Martijn den Ouden – Visioenen

Den Ouden lees je kwispelstaartend

Recensie door Hettie Marzak

Het lezen van een bundel van Martijn den Ouden is altijd een avontuur. Je wordt als lezer heen en weer geschud alsof je in een achtbaan zit. Den Ouden experimenteert graag met vorm en inhoud in zijn gedichten, heeft maling aan gevestigde opvattingen over wat poëzie zou moeten zijn en schept een geheel eigen universum naar zijn wil, waar alles mogelijk is en wetmatigheden niet bestaan. Hij zet daarbij de logica naar zijn hand, spreekt zichzelf tegen, schept verwarring en gaat vrolijk zijn eigen gang. De gedichten stralen brutaliteit en lef uit en wekken de indruk dat ze met veel plezier geschreven zijn. Dat gold voor zijn voorlaatste bundel Ruimtedagen, maar zeker ook voor de nieuwe bundel Visioenen.

Deze bundel is één lang gedicht, dat de lezer het best in één keer uitleest om de draad niet kwijt te raken. Alsof het een scenario van een toneelstuk is, wordt het verhaal verteld door meerdere stemmen, die aangeduid worden door hun naam boven de tekst. Alleen de ik-figuur, de belangrijkste rol, wordt niet speciaal aangegeven. Soms is ‘de dichter’ aan het woord, die een innerlijke monoloog houdt, maar het wordt niet duidelijk of dat dezelfde is als het lyrisch ik. Beurtelings spreken Jimi Hendrix, God, de dichter, een landschap en diverse andere kleine rollen. Er is zelfs een echte rei, een klassiek koor, dat als in een Griekse tragedie interrumpeert, waarschuwt, commentaar levert of alleen maar als echo fungeert.

Vreselijke dromen

De dichter wordt bezocht door vreselijke dromen. Jimi Hendrix, die na een ongeluk ‘de spreekbuis van God’ is geworden, komt hem vertellen dat deze dromen waarschuwingen zijn: ‘het wordt tijd dat jij je visioenen serieus neemt/ je bent een profeet/ dat je weet’. De dichter verzet zich hiertegen: ‘wanneer is het een visioen/ wanneer is het een onschuldige droom’. Jimi leert hem dat hij op vlinders moet letten: ‘de verschijning van een vlinder is altijd een visioen’. Er dwarrelen dan ook op verschillende bladzijden voldoende vlinders rond. De dichter moet, zeer tegen zijn zin, een profeet worden die de mensen moet waarschuwen voor een naderende catastrofe. Dit doet denken aan de profeet Jona uit het Oude Testament, die de opdracht krijgt van God om de inwoners van Nineve te waarschuwen wegens hun slechte gedrag. Ze moeten hun levensstijl beteren, anders zal de stad verwoest worden. Jona weigert om God te gehoorzamen en vlucht weg met een schip, de andere kant op. Net als Jona wil de dichter de opdracht niet aanvaarden: in een droom gaat hij naar de haven om weg te varen. Maar het schip dat aanmeert is niet voor hem bestemd:

op het dek staat een man
die schittert in een rood gewaad

in de flanken radslagen
mannen en vrouwen
in hysterisch gekleurde kostuums
met zwartgeschilderde
gezichten

koor
dus het is feest

Bijbelse citaten

De bundel wemelt van Bijbelse verwijzingen en letterlijke citaten. De religieuze symboliek is niet zo vreemd als je bedenkt dat Den Ouden de zoon van een predikant is. Zijn taalgebruik is doorspekt met plechtige en archaïsche uitdrukkingen die contrasteren met de gewone spreektaal: zinsneden als ‘mij is groot onrecht aangedaan’ worden gecombineerd met ‘er geen sjoege van hebben’. Er wordt niet alleen geciteerd uit de Bijbel: het gedicht ‘engelen schilderen met oorverdovend gekrijs de lucht in de kleur van bunkers’ is geschreven met deels woorden en regels uit de poëzie van Campert in opdracht voor een bijdrage aan een nummer van De Revisor. Maar ook andere dichters zijn ruimschoots vertegenwoordigd in veel intertekstuele verwijzingen. Er zijn dichtregels opgenomen die doen denken aan het werk van andere dichters, zoals Hugo Claus en Willem Hussem. Ze wekken niet de indruk dat ze noodzakelijk zijn, maar ze komen mooi in het gedicht van pas. Het kan bedoeld zijn als eerbetoon aan de betreffende dichters, maar het zou ook een grap van Den Ouden kunnen zijn om de lezer bij de les te houden.

