Marek Sindelka – Materiaalmoeheid

Een gereedschapsset om te overleven

Recensie door Evert Woutersen

Onlangs was de documentaire Dance or Die (2016) te zien op televisie. Hierin werd het verhaal verteld van de Syrische danser Ahmad Joudeh (1990) die opgegroeide in het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk in Damascus. In 2015 was dit kamp het strijdtoneel van de oorlog in Syrië. Tussen de puinhopen en het oorlogsgeweld gaf Ahmad dansles aan de kinderen van Damascus. Meerdere mensen trokken zich het lot van Ahmad aan en richtten het fonds Dance for Peace voor hem op zodat hij zijn droom professioneel danser te worden kon waarmaken. Ahmad zegt in de documentaire: ‘Je hebt een goed leven als je je geen zorgen hoeft te maken. Als er geen slechte dingen gebeuren, als je veilig bent en er geen bommen vallen. Als er buiten geen mensen sterven.’

Ahmad kon aan de oorlogsellende ontkomen door zijn uitzonderlijke danstalent. Maar zijn verhaal is een uitzondering. Veel vluchtelingen zijn afhankelijk van mensensmokkelaars. Er zijn meerdere routes naar het veilig geachte Europa; Ahmad kwam per vliegtuig, anderen zijn aangewezen op routes over zee, in gammele bootjes, of over land. Een veelgebruikte route in 2015 was de Balkanroute. Vluchtelingen reisden via Griekenland, Macedonië en Servië naar Hongarije. De treinstations in Boedapest stonden dat jaar vol vluchtelingen. In hetzelfde jaar speelde zich een menselijk drama af. Eenenzeventig vluchtelingen, waaronder vijftien Syriërs, stikten in een koelwagen die via Oostenrijk op weg was naar Hongarije.

Materiaalmoeheid
De gebeurtenissen uit 2015 verwerkte de Tsjechische schrijver Marek Šindelka deels in zijn roman Materiaalmoeheid. De oorspronkelijke titel luidt Únava materiálu (2016), de Nederlandse vertaling kwam uit in 2018. Šindelka beschrijft in zijn verhaal de lotgevallen van twee broers – Amir en zijn naamloze broertje, aangeduid als ‘de jongen’ – die in Europa een veilige plek willen vinden. Het boek begint met de ontsnapping van ‘de jongen’ uit een detentiecentrum. ‘Hij stelde vast dat een detentiecentrum in niets verschilde van een gevangenis. Behalve misschien dat de meeste mensen in een gevangenis weten waarom ze daar zitten.’ Het is een vlucht in de nacht, over bevroren sneeuw en rivieren en in de barre vrieskou. ‘Ergens in het noorden zit zijn broer. Daar ergens wacht hij op hem.’ Het besef van tijd en plaats is verdwenen – drie maanden in een detentiecentrum, meerdere dagen in een winters bos.  ‘Hij wist niet meer hoelang hij onderweg was. Hoeveel dagen, maanden of misschien wel jaren er waren verstreken sinds ze op weg waren gegaan.’  Plaatsen zijn slechts aanduidingen – een bos, een rivier, een fabrieksterrein, een spoorwegemplacement. Wel duidelijk is dat hij in Europa is terechtgekomen. Europa is een kil en vijandig continent, omheind met een dubbel hek met scheermesdraad. ‘Europa: dat zijn corridors, snelwegviaducten, logistiek centra –  en vooral hekken.’

Terugblikken
Via terugblikken en herinneringen ontvouwt zich de geschiedenis van de jongen en van Amir. Na de bombardementen op hun geboortestad beseffen ze dat ze daar geen toekomst meer hebben: ‘ze zouden de ruïnes achter zich laten. Het leven hier was over.’  Amir sluit een deal met mensensmokkelaars om hen verborgen in een auto naar Europa te brengen.

