Marco Kamphuis – Schipbreuk

‘Doorkijkblouse’ te alledaags voor een literaire schepping

Recensie door Adri Altink

In 2012 werd Havik van Marco Kamphuis ‘Boek van de Maand’ in DWDD. Het was zijn doorbraak bij het grote publiek. Dat publiek maakte daarmee meteen kennis met de schrijver zelf die flink wat autobiografisch materiaal in de roman stopte. We konden daarin de twaalfjarige scholier uit Driekerken, duidelijk herkenbaar als Kamphuis’ geboortedorp Uden, volgen. Diens wederwaardigheden rond zijn achttiende zijn het onderwerp van de nieuwe roman Schipbreuk. Zelfs de jaren lopen parallel: Schipbreuk speelt zich af in 1984, achttien jaar na 1966, het geboortejaar van Kamphuis.

Net als in Havik blijft de naam van de ik-figuur in de jaren 80-roman Schipbreuk verborgen, soms op een nadrukkelijke manier: ‘Ik gaf naar waarheid mijn naam op, en vervolgens mijn geboortedatum en adres. Altijd een valse naam opgeven, tenzij je in handen van de politie bent, had Austin gezegd’. Met zijn vaste vriendenkring doorloopt ‘ik’ het examenjaar op het gymnasium in zijn dorp. Ze ontwikkelen anti-autoritaire en anti-kapitalistische ideeën, die ze neerpennen in de schoolkrant. Die gaat na een kort bestaan ten gronde als ze in het blaadje verslag doen van een door hen gepleegde inbraak in de kamer van de rector; een daad die ze zien als een ‘aanslag op de structuur van het kapitalisme, op het politiek-economisch-ideologische personeel dat er de uitdrukking van is.’
Na de eindexamens valt de vriendengroep snel uit elkaar. Vier leden van de groep gaan in Nijmegen studeren. Onder hen zijn de ‘ik’ (Nederlands) en Philip (medicijnen). Die twee zullen elkaar blijven ontmoeten.

Oleander
De ‘ik’ worstelt met een grote verlegenheid. Hij is angstig in contacten en naïef in opvattingen. De verlegenheid uit zich vooral in zijn obsessieve oog voor vrouwen. Elk meisje dat in zijn blikveld opduikt wordt door hem eerst beoordeeld op haar vormen. Hij zou graag een echte vriendin en zijn eerste seksuele ervaring willen hebben, maar schrikt er steeds voor terug om initiatief te nemen. De frustraties die hij daarbij oploopt vergoelijkt hij met drogredenen die zijn gemoed moeten sussen. Daarnaast heeft hij de ambitie een groot schrijver te worden en ook daarover heeft hij opvattingen die tot komische conclusies leiden. Als hij bijvoorbeeld in Elle een foto ziet van de mooie Julia, voor wie hij zich zorgzaam uitslooft, ontdekt hij dat ze model is. Ze poseert op de foto in een tuin voor een welig bloeiende oleander. Dat inspireert hem tot een sonnet over die roze struik. Dan lezen we: ‘Ik had ooit gelezen over een boeddhistische monnik die verlicht werd door het louter aanschouwen van bloeiende bloesem. Dat gegeven was de kern van mijn gedicht. Ik kon de dingen toch moeilijk opschrijven zoals ze me echt voor ogen stonden. “Doorkijkblouse” was te alledaags voor het wezen van de literaire schepping, dat immers universeel en eeuwig was (zoals ik ook woorden als “auto” en “televisie” in mijn korte verhalen vermeed).’

Orwell
Ook de redenering die hij volgt als hij, om zijn angst te overwinnen, besluit te ‘durven stelen’, werkt op de lachspieren. Je kunt dan maar beter beginnen met iets kleins, bedenkt hij, en zijn keuze valt op de Penguinpocket 1984 van George Orwell. Hij komt erop omdat het 1984 is maar ook overweegt hij: ‘Of de te benadelen boekhandel werkelijk tot de verfoeide wereld van het grote geld behoorde wist ik niet zeker, maar Dekker & Van de Vegt had drie vestigingen en dat was voor mij kapitalistisch genoeg. Tegenover Orwells erfgenamen, die fortuin hadden gemaakt met een boek dat niet hun eigen verdienste was, voelde ik me niet bezwaard, en Orwell zelf bewees ik de ultieme erkenning dat ik uit duizenden te stelen boeken het zijne had gekozen.’
Van dit soort humor en ironie is Schipbreuk doortrokken. Er is veel meer in deze trant over de jaren 80 geschreven en het is dan ook bijna onvermijdelijk dat er wel eens een situatie tussen zit die je al eens ergens anders hebt gelezen of gezien. Zo is de scène die zich afspeelt bij de kassa, als de ‘ik’ met trillende benen zijn eerste Playboy koopt, ook al eens vergelijkbaar op toneel gezet door Herman Finkers. Toen betrof het condooms.

Verslaafd
Heel anders vergaat het ‘ik’s vriend Philip. Hij raakt in de studentenstad verslaafd aan de cocaïne. Hoe hij daartoe komt wordt in de roman niet uitgewerkt. Het lijkt of deze gebeurtenis louter in dienst staat van de biografie van de ik-figuur. Meer dan een feitelijk gegeven over Philip is het niet. En daarmee zijn we precies bij waar het in Schipbreuk eigenlijk aan ontbreekt. We kunnen uitvoerig meeleven met de hoofdpersoon, maar Philip, die staat voor een ontwikkeling in de groei van puber in een plattelandsdorp naar twintiger in een studentenstad in een heel andere richting, blijft erg wazig. Natuurlijk benadrukt dat juist de naïviteit van ‘ik’, maar je had Philip toch graag wat meer gevolgd: nu gooien de twee slotpagina’s van de roman toch wat plompverloren en overgedramatiseerd de deur dicht.

Havik en Schipbreuk zijn de eerste twee delen van een beoogde trilogie. We kunnen dus waarschijnlijk nog een kijk in het literaire (en huwelijks?)leven van ‘ik’ verwachten.

 

Omslag Schipbreuk - Marco Kamphuis
Schipbreuk
Marco Kamphuis
Verschenen bij: De Arbeiderspers (2018)
ISBN: 9789029525565
176 pagina's
Prijs: € 18,99

Meer van Adri Altink:

Recent

18 maart 2019

Op zoek naar geluk voor de mensheid

Over 'Icarië' van Uwe Timm
13 maart 2019

Reizen zit haar in het bloed

Over 'Zeeuws geluk' van Carolijn Visser
12 maart 2019

Met zwier verteld verhaal rondom twee moorden en een moestuin

Over 'Moord op de moestuin' van Nicolien Mizee
7 maart 2019

Kernachtige en vrijmoedige gedichten

Over 'Liefde, lust en verlangen in de Koreaanse shijo' van Samenstelling, vertaling en toelichting Boudewijn Walraven

Verwant