Maaike de Wolf – De dansvloer is van iedereen

Iedereen en niemand in het bijzonder

Recensie door Juul Martin Williams

Het poëziedebuut van Maaike de Wolf De dansvloer is van iedereen,  leest als een ensemblefilm; een mozaïekverhaal samengesteld uit meerdere kleine verhalen. Denk aan Love Actually, Alles is liefde, The Family Stone, Notting Hill. En dan vooral die scène waar Hugh Grant met zijn ziel onder de arm door vier seizoenen loopt. In dit geval is het geen man, maar een jonge vrouw in een grote stad, en wie ze daar zoal tegenkomt. Voor liefhebbers van dit soort vertellingen is het een genoegen om te lezen, om mee te dwalen door die stad, de straat met de döner kebab-tent, biologische groenteboer, Starbucks op de hoek.
‘Ze waarschuwt me voor de middelmaat, drukt me op het hart scherp te blijven en niet te / verdwijnen tussen de juwelier met wansmaak en de failliete platenzaak.’

De Wolfs poëzie dwaalt zo ver naar haar buitengrenzen dat het raakt aan verhalend proza. En zo leest het ook, als miniatuurverhalen, met een begin, en einde en daarin een minuscuul klein plot. Niettemin een verhaal. Maar wel met de vrije interpunctie en opmaak die poëzie eigen is. Vier blokken van ongeveer gelijke lengte, voorafgegaan door twee losse gedichten waarvan niet duidelijk is waarom ze niet in een van die blokken zijn ondergebracht. De meeste titels bestaan uit slechts een woord: Plek, Vis, Idee, Woensdag, We, Party, Prognose. Afgewisseld met titels zoals gedichten ze verdienen. Speels, origineel, cryptisch: Logboek tropisch eiland, De dirty dancer en ik, De nacht ft. Harry Mens.

Dwalen door een dichtbevolkte stad

Niet enkel de dansvloer is van iedereen, ook de straat, de bankjes in tram en metro. Een bevolkte stad is het, anoniem in de uitgestrektheid, de diversiteit, de veelheid van naamloze mensen. Intiem in de ontmoetingen, in de namen en eigenaardigheden die gekend zijn. Of die men te weten komt, omdat de ander – al dan niet met naam – een openheid aan de dag legt die door weer anderen als schaamteloos kan worden ervaren.

‘Maria

 Ik zei nog: ik ben Maria niet,
 maar het eerste waar ik aan dacht (zijn vrouw)
 was het laatste waar hij aan dacht en voor ik het wist
 stond ik tegen een afwasmachine die nog warm was.

 Uit angst voor bewijzen betaalde hij niets en dus was ik degene
 die het eten kocht en beloofde – om argwaan te voorkomen –
 me exact zo te bewegen als voorheen.

 Af en toe moest ik even kijken als hij boven op me lag,
 omdat ik de kleur van zijn ogen vergat. Als ik klunzig deed, zei hij:
 een echte roker krijgt hem onder alle omstandigheden aan.

 Er zijn mannen, zo blijkt, die nauwelijks bloeden en steeds vaker
 twijfelde ik of ik überhaupt een roker was.’

In deze urban jungle legt de hoofdpersoon – bijna alle gedichten zijn vanuit eenzelfde ik-figuur geschreven – de laatste meters af van adolescentie naar volwassenheid. In een setting waar die stappen door veel jonge mensen gezet worden, met alles wat daarbij hoort. Het verloren lopen in half gekende systemen, onhandige afspraakjes, uit de hand gelopen feestjes en het bij gelegenheid wakker worden in een onbekend bed.

Gewoon mensen

‘Er is ook liefde

 Mijn eerste nachten in een nieuwe stad
 waar ik wakker onder de balken lig
 en een storm over mijn dak trekt.

 Op de verdieping onder mij bestiert een narcist
 zijn harem van drie, waar hij ‘hond’ tegen schreeuwt
 wanneer ze zich als dieren gedragen.
 Een huwelijk

 met een verlamde kunstenaar die – elke dag
 naar buiten gereden – als uithangbord fungeert

 met de zwakste van hem, die binnenkort
 de wereld af gaat vallen – het duurt.

 Er is ook liefde
 niet voor mens, maar voor wollen truien,
 een obsessieve pas, naderend gerinkel.

 De derde zegt: er stond een zwarte man
 in de gang vannacht we dachten
 dat het een inbreker was.’