Amir moet zich in een krappe holte onder de motorkap wurmen, in een uitsparing in het bovenste deel van de motor. ‘De uitsparing bood ongeveer net zoveel ruimte als een middelgrote koffer.’ De smokkelaar meet de ruimte op met zijn rolmaat om te zien of Amir erin past. Mensen als materiaal: ‘Het lichaam is een gereedschapsset om te overleven.’ Uiteindelijk ligt hij opgerold als een foetus in een motorblok. Ondertussen weet Amir niet waar zijn broertje is. ‘Hij moet toch in de buurt zijn, opgesloten in een ander deel van de wagen, in een ander deel van de machine die hen naar een nieuwe wereld moet brengen.’ Met de auto moeten ze met een veerboot de oversteek naar Europa maken. ‘Wat gebeurde er buiten? Hij had geen flauw idee hoeveel tijd er was verstreken. De tijd was tot stilstand gebracht. Of verliep tweemaal zo snel. Het speelde geen enkele rol. Alles wat hij nu nog had was adem, hartslag en duisternis.’
Hij komt bewusteloos met koolmonoxidevergiftiging uit het motorblok. ‘In een onbekende Europese stad werd Amir uit de motor geboren.’

Dood en verderf
Tijdens de vlucht door de sneeuw denkt de jongen terug aan zijn tijd in het detentiecentrum, hoe hij werd opgepakt, verhoord en vastgezet. Hij vertelt de rechercheurs dat hij met zijn broer Amir heeft afgesproken dat ze elkaar ‘ergens in het noorden’ zullen ontmoeten. De herinneringen zijn niet chronologisch: hij denkt terug aan de dag dat er op de stad waarin hij geboren was twee vatbommen vielen. De naam van het land wordt niet genoemd, net zo min als de naam van de stad. Ze komen uit een oorlogsgebied met steden in puin, een plaats van ‘dood en verderf’. De rechercheurs vertellen hoe ze hem vonden. Een tolk zorgt voor de vertaling: ‘Aan het eind van de zomer kregen we een melding over een vrachtwagen die aan de kant stond op de snelweg richting… (vrouwelijke tolk). Die stond daar kennelijk al een tijdje. Oorspronkelijk ging het om een koelwagen, dat was ook de reden… /…/ Het duurde een tijdje voor we je gevonden hadden.’

In de hoofdstukken over Amir lezen we de oorlogsverhalen van medevluchtelingen. Een naamloze man vertelt over de honger, over hoe mensen bladeren van de bomen trokken en ze kookten. ‘Amir had het allemaal al zo vaak gehoord, hij had het misschien wel zelf meegemaakt.’  Het is de hel van Dante. Uitgebreid en indringend is het verhaal van de 17-jarige Palestijn uit het Syrische Yarmuk die vertelt hoe hij een orgaan verkocht om zijn vlucht te kunnen betalen. Na de operatie is hij lichamelijk een wrak, met een gat in zijn rug en verslaafd aan pillen.

Šindelka gebruikt meerdere perspectieven in het boek. De verhalen van Amir en de jongen in de hij-vorm; het verhaal van de Palestijn in de ik-vorm. Bij alle personages is het beeld op de werkelijkheid vertroebeld – Amir door koolmonoxidevergiftiging; de jongen is afhankelijk van een tolk en de Palestijn is niet helder door de medicijnen.

Het lichaam als materiaal
Het boek maakt veel indruk door de indringende beschrijvingen van de ellende van oorlog en de zware lichamelijke omstandigheden waarmee twee broers in de winter tijdens hun vlucht naar Europa te maken krijgen. De plot is daaraan ondergeschikt. In deze roman gaat het vooral om de precieze beschrijvingen van fysieke reacties van het menselijk lichaam op onmenselijke omstandigheden: de gevoelens van claustrofobie onder een motorkap van een auto, de processen in het menselijk lichaam bij verstikking in een koelwagen.

