Marga Minco – Na de sterren

Bloemlezing als zelfportret

Recensie door Rob van Dam

Marga Minco (1920), een van onze meest succesvolle naoorlogse schrijfsters, heeft een kleine bloemlezing uit haar oeuvre samengesteld die onder de titel Na de sterren is verschenen bij Van Oorschot. Het is het derde deel in de mooi uitgevoerde serie ‘Gedundrukt door Van Oorschot’. Simon Carmiggelt en Annie M. G. Schmidt gingen haar voor. Opnieuw een auteur die niet tot het eigen fonds van deze uitgever behoort. Wat hebben deze uitverkorenen gemeen. Ongetwijfeld dat ze niet ‘exclusief’ zijn, niet voor de ‘happy few‘ schrijven, toegankelijk voor iedereen. Karel van het Reve heeft eens van Toergenjevs verhalen gezegd dat ze geschikt zijn voor zowel de lezers van Libelle als die van Tirade, en dat geldt ook voor deze auteurs. Verder hebben ze alle drie hun naam gevestigd in de jaren vijftig en hoorden ze niet bij een stroming of tijdschrift. Het zijn autonome grootheden. Een schrijver moet veel in zijn mars hebben om zo’n breed publiek aan te spreken.

Verhalen en romans

Na de sterren is als volgt samengesteld: eerst negen verhalen uit de periode 1940-1965, dan de roman Een leeg huis (1966), daarna dertien verhalen uit de periode 1968-2007 en tot slot het verhaal ‘Namen’ (1979). De eerste afdeling eindigt- en de laatste afdeling begint met een sprookje. ‘Namen’ is uit de chronologie losgemaakt. Het wordt bovendien als enige bijdrage voorafgegaan door een blanco pagina. Dat wijst op een doordachte compositie van de hele bundel. Wat valt daaruit op te maken. Het is de moeite waard daar stil bij te staan, want wie op hoge leeftijd een keuze uit eigen werk samenstelt, zegt toch eigenlijk zoveel als: ‘Dit ben ik’. De bloemlezing als zelfportret.

‘Namen’ gaat over de kindertijd. Dat Minco in een deels traditioneel Joods gezin in de provincie opgroeide, komt amper ter sprake. Wél dat ze als baby een kasplantje zou zijn geweest en dat ze tot afschuw van haar moeder bijna op 1 april was geboren en dat ze om haar naam, Sara, werd uitgejouwd. Ze ging zich Selma noemen, naar Selma Lagerlöff. Al voor de oorlog publiceert ze in de plaatselijke krant, onder pseudoniem. En dan komt de bezetting en daarmee de verklaring van de naam waaronder we Marga Minco kennen: ‘In de jaren van mijn onderduik was ik voor al mijn vrienden Marga en bij die naam heb ik het verder gehouden’.

Met deze woorden eindigt niet alleen het verhaal maar tevens het hele boek en ook de lezer die niets van Marga Minco wist, begrijpt dat de verwijzingen naar bezetting en jodenvervolging niet zomaar een decor zijn, zoals de Tweede Wereldoorlog dat bijvoorbeeld voor W.F. Hermans kon zijn, maar een door de auteur aan den lijve ervaren werkelijkheid.

Voer voor schriftgeleerden

‘Namen’ vertelt van kwetsbaarheid, de drang of noodzaak je schuil te houden en van een beginnend schrijverschap, en het verklaart de auteursnaam: geboren uit nood, een schrijversleven lang aangehouden. Ook uit de eerste afdeling, ’40-’65, blijkt die weloverwogen ordening. Minco zet daar het sprookje ‘Het lelijke knikkertje werd mooi’ (1940), aan het eind in plaats van aan het begin. Het is niet eerder in boekvorm verschenen en het is geen meesterstuk, oppervlakkig gezien een variatie op ‘Het lelijke jonge eendje’ van Andersen. Toch mocht het kennelijk in deze bundel niet ontbreken, en het moest kennelijk op deze plaats staan, dus net als ‘Namen’ niet op chronologische volgorde. Wat wil Marga Minco ons met de compositie van deze bundel, dit zelfportret, zeggen? Voer voor schriftgeleerden.

