Lodewijk Verduin – Eenzaamheid in eindeloos meervoud

Fraai essay met hier en daar een misser

Recensie door Arie Biesheuvel

In Eenzaamheid in eindeloos meervoud  geeft literair-criticus Lodewijk Verduin een analyse van het werk van Jeroen Brouwers. In bijna zestig jaar heeft Jeroen Brouwers een zeer groot oeuvre opgebouwd. Een diepgaande analyse van een dergelijk veelomvattend oeuvre lijkt haast ondoenlijk. Maar Lodewijk Verduin is daar wonderwel in geslaagd door zich te concentreren op Brouwers’ twaalf romans, en waar nodig verhelderende elementen uit Brouwers’ novellen, verhalenbundels, essays, en vooral autobiografische werk toe te voegen.       

Literair-critici en liefhebbers van het werk van Jeroen Brouwers zullen dit essay zeker willen lezen, de eersten teneinde te weten te komen hoe hun jonge vakbroeder het er vanaf heeft gebracht, de laatsten om hun ideeën te toetsen en er wellicht nog wat van op te steken.  Echter, dit essay is ook, of juist vooral, aan te bevelen aan lezers die het werk van Jeroen Brouwers niet of nauwelijks kennen, of die zich door zijn werk niet voelen aangesproken.  

Schrijven om het leven aan te kunnen   

Lodewijk Verduin heeft er voor gekozen om deze twaalf romans van Jeroen Brouwers als de kern van het essay te nemen. Ze worden chronologisch besproken in hoofdstukken die accentueren dat er een zekere ontwikkeling in thematiek en stijl van het werk is. Elke roman wordt kort samengevat, thema en stijl worden toegelicht en in verband gebracht met eerder werk, waarbij geschikt gekozen citaten uit autobiografische geschriften de visie van Verduin ondersteunen. Aldus wordt duidelijk dat Brouwers erin is geslaagd een waarlijk literair-oeuvre te creëren, een oeuvre dat, om hem zelf te citeren ‘bestaat uit boeken die elkaar steeds maar aanvullen in onderdelen of als geheel, zodat men […] in ieder geval van mijn werk […] kan zeggen: het vormt een eenheid’.    

Het essay is helder en vlot geschreven, wordt nergens langdradig, en verwordt niet tot een opsomming. Het geregeld onderbreken van de tekst door citaten is nergens hinderlijk en werkt juist verhelderend. Maar bovenal is het een boeiend en leerzaam essay; Lodewijk Verduin verstaat zijn vak. Een goed boek nodigt voortdurend uit tot reflectie op het gelezene, en dat gebeurt bij lezing van dit essay veelvuldig. 

Het werk uit de ‘gelukkige jaren’, van Zonsopgangen boven zee (1977) tot Zomervlucht (1990), wordt door Verduin gezien als het hoogtepunt van Brouwers’ oeuvre. Traumatische jeugdervaringen hebben een enorme invloed gehad op de mens Jeroen Brouwers; door een diepgaande psychologische zelfanalyse en deze analyse literair te verwoorden is de schrijver in deze ‘gelukkige jaren’ de therapeut van de mens. Verduin concludeert:

‘Als er één geestestoestand alomtegenwoordig is in het werk van Jeroen Brouwers, dan is het angst. Zijn personages lijden onder meer aan mensenangst, verlatingsangst, mislukkingsangst, vergetelheidsangst, verstikkingsangst, autoriteitsangst, overbodigheidsangst, ouderschapsangst, bindingsangst, vrijheidsangst, eenzaamheidsangst, levensangst – al dan niet in combinatie met elkaar. Het is een oeuvre van onrust en onheil, vol mensen zonder zekerheden die twijfelen aan wat zich aan hen voordoet en vrezen voor noodlottige veranderingen.’  

Dit ‘lijden’ moet letterlijk genomen worden. Dat Jeroen Brouwers aan het schrijverschap lijdt (‘literatuur is een kanker, wie is aangetast zal niet genezen’) maakt het triest. Toch ontkomt men niet aan de indruk dat dit leed wat dik is aangezet, een idee dat wordt versterkt door Brouwers’ uitbundige, geëxalteerde stijl, die niet iedereen weet te bekoren.  Brouwers heeft, beginnend met Geheime Kamers (2000) en eindigend met Cliënt E. Busken (2020), ook een reeks minder ‘persoonlijke’ boeken geschreven in een meer ingetogen stijl.. 

