Marc Tritsmans – Alles is hier nog

Het dubbele gezicht van de eenvoud

Recensie door Mathijs van den Berg

Het komt niet vaak voor dat de bladspiegel van een poëziebundel regelmatig opgebouwde gedichten laat zien van louter terzetten of kwatrijnen. Bij de terhandneming van Alles is hier nog, de nieuwste bundel van Marc Tritsmans, valt dit daarom onmiddellijk op. Het heeft iets sympathieks. Dit is een dichter die zich niet verliest in pretentieuze gekunsteldheid, maar gewoon mooi vloeiende regels schrijft. Voor lezers die Tritsmans al kennen is dit geen nieuws. Alles is hier nog is Tritsmans dertiende bundel en is ook inhoudelijk heel vertrouwd. De bundel is opgebouwd uit vier delen die samen de menselijke levenslijn beschrijven. Het eerste deel heet dan ook ‘Beginnen’ en bestaat uit een reeks van elf gedichten van elk drie terzetten die de eerste levensdagen van een baby beschrijven.

Inlevingsvermogen

Opmerkelijk genoeg gebeurt dit vanuit het ik-perspectief, wat immers onmogelijk is omdat een zuigeling zich nog niet van de werkelijkheid bewust is. We kunnen een baby niet naar zijn ervaringen vragen, noch gaan onze herinneringen ver genoeg terug. Precies dat maakt deze gedichten bijzonder. De dichter stelt zich met groot inlevingsvermogen voor wat er door het hoofd van een zuigeling zou kunnen gaan, maar dat, vanuit de kennis en ervaring van de volwassene. Dit levert een spanningsveld op. In de eerste gedichten bevindt het kind zich zelfs nog in de baarmoeder.

‘Dit is het zijn in zijn zuiverste zin.
Er is nog geen tijd en er zijn nog
geen vragen en zo mag het altijd

 blijven maar dat kan ook hier dus
niet. Iets groots staat op stapel.
Er zijn tekenen dat de grot mij

 wil verjagen want wanden komen nu
dreigend op me toe terwijl het bonzen
angstaanjagend snel en almaar luider.’

Het verlangen naar geborgenheid is een bekend thema in Tritsmans oeuvre, dat ook in deze bundel regelmatig terugkomt. In prachtige, ritmische regels beschrijft de dichter minutieus het hele proces van geboorte, gevoed worden, het ontdekken van het eigen lichaam, om na de aanvankelijke vrees de opwinding van het leven te ontdekken: ‘De wereld rondom mij stopt niet met groeien / wordt almaar spannender, steeds meer moet / worden ontdekt: nooit wil ik hier nog vandaan.’

Levensverhalen

Het tweede deel, ‘Kleine verhalen’, heeft een anekdotische inslag. De toon is een stuk verhalender en ze gaan over de verwondering van alledag, over onderwerpen als natuur en muziek. Het zien van een bijzondere vogel, of het wonder wanneer voor je ogen een oude dame op een brancard door middel van een ladderwagen haar grachtenpand in wordt getild, alsof het om een tenhemelopneming gaat. Vaak gaan de gedichten over (zelf)relativering en dood. Van kleine drama’s als onmacht bij de plundering van een merelnest door een kat of een bespiegeling over een vliegtuigcrash waarbij niets anders overblijft dan ‘misschien nog een tas / ergens aangespoeld met daarin dit door zeewater / volmaakt geworden leesboekje’. Soms behelzen de verzen niet meer dan een gedachtespinsel: hoe komt het dat, terwijl gedurende ons leven al onze cellen en neuronen worden vervangen, wij toch als dezelfde worden herkend? Een enkel keer is de toon luchtiger, zoals wanneer de dichter erover mijmert Bachs Goldbergvariaties te spelen. (‘Wat ik wel zou willen kunnen’).

Deel drie bevat de tweede lange cyclus van de bundel, ‘Litanie van de tijd’, waarin Tritsmans filosofeert over de tijd. De nadruk ligt hierbij op de vergankelijkheid – het is tenslotte een klaagzang – een thema waar Tritsmans vaak over dicht. In de eerste gedichten slaat hij een woedende toon aan: de tijd is een ‘stilzwijgende vermorzelaar’, ‘een genadeloze pletwals’ en ‘wrede verbrijzelaar’, ‘Die geen enkele cel, geen enkele vezel / in ons weerloze lichaam ongemoeid laat. / Die ons onderwerpt en knecht en paait’. Maar algauw wordt de toon milder en wordt de tijd ook afgeschilderd als ‘de hondstrouwe, immer aanwezige / de machtige maker, de geduldige / opvoeder, de wijze leermeester’. We kunnen immers niet zonder tijd: ‘Ongrijpbaar, niets is de tijd / maar zonder hem waren / ook wij niets, was er nergens / iets.’

