Martien van Agtmaal – Het objectief

Veelomvattend debuut over aardige jongens en een raadselachtige foto

Recensie door Joke Aartsen

De debuutroman Het objectief van Martien van Agtmaal is goed geschreven, doet je regelmatig (grim)lachen en laat je als lezer achter met de nodige vragen en onzekerheden, zoals dat hoort bij goede literatuur. Centraal staan de stad Amsterdam en drie dertigers die tijdens een ijskoude februarinacht in 2012 een door drank doordrenkt feest vieren. Alcohol, hun vriendschap, hun relaties, anti-burgerlijkheid en jeugdig enthousiasme bepalen sfeer en inhoud van slechts één nacht. In vliegende vaart dat wel, want er moet groots, meeslepend en voorwaarts geleefd worden.

De drie protagonisten zijn David, Brecht en Reaux (Robert). Aardige jongens, maar met praatjes als hemelbestormers en met uitvretertrekjes. Brecht heeft een baantje onder zijn niveau bij een bedrijf dat elektrische stepjes verhuurt, Reaux werkt in een kringloopwinkel, de ‘kapitalistische ode aan bezit’. ‘De best bestede tijd is verprutste tijd’, is zijn adagium. David heeft weliswaar een docentenbaantje aan de universiteit maar hij wordt daar ontslagen. De vraag is hoe erg hij dat vindt, want diep in zijn hart wil hij wellicht als een Bavink liever kunstenaar zijn.

Het verhaal beschrijft een etmaal in de hoofdstad als het fictieve traditionele Nachtrustfeest gevierd wordt. Het wordt chronologische verteld, maar regelmatig onderbroken door verduidelijkende flashbacks, bijvoorbeeld naar Davids jaar aan de fotoacademie in Montpellier. Simultaan wordt Jessica in Afrika gevolgd, zij werkt daar voor Artsen zonder Grenzen, en Alexia, die met vriendin Noor net als de drie jongens ’s nachts door de ijskoude, feestende stad trekt. Zij heeft zowel David als Reaux ooit kort eerder ontmoet. David vat op deze avond door een herinnering aan haar een hevig verlangen naar haar op.

Foto

Davids belangrijkste kunstproject in zijn jaar in Montpellier was een serie foto’s van mensen in wie en waarin het ogenblik gevangen wordt. Hij fotografeerde voor dat project verstoord opkijkende mensen. Eén foto is leidend in het boek en in Davids handel en wandel, namelijk het portret ‘de voorbijganger’. Als hij zijn foto’s terug in Nederland bij de universiteit mag exposeren, blijkt een bezoekster er van onder de indruk. Ze vindt de foto van de roodharige man met sproeten ‘erg sterk’ en ziet dat hij over macht gaat. Een jaar later, op de dag van het Nachtrustfeest, herinnert David zich deze vrouw en haar naam. Ze heet Alexia en David ‘voelt’ dat hij haar moet zoeken en haar het portret moet gaan geven. In de nachtelijke queeste naar Alexia sleept hij de ingelijste foto in zijn rugzakje mee, kou, sneeuw en drukte trotserend, in de heilige overtuiging dat hij haar zal treffen en dat er dan nog meer in het vat zal zitten. Er is trouwens nóg iemand die wordt geraakt door het portret, namelijk bijfiguur Sydney, een androgyne spillebeen. Hij heeft er veel geld voor over, maar David verkoopt de foto niet. Wie is de geportretteerde, vraag je je als lezer tot dat moment af? En: gaan David en Alexia elkaar treffen?

Vriendschap en liefde

Vriendschap is een ander belangrijk thema in het boek. Vriendschap, is dat niet vooral ‘een beetje op elkaar passen?’, vraagt Brecht zich af. Of ze echt zo goed op elkaar passen kun je je afvragen. Wat ze wel doen is samen optrekken tijdens deze laatste februariavond waarop in de stad het Nachtrustfeest gevierd wordt. Eufoor viert Brecht hun gezamenlijkheid, het markeringspunt van het nu in hun geschiedenis, in een moment dat er echt toe doet. ‘Jong, gezond, blakend van zelfvertrouwen, mooi dus, gretig, alert.’ Maar onder hun vrije en onbeperkte leven gaat de nodige eenzaamheid schuil, dat is in alles voelbaar en merkbaar.

