Maarten 't Hart – Johann Sebastian Bach

‘Bach is het enige excuus voor het christendom.’ (‘)

Recensie door Huub Bartman

Een schot in de roos blijkt de Kruidvateditie van het boek Johann Sebastian Bach van Maarten ’t Hart uit 2000 te zijn geweest. 120.000 exemplaren gingen in een mum van tijd over de toonbank. Heel Nederland leek van Kruidvat, Bach en zijn profeet te houden. ’t Hart ontving honderden brieven van volgelingen van Bach, waaronder ook critici van de interpretatie van Maarten ’t Hart. Nu dus een herziene uitgave, waarin Maarten ’t Hart ingaat op de vragen van zijn criticasters, en zijn boek inhoudelijk actualiseert. Zo heeft hij hoofdstukken toegevoegd over de Goldbergvariaties en Die Kunst der Fuge, een klein compendium waarin alle cantates worden besproken, en de Bach-literatuur sedert het jaar 2000 bijgewerkt. 

Wie is dit genie?
Duidelijk wordt dat er over het leven van Bach buitengewoon weinig bekend is, terwijl iedereen er naarstig naar op zoek is. Dit leidt tot speculaties over de persoon Johann Sebastian Bach. Als een echte historicus ontrafelt ’t Hart allerlei mythes die er over Bach de ronde doen. Hier heeft hij duidelijk plezier in. Was Bach een onhebbelijke bruut, opvliegend van aard of juist een aardige man? Betoonde Bach zich een hielenlikker tegenover zijn broodheren? Was Bach een buitengewoon godsdienstig man, die dagelijks leefde in de vreze Gods of bood de Kerk hem slechts een broodwinning? 

’t Hart en Bach
Een boek lezen over Bach kan niet zonder te luisteren naar Bach. ’t Hart zal daar waarschijnlijk aan toevoegen -zonder Bach te spelen. Helaas is niet iedereen die kunst machtig en zullen de meesten het moeten doen met luisteren naar. ’t Hart is er in geslaagd door het schrijven over Bach meer diepgang te geven aan het luisteren naar Bach en dat is een grote verdienste. De Matthäus Passion mag zich verheugen in een enorme populariteit in een geseculariseerd Nederland. Kennelijk kun je dus van Bach houden zonder een gelovige Christen te zijn. ’t Hart zelf noemt zich ‘ongelovig als een steen’. In het hoofdstuk ‘De vijfde evangelist’ gaat hij omstandig in op de vraag naar de relatie tussen Bach en het evangelie en komt uiteindelijk tot de conclusie dat je op grond van de bronnen en zijn muziek niet tot de conclusie kunt komen dat Bach zelf een bijzonder godsdienstige intentie had met zijn muziek. Het is, aldus ’t Hart, zelfs zo dat diepgelovigheid wel eens een sta-in-de-weg kan zijn voor een goed begrip van de muziek van Bach. Hoewel het een feest is te mogen delen in de kennis van ’t Hart over Bach en hij er, middels een goede pen, zeker in slaagt mensen te enthousiasmeren voor de muziek, komt er gaandeweg het lezen toch ook een zeker gevoel van onbehagen naar boven. 

’t Hart of Bach?
Waar gaat het boek nou eigenlijk over, over Bach of over Maarten ’t Hart? ’t Hart blijkt een gelovige, niet in god, maar in Bach. En zoals met alle boeken geschreven door gelovigen over hun idool, het gaat op een gegeven moment storen, bijvoorbeeld in het verhaal dat hij vertelt aan het begin van het hoofdstuk over ‘De Concerten’. Hij geeft daar een beschrijving van een scène waarin hij tijdens zijn studiejaren op bezoek is bij een jaargenoot die in een winkel woont. 

Met nog een derde jaargenoot zaten zij in de etalage, buiten stortregende het. Er staat muziek aan. De jonge Maarten herkende meteen wat het was. onmiskenbaar, dat was Bach! Hij raakte in vervoering. De vrienden zagen het en staakten hun gesprek. Tranen biggelden inmiddels gestaag over Maartens wangen. Hij verzucht: ‘Waar vind ik woorden om te beschrijven wat ik destijds onderging?’

Het betreft hier natuurlijk een prachtig, haast Bijbels beeld: drie jongens in een etalage, regen buiten, tranen binnen, de vervoering van de één en de herkenning van de anderen. Deze haast religieuze ervaring zou je ook kunnen afdoen als dweperij, maar dat is toch te kort door de bocht. In ieder geval zegt het veel over Maarten ’t Hart. Je zou het ook heel openhartig kunnen noemen. Daarin ligt ook het bijzondere karakter van het boek. Het is sterk autobiografisch. Het boek maakt duidelijk dat je ’t Hart niet kunt kennen zonder je te verdiepen in Bach, maar het is de vraag of de lezer daar naar op zoek is en niet veel meer naar Bach alleen. ’t Hart lijkt soms een beetje in de weg te zitten. Maar goed, hoe het ook zij, het luisteren naar de cantates aan de hand van het toegevoegde compendium brengt de lezer zowel dichter bij Bach als bij Maarten ’t Hart.

 

 (‘) (Dorinde van Oort, M. ’t Hart, Johann Sebastiaan Bach blz. 103)

 

Omslag Johann Sebastian Bach - Maarten 't Hart
Johann Sebastian Bach
Maarten 't Hart
Verschenen bij: De Arbeiderspers (2018)
ISBN: 9789029524186
304 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Huub Bartman:

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden

Recent

17 juli 2018

Legenden en leven

Over 'De vrouw met het rode haar' van Orhan Pamuk
13 juli 2018

Een oer-Vlaams bestaan, maar dan anders

Over 'Kroniek van een verzonnen leven' van Charles Ducal
11 juli 2018

Een ongrijpbare Kretenzische vrijheidsstrijder

Over 'Kapitein Michalis' van Nikos Kazantzakis
10 juli 2018

Het Koplandsiaans minuscule is de kracht in deze bundel

Over 'Houdingen' van Sylvie Marie
9 juli 2018

Nederland komt uit het buitenland

Over 'Rivierenland' van Sunny Jansen (auteur), Martin van Lokven (fotograaf)

Verwant