Persoon en persoonlijkheid van de schrijver 

In de inleiding wordt de voor een literair-criticus wezenlijke vraag gesteld of het voor een analyse en waardebepaling van de romans van een schrijver nodig is diens persoonlijke geschiedenis te kennen. Verduin geeft antwoord, en lijkt aldus zijn positie als literair-criticus in te nemen op een voor het essay kenmerkende wijze door vermelding van citaten van beroemde schrijvers en gezaghebbende critici. Wat volgt uit deze citaten is een ontkenning. De persoonlijkheid, het unieke wezen, van een schrijver is de vorm van het werk: de taal en de thema’s, de persoonlijke stijl waarin de schrijver een unieke ervaring weergeeft van wat gezien is omtrent de ‘condition humaine’. Natuurlijk worden ook persoonlijke ervaringen gebruikt om het verhaal te vertellen, echter de schrijver als persoon vindt men hoogstens gestileerd terug in het werk, wat voor de beoordeling van het werk geen rol speelt.  

Verduin gaat in de fout als hij zich in zijn positie als literair-criticus gesteund voelt door Andrew Field, een omstreden biograaf van Vladimir Nabokov. Brian Boyd, de grote kenner van leven en werk van Nabokov, heeft in zijn definitieve tweedelige biografie Vladimir Nabokov: The Russian Years, Vladimir Nabokov: The American Years overtuigend laten zien dat Field als biograaf en literair-criticus van Nabokov weinig betrouwbaar is en terecht in de ban werd gedaan door de familie Nabokov. 

Nabokov versus Brouwers

Evenzeer is de vergelijking van het werk van Nabokov en Brouwers wat misplaatst: Tussen Vladimir Nabokov en Jeroen Brouwers bestaan fundamentele overeenkomsten: beide schrijvers staan bekend als weergaloze stilisten, en de gedeelde bron van hun enorme oeuvres is een uitzonderlijk krachtig geheugen. Nu is Nabokov als stilist hors concours, maar dat is hier niet van belang. Wel dat hun beider krachtige geheugen betrekking heeft op hun jeugd, die voor Nabokov een gelukkige was, en voor Brouwers een traumatische. Verduin merkt op:

Voor de een was herinneren een genot, voor de ander een kwelling – Nabokov was dan ook nostalgisch en conservatief, Brouwers ‘links naar het anarchistische toe’Dit is wat al te eenvoudig gesteld: een gelukkige jeugd impliceert toch niet een latere conservatieve opvatting (als Nabokov die al had), en een ongelukkige jeugd toch niet een progressieve of ‘linkse’ opvatting? 

Nu is het is waar dat in romans als Glorie en De gave de jeugd van Nabokov een rol speelt, maar nooit als iets particuliers, eerder als iets algemeen herkenbaars, passend bij het thema ‘het verlies van de jeugd’.  Zelfs in de autobiografie Geheugen, spreek laat de schrijver weinig van zichzelf zien.  Dat ligt anders bij de romans van Brouwers; het werk uit  ‘gelukkige jaren’ immers, is de literaire weerslag van een psychologisch zelfonderzoek; met name in de roman Het verzonkene laat Brouwers veel van zichzelf zien. Zo wordt Verduins positie als literair-criticus wat onduidelijk, en dat blijft zo als in het essay zelf Brouwers’ autobiografische geschriften veelvuldig worden aangehaald ter duiding van zijn romans. Maar laten deze mild-kritische opmerkingen u vooral niet weerhouden dit fraaie essay te lezen.

 

Omslag Eenzaamheid in eindeloos meervoud - Lodewijk Verduin
Eenzaamheid in eindeloos meervoud
Lodewijk Verduin
Verschenen bij: Atlas Contact (2021)
ISBN: 9789025471521
256 pagina's

Recent

27 juni 2022

Uit het script geschrapt

Over 'Bijrollen' van Ninni Holmqvist
24 juni 2022

Ode aan een daadkrachtige vrouw

Over 'Annette, een heldinnenepos' van Anne Weber
23 juni 2022

Nostalgie als inspirator voor nationalisme

Over 'Schuilplaats voor andere tijden' van Georgi Gospodinov
21 juni 2022

Nog even geduld

Over '42 vensters op Warten auf den Fluss' van Barbara Köhler
18 juni 2022

Techniek tot kunst verheffen

Over 'De visionair' van Anja Sicking

Verwant