Mark Boog – Er moet sprake zijn van een misverstand

Een meester in zelfcorrectie

Recensie door Albert Hogeweij

Tien jaar na zijn debuut als dichter is er nu de vijfde of zesde bundel van Mark Boog, naar gelang men de dunne gedichtendagbundel van 2008, Alle dagen zijn van Liefde, erbij rekent. Intussen schreef hij ook een viertal romans. Een eigen toon had hij bij zijn debuut al gevonden en intensiveerde die in wat daarop volgde. Een toon waarmee hij de Grote Dingen des Levens, zoals: eenzaamheid, liefde, dood en verdere onvolkomenheden van het leven, op behoedzame en subtiele wijze aftast. Een eerlijke en heldere toon ook, waarvoor je makkelijk, misschien ook vanwege de aanwezigheid van ironie en het ontbreken van cynisme, sympathie voelt. Dit oordeel geldt ook zijn romans, want in zijn gedichten herkent men de romancier en in zijn romans herkent men de dichter. Toch laat Boog zich allereerst op zijn gedichten voorstaan. Naar eigen zeggen doet hij het proza er gewoon bij.

Dat Boog vaak leegte, daadloosheid, onvolkomenheid als uitgangspunt voor zijn werk kiest, zie ik dan ook niet als een onverschillig staan tegenover de genietingen des levens. Eerder vermoed ik dat de dichter zich er nu eenmaal prima door kan laten inspireren. De thermiek van de stilstand houdt Boog al tien jaar in de lucht. Hierin staat Boog niet alleen. Hoeveel dichters hebben de stilte niet als hoogste goed bezongen?

Hoe verhoudt een en ander zich tot zijn nieuwste bundel, Er moet sprake zijn van een misverstand? Welnu, wat over zijn vorige bundels is gezegd, kan onverminderd op deze nieuweling van toepassing worden geacht. De bundel is gescheiden in twee ongelijke delen (53 versus 26 gedichten), waar we blijkens een verklaring van de dichter zelf niet al te veel achter hoeven zoeken, behalve dat het tweede deel jongere aanwas betreft. En van hogere kwaliteit is, voeg ik eraan toe. In het eerste deel kom ik zeker zinnen, strofen of hele gedichten tegen die mij zeer bevallen. Bijvoorbeeld:

 Het Gemis

‘Het gemis, voor het gevoeld wordt,
bestaat al. Het heeft de moord
al op het gewetendie ongepleegd blijft ? de daad
als de vermindering van het woord,
ontijdig, ongelukkig, ongeveer.

Laat ons dus tot elkaar weerkeren.
Er stond ons niets in de weg,
en zelfs nu nog slaan de deuren open,
krijsen de vogels, stokt het vergeten.’

 

Maar ik had ook het gedicht Som kunnen kiezen:

‘Men omgeeft zich met de ruimte die nodig is
om ongelukkig te zijn. Niet dan stuurs
begaat men zijn handeling.
Achter zijn eindes aan beklemt men,

Haalt het slechtste uit zichzelf, vermenigvuldigt het,

een som zo schoon, zo mooi,
dat alles klopt.’

Mooie gedichten die hier en daar een beetje aan Faverey en Kouwenaar doen denken. Een mindere dichter bezwijkt aan zijn voorbeeld, maar de betere sterkt zich eraan. Toch staan in dit eerste deel enkele gedichten die wat vlak blijven. Zo verwoorden in het gedicht ‘Verslag’ de zinnen braaf de ontvouwde gedachte zonder dat ook maar één zin zich daartegen schrap zet. En zeker in het tweede deel kom ik op genoeg aangestreepte gedichten uit om van een geslaagde bundel te mogen spreken. Overigens ben ik allerminst van mening dat een bundel alleen maar the best of zou moeten bevatten. Van deze bundel kan geen gedicht gemist worden.

Een mooi en typisch ‘Booggedicht’ uit dit tweede deel vind ik Veel:

‘Welaan, weer buiten. Er is veel buiten.
Ziekbedgeuren hangen aan, vervliegen
maar langzaam. Ik ben door en door verrot.

 De lucht is geluk, en er is veel van. Veel
is ook verdwenen, ongemerkt en ?herroepelijk.
Ik zeg het anders: er is weg. Er is terug.

