Marc Jansen – De toekomst die nooit kwam

‘Weg met de boeven en dieven aan de macht’

Recensie door Huub Bartman

Marc Jansen laat in De toekomst die nooit kwam zien wat de kracht is van schrijven vanuit een duidelijke visie op – en probleemstelling bij een beoogd onderwerp, in dit geval de geschiedenis van de Sovjet-Unie en zijn opvolger het huidige Rusland. Hij ontsnapt zo aan een wijdlopig chronologisch overzicht. In een sobere schrijfstijl zet hij beknopt uiteen voor welke problemen het land op dit moment staat als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die het in de twintigste eeuw heeft doorgemaakt. Dit kan alleen als de schrijver gepokt en gemazeld is in de materie die hem voor ogen staat. Welnu, dat is inderdaad het geval.

Tuinieren

Zoals de titel aangeeft, sluit Jansen aan bij de belofte van een beter leven, een betere wereld die de Russische Revolutie volgens haar aanhangers zou moeten brengen. Trotski zei in de lente van 1918: ‘Wij gaan hier, in deze wereld, het paradijs bouwen, voor iedereen, voor onze kinderen en kleinkinderen voor altijd’. Dit grenzeloze idealisme is kenmerkend voor die tijd en lijkt wel een laatste stuiptrekking van het 19e-eeuwse positivisme. Sjeng Scheijen gaat hier omstandig op in in zijn nieuwste boek De avantgardisten. Dit optimisme is overigens niet alleen kenmerkend voor Russische revolutionairen. Ook in andere landen vond de Revolutie onder intellectuelen en arbeiders veel weerklank. Stalin echter bleek al snel wat praktischer: ‘Bij het bouwen van dit schitterende paleis van de toekomst moest wel goed worden opgelet. Tussen zijn stenen kon onkruid de kop opsteken, dat diende te worden gewied.’ Hoe dat ‘wieden’ in zijn werk is gegaan, maakt het vervolg van het boek duidelijk. Dat ‘wieden’ blijkt overigens niet alleen het voorrecht te zijn geweest van Stalin, maar is onlosmakelijk verbonden met de Revolutie en al haar protagonisten. Stalin was wel de beste tuinier en Lenin zijn uiterst bekwame leermeester.

Een schrijnend voorbeeld van die terreur, bij het lezen waarvan je bijkans de tranen in de ogen springen, geeft Jansen aan de hand van zijn beschrijving van de laatste jaren van Varlam Sjalamov, schrijver van zo’n 150 indrukwekkende verhalen over zijn meer dan twintigjarige verblijf in de kampen van Kolyma:

‘De drie slotjaren van zijn leven bracht hij door in een armetierig bejaardenhuis in een buitenwijk van Moskou. Op zijn kamer had hij de kampwereld nagebootst en pakte hij ook de bijbehorende gewoonten weer op. Het eten dat zijn bezoekers meebrachten at hij schielijk op, wat overbleef verstopte hij onder zijn hoofdkussen. Hij vroeg hen zelfs inkopen te doen in de kampwinkel.’

Solzjenitsyn of Memorial

Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie komt de vraag naar boven of de Revolutie onontkoombaar was en hoe het mogelijk is geweest dat het land daardoor in het ongerede is geraakt. Over de onontkoombaarheid daarvan blijkt verschillend geoordeeld te worden. Dat Rusland aan het begin van de twintigste eeuw aan de vooravond stond van grote veranderingen, daarover is iedereen het eens. Maar of dit noodzakelijkerwijs tot de Revolutie heeft geleid, wordt betwist. Populair blijkt de zienswijze van Solzjenitsyn dat Rusland het slachtoffer is van een ‘progressieve ideologie die aan het eind van de negentiende eeuw vanuit het Westen op Rusland afvloog’: Moedertje Rusland kapotgemaakt door Westerse intellectuele denkbeelden.