Brecht ziet David, die volgens hem de neiging heeft zijn vrienden soms als ‘vijandelijke linie te beschouwen’, als de zwakste schakel. Duidelijk is dat David het meest uitgevreten wordt, de rekeningen betaalt, de biertjes koopt. Brecht en Reaux gaan soms als een stel met elkaar om vindt David op zijn beurt. ‘Jullie lijken wel verliefd.’

Liefdesrelaties gaan deze jongens niet aan voor de eeuwigheid. Dat past absoluut niet in hun antiburgerlijke houding: ‘[…] je eigen vreten verdienen en als je je zaad niet bij je kunt houden ook dat van een paar anderen’ is een nachtmerrie en een ‘eindstation van dromen en ambities’. Het zijn dertigers van deze tijd die ageren tegen de ‘scheefwoners versus [de] woninglozen […] de jongen tegen de ouden’, die de revolutie prediken en een vaste baan als een vernedering beschouwen.

Vele motieven

Van Agtmaal speelt met vele motieven. Sommige lijken enigszins gezocht, zoals dat van de trein: het ‘eindstation’, de trein die zonder spoorboekje door een dal van rituelen uit voorbije relaties rijdt, de trein naar Den Haag als beeld voor vele alcoholische versnaperingen, ‘de machinist’ (de manipulatieve ex van Alexia), Davids gedachten die het treinspoor naar ontraadseling van praktische mysteries volgen en wielrenners die in een treintje langs sjezen. De onderwaterwereld, onder andere verbeeld in de kwal op de blauwe omslag van het boek, is een motief dat een zwaardere lading draagt, omdat het in deze roman met de dood flirt. ‘Als je helemaal kopje onder bent, voel je niet meer dat je in het water zit. Niets voelt dan nat’ zegt Brecht nadat hij uit bad komt. Dat klopt, ervaart David later.

Het poezenmotief is grappig en aardig bedacht voor wat betreft Jessica die vanuit Afrika dankzij een tracker haar abessijn in Amsterdam kan volgen – zoals de lezer de jongens volgt in hun nachtelijke trek door de stad – maar het is wat gezocht voor wat betreft alle andere poezen die langskomen. De roman wemelt ook van de intertekstualiteit. Er is een Vasalisproject in de Zuiderzee, een originele rol voor Mulisch bij het monument op de Dam en Kloos komt langs als Alexia zich in haar allerindividueelste emotie ‘een godin in het diepst van haar gedachten’ noemt.

Die overvloed aan motieven is misschien de enige kritiek op dit knappe debuut. De schrijver vertelt in een interview dat hij veel heeft geschrapt, maar dat hij zijn personages beter wilde leren kennen en om die reden ‘ontstellend veel’ over ze is gaan schrijven. Beide is gelukt in de bij tijden absurdistische roman Het Objectief. Het is een lezenswaardig, aanstekelijk en intrigerend debuut dat leest als een trein.

 

 

Omslag Het objectief - Martien van Agtmaal
Het objectief
Martien van Agtmaal
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot (2023)
ISBN: 9789028232068
336 pagina's
Prijs: € 24,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

1 reactie

  • Jan Koolman schreef:

    Helemaal eens – dit boek leest als een trein. Doorspekt met treffende observaties (met name van Amsterdam) en met realistische dialogen.





 

Meer van Joke Aartsen:

Recent

Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje
18 mei 2024

Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje

Over 'Oever' van Ludwig Volbeda
Zusterschap zonder macht van klasse of ras
17 mei 2024

Zusterschap zonder macht van klasse of ras

Over 'Feminisme is voor iedereen (herziene editie)' van bell hooks
Twee aan twee
15 mei 2024

Twee aan twee

Over 'De tranen van de stad' van Leo Pauw
Diepgravend onderzoek overschaduwd door zweverigheid
14 mei 2024

Diepgravend onderzoek overschaduwd door zweverigheid

Over 'Zwijgende vaders' van Tim Overdiek
Obsessief verlangen het verleden te reconstrueren
13 mei 2024

Obsessief verlangen het verleden te reconstrueren

Over 'Dit is jouw tijd' van Bertram Koeleman

Verwant