In het gedicht ‘Geen psalm’ dat op de cyclus volgt voegt Tritsmans als een soort noot hieraan toe dat de mens in het proces van vergankelijkheid zelf een kwalijke rol speelt door met zijn gedrag de aarde te vernietigen. Een thema dat Tritsmans in zijn vorige bundel Het zingen van de wereld uitvoerig behandelde.

Na aandacht voor de geboorte, de levensverhalen en het verstrijken van de tijd eindigt Tritsmans in het vierde en laatste deel ‘Eindigen’ met de dood. Tritsmans verhalen en bespiegelingen zijn steeds treffend geformuleerd en meestal herkenbaar. Tegelijkertijd vormt dit soms een bezwaar als het om inzichten gaat die weinig bijzonder zijn, zoals bij de bespiegelingen over de tijd. Soms wordt het zelfs sentimenteel, zoals in het gedicht ‘Het boek van mijn vader’. Hierin treft de ‘ik’ in een boek van zijn overleden vader diens naam op het schutblad aan ‘in nog altijd even koningsblauwe inkt’. De laatste strofe luidt:

‘Als een meteoriet uit vroegere warmere tijden
rust het boek van de vader hier nu schroeiend
in een hand die al begonnen is te lijken op de zijne.’

In een later gedicht kan de ‘ik’ zich dankzij een oude foto verplaatsen naar het Knokke van 1948 waarop zijn ouders jong, verliefd en hoopvol zijn te zien. Het is de sensatie waarnaar de titel van de bundel verwijst: Alles is hier nog

Even ademloos

Tritsmans drukt zich wel erg letterlijk uit en wanneer hij beeldspraak gebruikt, bewandelt hij gebaande paden. Neem het gedicht ’Deuren’, ‘Hoeveel deuren hebben zich zovele jaren / en zo vanzelfsprekend voor ons geopend.’ De deuren openen naar ‘werelden / waarin al die mensen die ons koesterden / die wij koesterden, voor altijd samen / en veilig waren, zo leek het.’ Het gedicht besluit met ‘Dezelfde deuren / nu gesloten, het paradijs voorgoed onbereikbaar.’ 

De kwaliteit van deze bundel ligt in de precieze bewoordingen, de fijngevoelige blik en het ritme van de poëzie. Tritsmans schrijft heldere taal in fraai lopende zinnen. Eenvoud is zijn kracht, maar ook zijn zwakte: de gedichten benoemen terwijl het om verbeelding zou moeten gaan. De gedichten zijn sterker wanneer er gekozen is voor een bijzondere invalshoek, zoals in de eerste cyclus. Andere voorbeelden zijn ‘Schrödingers kat’ en ‘Het gedrag van kwantumparen’ die respectievelijk uitgaan van een gedachte-experiment van de Oostenrijkse fysicus Erwin Schrödinger en een proef van de TU Delft ten aanzien van het gedrag van kwantumparen. In het sonnet ‘Stilte’ zorgt Tritsmans voor een bijzonder effect door stilte als persoon op te voeren. Dan ben je, met de dichter, even ademloos.

STILTE

Gisteren trof ik haar nog onverwacht.
In een afgelegen hoekje van de wereld
en de tijd lag ze blijkbaar door iedereen
vergeten en onaangeroerd terwijl ik haar

toch lang en steeds wanhopiger had gezocht
en wat me opviel: hoe loodzwaar zij hier
tussen de bomen hing, hun kruinen wat
liet doorbuigen en hoe zij overduidelijk

verongelijkt en op weerwraak belust
de wereld haar wil oplegde zoals je
iemand met een kussen welbewust

het ademen belet. De wind, de vogels
en ik, wij zwegen met ons allen
onder haar nietsontziend gewicht.

 

 

Omslag Alles is hier nog - Marc Tritsmans
Alles is hier nog
Marc Tritsmans
Verschenen bij: Nieuw Amsterdam (2020)
ISBN: 9789046827710
72 pagina's
Prijs: € 20,00

2 reacties

  • Robert Egeter van Kuyk schreef:

    Een stille, maar niet dode wereld temidden van rumoer en taalverwarring; er heersen herfstkleuren, je kunt er op adem komen.

  • Joke van Overbruggen schreef:

    Deze recensie en de omslag van “Alles is hier
    nog” maakt me nieuwsgierig naar de inhoud





 

Meer van Mathijs van den Berg:

Recent

6 mei 2021

De strijd tegen het fascisme, een getuigenis

Over 'De slag' van Arturo Barea
5 mei 2021

Geluk schuilt in het ontdekken van schoonheid

Over 'De laatste dag van de koning' van Sander Kollaard
4 mei 2021

Weerbaarheid en seksueel misbuik in de sportwereld

Over 'Ik kies Elena' van Lucia Osborne-Crowley
3 mei 2021

Coming of age van een laatbloeier

Over 'Mooie vrienden' van Martijn Jas
30 april 2021

Een uitbundige stoet van dromen, visioenen en nachtmerries

Over 'De droom van eb inkt diervoer' van Erik Bindervoet

Verwant

Boom