffers.’ Dan weer vraagt hij zich af, ‘Gaan paradijzen niet altijd verloren door de fout van mensen?’ Babakar verwoordt Condé’s verzoenend, ruimhartig perspectief, al was het alleen al door zijn beroep van verloskundig arts, personificatie van hoop en nieuw begin.

Toch worden deze waardevolle lessen vertroebeld door de grote drukte die in de roman heerst. Veel, te veel  personages – hoofdpersonen en talloze bijrollen –  worden gedetailleerd opgevoerd met allemaal een eigen, tumultueus parcours. De aandacht versplintert, het overzicht raakt kwijt. De verhalen tuimelen over elkaar heen, raken verstrengeld en ergens ontbreekt een bindmiddel dat het epos tot een betekenisvol geheel zou maken, waardoor de wijsheid ook bij de lezer zou kunnen nagloeien.

 

Omslag  -
Vertaling door: Martine Woudt
ISBN: 9789493081901
364 pagina's

Meer van Andrea Kučerová:

Recent

16 september 2021

De kracht van fictie

Over 'Het leugenlabyrint' van Paul Binnerts
15 september 2021

Leren van een vogel hoe te leven

Over 'Vlieglessen' van Charlie Gilmour
14 september 2021

Het beste is je over te geven aan de fantasie van de schrijver

Over 'Arc ' van Richard Osinga
13 september 2021

Puzzelen aan een zondvloedverhaal

Over 'Het Drogsyndicaat' van Mischa Andriessen
10 september 2021

Liefde voor het verborgene en mysterieuze in de natuur

Over 'Vesper' van Anne Broeksma

Verwant