In ruim de helft van de verhalen en ook in de roman spelen de gevolgen van antisemitisme, bezetting, vervolging, onderduik, deportatie en Jodenmoord een rol. Dat verbaast niet, want daarin heeft Minco haar onderwerp gevonden en daar is ze beroemd mee geworden. Haar debuut Het bittere kruid is alleen al in Nederland bijna een half miljoen keer gedrukt.

Let wel, we lezen voornamelijk over de gevolgen voor de overlevenden, voor wie de wereld geschonden is en vaak onherbergzaam lijkt. Voor wie de doden juist door hun afwezigheid aanwezig zijn, en wier leven aanvoelt als een ‘leeg huis’. Misschien heet deze bundel ook daarom Na de sterren: na de bezetting, na de jodenster. De roman Een leeg huis is het middendeel van de bundel en vertelt van het ontregelde bestaan en zieleleven van twee overlevers van de onderduik. Het schuldgevoel jegens de gestorvenen. Het onvermogen het leven te hernemen. De moeizaamheid van relaties. De ene vrouw redt het niet, de andere ploetert voort. De roman eindigt heel terughoudend in majeur.

Afwezigheid van oorlog

Er zijn tien verhalen waarin de oorlog niet voorkomt. ‘Een voetbad’, laat een Roald Dahl-achtige humor en wreedheid zien. Het oergeestige ‘Vlinders vangen op Skyros’, waarin een schilder die te weinig meetelt in de bohème zijn status opkrikt met verzinsels die hij vervolgens tegen zijn zin, gedwongen is ten uitvoer te brengen. Het hartverscheurende ‘Iets anders’, over een huisvrouw die na een winkeldiefstal op het politiebureau ondervraagd wordt. Deze voorbeelden komen allemaal uit het gedeelte 1940-1965, waaruit blijkt dat Marga Minco, anders dan haar reputatie zou kunnen doen geloven, niet uitsluitend de schrijfster van de Jodenvervolging is en dat ook in de jaren vijftig al niet was.

De verhalen uit deze periode zijn sterker dan de latere. Vergelijk bijvoorbeeld ‘Iets anders’ (1957), met ‘Om zeven uur’ (1974), dan maakt het latere verhaal een wijdlopige indruk. Beide keren gaat het over een middelbare vrouw in moeilijkheden, maar in het oudere verhaal is de vertelling veel strakker gecomponeerd en daardoor veel aangrijpender. Ook blinkt dat verhaal uit door de feilloze aandacht voor ogenschijnlijk triviale details om de ontregelde gemoedstoestand van de hoofdpersoon te kenschetsen, een wonder van suggestiviteit.

Eén onderwerp is er in deze bundel dat vrijwel alle verhalen en ook de roman verenigt: de vrouw en haar eenzaamheid. Eenzaam in het huwelijk, eenzaam als vrijgezel. Met of zonder oorlogsleed. Soms op het radeloze af, meestal in de vorm van het besef, overdrachtelijke gesproken, een leeg huis te bewonen. Dit boek is een verademing, geen geschreeuw, veel wol. De verteltrant is helder, onopgesmukt, trefzeker. Zware stof wordt ingehouden verteld of slechts omzichtig aangeduid. Op haar best is Marga Minco een schrijfster ‘con sordino’. Dat geeft haar verhalen een grotere indringendheid dan trommels en trompetten.

 

 

Omslag Na de sterren - Marga Minco
Na de sterren
Marga Minco
Marga Minco kiest haar beste verhalen
Verschenen bij: Van Oorschot (2015)
ISBN: 9789028261112
303 pagina's
Prijs: € 24,90

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Rob van Dam:

Recent

Originele manier van vertellen van een tof wijf
24 juni 2024

Originele manier van vertellen van een tof wijf

Over 'Het leven is geen ponykamp' van Geraldine Suijkerbuijk
Soms moet je je gedachten poetsen
22 juni 2024

Soms moet je je gedachten poetsen

Over 'De weg naar morgenochtend' van Joke van Leeuwen
Verrassende en wijsgerige roman
21 juni 2024

Verrassende en wijsgerige roman

Over 'Over het zwijgen' van Roelof ten Napel
Krachtig essay-debuut
20 juni 2024

Krachtig essay-debuut

Over 'De wereld een lichaam' van Melani Reumers
Een eenpersoons fanfareorkest
19 juni 2024

Een eenpersoons fanfareorkest

Over 'Houdbaar' van Heere Heeresma

Verwant