Ontmoetingen vormen de rode draad. Ontmoetingen met echte mensen, of niet; met echte lijven, of niet; in echte kamers, of niet. Met op de vloer een landschap van kapotte huisraad, gereedschap en losse onderdelen, uitgetrokken kleding; het allergewoonste, dagelijkse: boerenkool, gehaktballen, dubbelvla. Dat alles beschenen door flikkerend blauw computerlicht van chatboxen, met ook daar ontmoetingen, en allemaal zijn ze zo rafelig als het leven zelf. Het gaat steeds om identiteit die lang niet zo helder en eenduidig is als we vaak hopen. En als we zelf niet eens weten of we af zijn, hoe moeten we dan onze zinnen afmaken.’
Wat ik doe: / kijken naar de ander / één hand voor mijn oog, één hand op mijn rug. // Ze laat zich in delen bij me achter / in de hoop er na een tijdje helemaal te zijn. // Soms ademen we samen, we denken: / niet te vaak voorlezen, samen liggen, kruipen, / sinaasappels persen, gehakt rullen, rustig aan, / het hout aftasten.’

Dan is het maar goed dat De Wolf, anders dan veel dichters van haar generatie en evengoed nog vrijblijvend, wel kiest voor interpunctie. Dan staat er in ieder geval een punt aan het eind van al die niet afgemaakte gedachten.

Onbevredigende onvoltooidheid

Van veel situaties die worden beschreven, krijgen we als lezer niet te weten hoe het afloopt. Maar precies in die onvoltooidheid – die gepaard gaat met een prettig soort ongenoegen – raken de gedichten aan het leven zoals het is. Immers, als we vanuit de tram kijken naar een burenruzie, een kroegbaas die een dronken klant de deur uitwerkt, een moeder die haar kleuter overeind helpt en troost, dan weten we ook niet hoe het verder gaat zodra de tram zich weer in beweging zet.
Of in het echt, of in computerbeelden, fragmentarisch en flikkerend, als een lampje dat bijna de geest geeft, zó zien wij het merendeel van mensenlevens gebeuren. En in die weerspiegeling zien we vaak ook ons eigen leven.

Tegelijk schuilt in dat gratuite, in dat niet-afgemaakte het risico dat de dichter de aandacht van de lezer niet overal consequent kan vasthouden. Bij het woord ‘iedereen’ laat zich al gauw ‘niemand in het bijzonder’ aanvullen. Uiteraard ligt daarin de ruimte waarin onbeperkt kan worden ontmoet, gekeken, geobserveerd, gesproken, gedacht en gedicht. Tegelijk mist – juist door dat ongedefinieerde, die onbegrensde anonimiteit – de bundel hier en daar urgentie en ligt onverschilligheid op de loer. Vooral waar de vertellende ik-figuur zich overgeeft aan een niet mis te verstane indolentie, verkeert die lokkende, nieuwsgierig makende ruimte gemakkelijk in haar tegendeel, en raakt ook de lezer met deze desinteresse, met deze onverschilligheid geïnfecteerd. De dwaaltocht die zo verwachtingsvol werd aangevangen, blijft dientengevolge niet van begin tot eind boeien en lijkt bij tijd en wijle te verzanden in een dwaalspoor.

Uiteindelijk weet De Wolf het allemaal wel weer vlot te trekken en tot een goed einde te brengen. Maar ondertussen heeft zij meermaals het risico genomen van lezers die afhaken. Daarbij komt nog dat op geen enkel moment duidelijk wordt of die toon van ‘ach nou ja, wat doet het er ook toe’ een bewuste keuze is die hoort bij het karakter van haar gedichten, of dat het haar werkelijk niet kan schelen. En de afgehaakte lezers bijgevolg ook niet. Voor een debuutbundel nogal een risico, maar daarover mag men van mening verschillen.
‘Waarom niet meegaan. / Voor wie de vlag mag voeren is de reis zo vreemd nog niet / misschien heeft mijn rol in deze samenhang betekenis. // Op pad met vintage leren handschoenen stel ik me voor / een zwarte hoed, voor als ik straks die ander ben. / Boeken, die me op het juiste moment verzwaren.’

 

 

Omslag De dansvloer is van iedereen - Maaike de Wolf
De dansvloer is van iedereen
Maaike de Wolf
Verschenen bij: De Arbeiderspers (2024)
ISBN: 9789029550079
80 pagina's
Prijs: € 20,00

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Geef een reactie





 

Meer van Juul Martin Williams:

Recent

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen
20 juli 2024

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

Over 'Dichter - de tuin' van verschillende auteurs; redactie Mia Goes
De kunst van rake zinnen   
19 juli 2024

De kunst van rake zinnen  

Over 'Lotgenoten' van Sabrine Ingabire
Een duivelspact
18 juli 2024

Een duivelspact

Over 'Een hart van prikkeldraad' van Lisette Lewin
Een schitterende lawine van woorden
16 juli 2024

Een schitterende lawine van woorden

Over 'Londen' van Louis-Ferdinand Céline
Wat staat mij als dichter te doen
15 juli 2024

Wat staat mij als dichter te doen

Over 'De verliefde engel' van Bart Koubaa

Verwant