Het drukt op de ogen, het zware licht,
de wind doet rillen, het is een voorrecht,
een voorrecht zeg ik, om te leven. Wees

dankbaar, zeggen ze. De verjaardag,
de verre tante, het cadeau. Wees dankbaar.
Het kan stuk gaan maar het is nu nog nieuw,

je hebt het al maar het is nieuw. Mompel van
schoonheid en van vreugde, zeg: ‘het is te veel.’’

Aandoenlijk is de onbeholpenheid waarmee de net van een ziekbed verrezen ik zichzelf op de been houdt en de peptalk van derden herkauwt, om dan bijkans te bezwijken onder de attenties van een verre tante. Typerend voor zijn stijl is de afwisseling van over de versregel heenlopende zinnen met korte zinnetjes. Ook het spel van de herhaling van de woorden, die stelling gaan nemen in het gedicht. Een ogenschijnlijk strompelend gedicht, maar erg subtiel opgebouwd. Ook dat zien we veel bij hem.

De eeuwige strijd die de kunstenaar met de werkelijkheid heeft uit te vechten. Steeds ontglipt er iets, en onderwijl sluipt er ongemerkt iets onvolmaakts naar binnen. Zelfs bij zoiets als ‘een hond aan een ketting op een foto’ kan het nog verkeerd gaan.   Het volgende gedicht handelt over soortgelijk leed:

Betreffende begin

‘Elk begin is een vernietiging.
Elk perspectief op verre bergen, dalen,
doodt ze, legt ze vast in weliswaar bevallige
maar toch onhandige posities.

Nergens, dat is mooi, nergens dringt zich op
het onvermijdelijke alternatief.

Slechts is, maar snel vergeten,
weg de envelop nog ongeopend, het pakpapier nog intact,
het kind voordat het leert wat voor hem klaarligt,

de blik, de trieste blik, het onuitspreekbare
geluk dat afspat van begin
als vlokken marmer van een beeld
meesterwerk of niet.‘

Een stevig aforisme als inzet. Niets haalt het bij het begin dat nog niet begonnen is, het onbedorven kind dat nog niet door leren is aangedaan.

Een erg aardig gedicht, tot slot, heet enkel O:

O, het licht en de ochtend, hand in hand,
o de vroegte. Iets is weg, iets in mij,
en ik zie de voorlopigheid van de velden,
de voorlopigheid en de precisie.

Onzwaarte neemt bezit, en vliegen
nee blijven is wat ik doe. De huizen als struiken
staan verspreid over het land. Alles is natuur.
Een vroege morgen zoals alle, zoals deze’

Vanwege de aanhef ‘O’, valt het moeilijk dit niet ironisch te duiden (Boog hanteert hierin ook nog eens prachtig de stijlfiguur van de zelfcorrectie; hij is er een meester in), maar toch is de onderliggende lyriek er niet door verstikt. Het gedicht wint bij die dubbelheid. Een bijzonder geslaagd gedicht. Misschien wel het mooiste. Maar hij kan bij herlezing zomaar zijn koppositie moeten afstaan aan een ander gedicht. Veel is mogelijk in deze bundel. Dank daarvoor.

 

 

Omslag Er moet sprake zijn van een misverstand - Mark Boog
Er moet sprake zijn van een misverstand
Mark Boog
Verschenen bij: Cossee
ISBN: 9789059362680
96 pagina's
Prijs: € 18,90

Meer van Albert Hogeweij:

Recent

17 juli 2018

Legenden en leven

Over 'De vrouw met het rode haar' van Orhan Pamuk
13 juli 2018

Een oer-Vlaams bestaan, maar dan anders

Over 'Kroniek van een verzonnen leven' van Charles Ducal
11 juli 2018

Een ongrijpbare Kretenzische vrijheidsstrijder

Over 'Kapitein Michalis' van Nikos Kazantzakis
10 juli 2018

Het Koplandsiaans minuscule is de kracht in deze bundel

Over 'Houdingen' van Sylvie Marie
9 juli 2018

Nederland komt uit het buitenland

Over 'Rivierenland' van Sunny Jansen (auteur), Martin van Lokven (fotograaf)

Verwant