De dichter vlucht een bar in en treft daar het gedicht/de vrouw/de god aan, naast wie hij plaats
neemt. Zij vertelt hem dat er weer een pandemie aankomt. Over een vaccin is zij niet enthousiast, want ‘het is juist de bedoeling dat er mensen doodgaan/ vanwege de overbevolking’. De dichter moet deze boodschap overbrengen en de mensen waarschuwen, maar hij heeft daar geen zin in. Dan laat het gedicht/de vrouw/de god een dreigend staaltje zien van haar goddelijke macht:

de vrouw
de god
dit gedicht

beweert dat ze de zon
in haar hond kan laten verdwijnen

hoewel zij misschien wel
de mooiste vrouw op aarde is
maakt ze zich volkomen belachelijk
met haar uitspraak

we lachen om wat ze beweert

de zon in haar hond

het is een kleine hond
daar past geen zon in

om zeven voor vijf
staat ze op het plein
en propt
met grof geweld
de zon in haar hond

terstond is het nacht
de hond gloeit

straalt licht
uit de bek
wanneer hij blaft

koor

jullie zijn gewaarschuwd

Het is de opmaat voor een wereldslachting. De vlinders en de zee, die eerst zo veelvuldig en uitbundig werden bezongen en die symbool stonden voor visioenen en zuiverheid, worden vervangen door bloedige geraamtes, vreemde beesten uit de zee, schroeiend vlees, brandende trommels. ‘nog even een bokje doodslaan/ om de wangen te sieren met / bloed’. De wereld wordt een pandemonium dat zijn weerga niet kent, als op ‘Het laatste oordeel’ van Jeroen Bosch. Er is geen ontkomen aan: het laatste gedicht in de bundel luidt:

met de fiets naar de Lada
met de Lada naar de toendra
van de toendra naar de zee

koor
zo zuiver is de zee

het water ingelopen
om van het gedonder af te zijn

en te worden gered
door een boot vol vluchtelingen

Wrange humor

De humor van Den Ouden is vaak wrang, zoals in de laatste strofe van bovenstaand gedicht. Hij houdt ervan om op die manier tegen heilige huisjes aan te trappen. Maar soms lijkt hij alleen maar om zich heen te trappen uit baldadigheid, uit branie, en wordt zijn humor flauw en melig. Zoals wanneer de dichter aan het gedicht/ de vrouw/ de god vraagt of Thierry de profeet niet kan worden. Hij krijgt als antwoord: ‘Thierry is – sorry dat ik het zeg – niet goed bij zijn hoofd/ hij begrijpt de boodschap niet of is mentaal te gemankeerd om/ die goed over te brengen’. Den Ouden wekt de indruk dat het hier om Thierry Baudet gaat, maar zonder diens naam voluit te noemen.

Sommige gedichten zijn hoogdravend, andere weer in alledaagse taal. Een aantal ervan lijkt buiten de bundel te staan, omdat ze weinig toevoegen aan het geheel, maar net zoals in een toneelstuk als ‘terzijdes’ beschouwd kunnen worden. Ook kunnen ze een intermezzo zijn in de lange tekst, waarna de aandacht weer gericht wordt op de hoofdzaak. Maar er zit vaart in de bundel die boordevol zit met vindingrijke, originele, verrassende beeldspraak, die zijn komisch effect niet mist. Jongehondenpoëzie kortom: enthousiast, meeslepend en plezierig.

 

 

Omslag Visioenen - Martijn den Ouden
Visioenen
Martijn den Ouden
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021482965
120 pagina's
Prijs: € 20,00

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hettie Marzak:

Recent

‘Zeg maar dat het geen visstick is’
17 januari 2024

‘Zeg maar dat het geen visstick is’

Over 'Een tafel bij het raam' van Mirthe van Doornik
Wijze én berekenende aforismen
16 januari 2024

Wijze én berekenende aforismen

Over 'De kunst van de voorzichtigheid' van Baltasar Gracián
Amerikaanse verlorenheid in beeldende snapshots
15 januari 2024

Amerikaanse verlorenheid in beeldende snapshots

Over 'Een dag als geen ander, verhalen' van Sam Shepard
Een ode aan de verbeeldingskracht
9 januari 2024

Een ode aan de verbeeldingskracht

Over 'Baumgartner' van Paul Auster
Klein leed onder een vergrootglas
8 januari 2024

Klein leed onder een vergrootglas

Over 'Winterverhalen' van Ingvild H. Rishøi

Verwant