Het menselijk lichaam is voor smokkelaars slechts materiaal – opmeten of een vluchteling in een holte onder de motorkap past; hoeveel vluchtelingen er in een koelwagen kunnen, of, in het geval van de 17-jarige jongen, organen als handelswaar. Wanneer bezwijkt het lichaam onder materiaalmoeheid? Mens, materiaal, machine – Šindelka heeft de vergelijking ver doorgevoerd: De jongen komt op zijn vlucht in een autofabriek terecht. Mens en machine worden bijna een door de beschrijving van de fabrieksarbeider die steeds dezelfde handeling moet verrichten. De volgende beschrijving doet denken aan Kafka’s Gedaanteverwisseling: ‘De montagelijn leek op een reusachtig insect dat op zijn rug was komen te liggen en zich vergeefs trachtte om te draaien. De machinepoten strekten zich uit, herhaalden steeds dezelfde beweging, opereerden feilloos en precies.’

In een interview met het Belgische MO Mondiaal Nieuws heeft Šindelka zijn bedoelingen toegelicht: ‘Ik wil dat mijn lezers de pijn van vluchtelingen voelen, de fysieke pijn. /…/ Op het niveau van het lichaam zijn we allemaal gelijk. Het stemt tot nadenken en kan, wie weet, wat gevoelens van solidariteit opwekken.’ In hetzelfde interview vertelt Šindelka dat hij zo min mogelijk informatie over zijn personages wilde geven zodat de lezer zijn ‘vooroordelen niet activeert.’ Het verhaal moet gaan over ‘een mens in Europa’, aldus Šindelka (interview met Pieter Stockmans, 16 juni 2018).

In een roman identificeert een lezer zich over het algemeen sterker met de personages als zij een naam hebben. De lezer is meer betrokken. Denk aan Ahmad Joudeh, de danser uit Syrië. Mensen werden geraakt door zijn persoonlijke verhaal en richtten een fonds voor hem op.
Šindelka’s boek staat vol knappe beschrijvingen. Bij een gebombardeerd gebouw: ‘Als een tand uit ontbloot tandvlees stak op de tweede verdieping de gootsteen van het scheikundelab de ruimte in.’  Bij zoeklichten die door de kieren in een houten vloer schijnen: ‘Zijn ogen puilden uit naar de lichtlemmeten die uit de spleten omhoog kwamen.’ Zijn beschrijvingen over mishandelingen bij een vluchteling zijn zo gruwelijk dat je als lezer het boek wilt wegleggen. Solidariteit met de vluchteling  opwekken is Šindelka’s doel, maar of hij dat met deze roman op deze manier bereikt is de vraag. Voortdurend sta je als lezer in tweestrijd: afhaken of doorlezen. Afhaken vanwege de beschrijvingen van geweld en verschrikkingen van de verstikkingsdood, doorlezen omdat je hoopt dat het goed komt met Amir en de jongen, dat zij zullen vinden wat Ahmad zo treffend verwoordde over een goed leven: ‘Als er geen slechte dingen gebeuren, als je veilig bent en er geen bommen vallen.’

Materiaalmoeheid is een intrigerend boek.

 

Marek Šindelka (1984) ontving in 2017 de Magnesia Litera Award, de belangrijkste Tsjechische prijs voor proza (Magnesia Litera 2017 za prózu).

Omslag Materiaalmoeheid - Marek Sindelka
Materiaalmoeheid
Marek Sindelka
Vertaling door: Edgar de Bruin
Oorspronkelijke titel: Únava materiálu
Verschenen bij: Das Mag
ISBN: 9789492478566
278 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Evert Woutersen:

Recent

15 november 2018

Het zoeken naar de juiste context

Over 'De verzuimcoördinator' van Nicole Montagne
13 november 2018

Schuld en geluk na val van de trap

Over 'Afgelegen' van James Wood
12 november 2018

Zwanger van dood

Over 'De lange droogte' van Cynan Jones
9 november 2018

Deze roman is een fantastische reflectie op het schrijverschap

Over 'Als de schaduw die verdwijnt' van Antonio Muñoz Molina
7 november 2018

Alzheimer en andere teloorgangen

Over 'Kleine helden zijn wij' van Stijn van der Loo

Verwant