Jansen wijst erop dat dit soort denken een kritische kijk op het eigen verleden in de weg staat, een kritische zelfreflectie die onontbeerlijk is om in het reine te komen met het verleden en vooruit te kunnen kijken. Ten tijde van de glasnost kwam het tot enkele pogingen om werk te maken van die kritische zelfreflectie. Vooral Memorial, een instelling die zich bezighoudt met onderzoek naar het Sovjetverleden, speelt hierin een hoofdrol: ‘Maar het verleden leeft voort in het heden, daarom is Memorial een politieke beweging, want de dag van vandaag heeft niet afgerekend met de dag van gisteren’. Juist deze politieke lading leidt ertoe dat Memorial, en in haar kielzog alle onafhankelijke media, onder Poetin steeds meer aan banden gelegd worden.

Patriottische canon

Kenmerkend voor het beleid van Poetin is, wat Jansen noemt, ‘de patriottische canon van het Grote Rusland: een glorieuze geschiedenis, niet onderbroken door een storende revolutie’, waarvan de wortels liggen in het Westen. Vandaar het ogenschijnlijk tegenstrijdige fenomeen dat zowel tsaar Nicolaas II, inmiddels heiligverklaard door de Russisch orthodoxe kerk, als Stalin kunnen rekenen op de nodige populariteit. Ondanks zijn fouten geldt Stalin toch als de man die Rusland het industriële tijdperk heeft binnen geloodst en het fascistische Duitsland heeft verslagen in wat is gaan heten ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’. Zijn pact met Hitler, zijn falen in de voorbereiding op de oorlog en zijn oorlogsmisdaden – bijvoorbeeld de moord op de Poolse officieren in april/mei 1940 – worden daarbij gemakshalve vergeten. Een peiling uit het najaar van 2018 wijst uit dat vierenzeventig procent van de Russische jongeren van achttien tot vierentwintig jaar nog nooit heeft gehoord van de repressies onder Stalin.

Veel hooggeplaatste Russen zijn het moe altijd maar weer die narigheid over de Sovjettijd te moeten aanhoren. ‘We moeten begrijpen’, aldus zo’n hooggeplaatste, dat we een grote natie zijn, een groot volk. Miljoenen mensen hebben hun leven gegeven voor de Sovjet-Unie, hele generaties hebben deze staat opgebouwd, en we kunnen dat niet doorstrepen, zwartmaken en er tegenaan trappen’. Dit botst met de verlangens naar gerechtigheid van vele slachtoffers van de terreur en hun nazaten, met de nog altijd voortdurende terreur tegen hele volksstammen, waarvoor het bewind van Poetins zetbaas in Tsjetsjenië, Ramzan Kadyrov, als exemplarisch kan gelden.

Poetin bedankt

Jansen maakt in zijn boek duidelijk dat de spanningen in het Rusland van Poetin steeds groter worden en dat de huidige machthebbers geen enkel idee hebben over de toekomst. Het land lijkt af te stevenen op een nieuwe omwenteling. De oppositie rond figuren als Alexej Navalny lijkt sterker te worden, maar aan de andere kant kan Poetin rekenen op steun van veel gedesillusioneerde mensen die niet zozeer hopen op een betere toekomst als wel op een niet slechtere: ‘Dat mensen niet worden vermoord of zonder reden gevangengezet, dat salarissen worden uitbetaald, dat de winkelschappen vol liggen: dat is pas geweldig. Poetin, bedankt daarvoor.’ De toekomst die nooit kwam, een mooie titel voor een goed boek. 

 

De titel boven deze recensie is een citaat van Alexej Navalny

 

Omslag De toekomst die nooit kwam - Marc Jansen
De toekomst die nooit kwam
Marc Jansen
Hoe Rusland worstelt met zijn verleden
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot
ISBN: 9789028290044
176 pagina's
Prijs: € 20,00

Meer van Huub Bartman:

Recent

11 december 2019

De dromende dichter

Over 'In het ene oog de maan, in het andere de zon' van Paul Éluard
9 december 2019

Een ode aan de cyclus van het leven

Over 'Levenslust' van Joke van Leeuwen
5 december 2019

Duistere kanten van het menselijk bestaan

Over 'Een oude geschiedenis' van Jonathan Littell
4 december 2019

De donkerte onder het genot

Over 'Zwarte schuur' van Oek de Jong
3 december 2019

Spannende portretten van gewone mensen

Over 'Nederzettingen' van Sanneke van Hassel

Verwant