Lionel Shriver – Tegendraads

Cassante passages van een astrante tante

Recensie door Katrien Scheir

Lionel Shriver (1957), de schrijfster die haar naam in een jongensnaam veranderde omdat ze zich een tomboy voelde, werd bekend met de roman We moeten het eens over Kevin hebben. Vorig jaar bracht ze met Tegendraads een non-fictie boek uit. Omdat ze haar aanvankelijk ‘schamele verdiensten als romanschrijver moest aanvullen’ werd Shriver namelijk ook journalist en columnist. Voor Engelse en Amerikaanse media schreef ze columns, essays en opiniestukken over vele onderwerpen: van vriendschap tot gezondheidszorg, belastingen, de dood en overgewicht. Materiaal was er genoeg. Tegendraads leest alsof je mee tolt met een wervelwind. Het keert je hoofd binnenstebuiten en schudt het heen en weer. Eenmaal tot rust gekomen hou je er soms nieuwe percepties aan over.

Bakken kritiek

In de inleiding waarschuwt Shriver evenwel de lezers. Ze drukt de hoop uit dat zij nog altijd haar romans zullen lezen indien zij het niet eens zouden zijn met haar standpunten over bijvoorbeeld Brexit, migratie, woke. Shriver vindt echter niet dat ze zich moet verontschuldigen voor haar controversiële stukken. Volgens haar helt de overgrote meerderheid van haar literaire collega’s ver naar links en heeft de letterenwereld ernstig behoefte heeft aan tegenwicht. Voor haar essays en toespraken kreeg Shriver bakken kritiek over zich heen.

In haar persoonlijke essays is ze op haar best. De brief naar haar jongere zelf, toen zij nog een onbekende arme schrijfster was, is ontroerend en geestig. Ook de stukken over haar broer die aan een eetstoornis stierf en over wat dik zijn betekent in deze maatschappij getuigt van moedige openhartigheid en scherpzinnige ideeën. Het relaas van haar jarenlange verblijf als correspondent in Belfast koppelt het persoonlijke met de politieke situatie en dat is bijzonder interessant. Vriendschappen kunnen eraan stuk gaan. Wat Shriver vertelt over The Troubles in Belfast doet soms denken aan de tijd van corona waarin anti-vaxers ruzie kregen met hun tegenstanders in eenzelfde familie.

Het is ook boeiend om te lezen hoe haar romans tot stand kwamen: soms licht Shriver namelijk een tipje van de sluier op en ontrafelt ze haar fictie tot non fictie, legt ze fictie als het ware uit. In tijden waarin fictie wordt bedreigd en zich steeds meer moet verantwoorden, is dat een grappige contradictie. Maar Shriver toont het denkproces dat aan fictie voorafgaat, de keuzes die de schrijver moet maken. Het is interessant hoe zij, geboren in een strenge religieuze familie, vertelt hoe ze het juk van godsdienst van zich afgooide en fictie ging schrijven. Hoe verhouden die twee zich eigenlijk tot elkaar?

Andermans hoed

Met heldere argumenten en pittige quotes fulmineert Shriver over woke en culturele toe-eigening. Ook een witte man mag volgens haar in de huid kruipen van een zwart tienermeisje. Zelf beschreef Shriver een schietpartij in een school en ‘het spijt haar dat ze het moet zeggen: ze heeft zelf nog nooit zeven kinderen, een leraar en een kantinemedewerker doorzeefd.’

Nadat een verkleedpartij onder studenten werd beschouwd als ‘een daad van etnisch stereotyperen’, – studenten hadden een mini-sombrero opgezet – pleit Shriver ervoor dat iedereen een sombrero mag opzetten. Je mag andermans hoed opzetten! Is schrijven ook niet in iemands schoenen gaan staan en empathie ontwikkelen?

Shrivers essays over taal zitten goed in elkaar. Haar betoog om zorg te dragen voor die taal is vurig, gaat verder dan wat kommaneuken. Voorbeelden zijn het essay over de interpunctie en het verkeerd gebruik van de komma of het enkele haakje. Daarin voert ze opnieuw sterke argumenten aan. Shriver is hevig maar blijft de logica bewaren wanneer ze het heeft over de ‘linguïstische verlakkerij’. Zo vindt zij de term ‘cisgender’ geforceerd en niet organisch. ‘Cis’ is Latijn voor ‘aan deze kant van’ tegenover ‘trans’, wat ‘aan de andere kant van’ betekent. ‘Door het gebruik van dit adjectief onderschrijf je de opvatting dat sekse bij de geboorte wordt ‘toegewezen’ en niet erkend wordt als een biologisch gegeven,’ schrijft Shriver. En even later: ‘om entiteiten aan te duiden die zijn wat ze lijken te zijn, zouden we overal ‘cis’ voor kunnen zetten. ‘Cisblauw’ zou betekenen blauw en niet geel. ‘Cisboring’ zou echt saai betekenen en niet stiekem toch amusant.’ Deze redeneringen doen aan de filosoof Peter Sloterdijk denken die ook al wees op de gevaren van rechts én van links, van conservatief én van progressief.

Wat Shriver vertelt over syntaxis, interpunctie en grammatica gaat ook over een maatschappij. Ze wil de taal en haar grammaticale regels beschermen tegen barbarij en gemakzucht. In het woke-debat en het debat over diversiteit wordt het kind weleens met het badwater weggegooid, telt de wijsheid plots niet meer als die bijvoorbeeld van een witte geprivilegieerde man komt.

Vast in de bubbel

Wanneer Shriver zich waagt op politiek terrein lijkt ze soms zelf in een bubbel vast te zitten. Ze herhaalt zichzelf dan met nog een luider woord, zoals in een facebookdiscussie. Het politieke spectrum lijkt haar eigen ideeën plat te drukken en dat is jammer. De argumenten worden minder krachtig. Shriver gaat soms wel heel kort door de bocht. Ze spreekt zichzelf tegen als ze zegt dat je in elk personage mag kruipen. Dat heeft ze blijkbaar met een zekere egocentrische willekeur bedoeld, want sommige van haar standpunten getuigen niet bepaald van empathie en mededogen. Shriver vindt het normatieve jargon van links duiden op bekrompenheid die neigt naar dogma. Haar jargon wordt echter even bekrompen: sceptisch over vaccinaties, migratie, woke, voor Brexit. Het zijn de af te vinken lijstjes van rechts. Het blijft wel interessant dat een dochter van conservatieve religieuzen die zich daarvan wilde losrukken, nu zelf ook neigt naar het conservatieve.

Gaandeweg ontbreekt er een zekere rust in de teksten. Sommige quotes worden weleens drammerig, Shriver stampvoet als een macha rond en pookt op met veel stof. Sommige zinsneden doen gezwollen aan. Het wordt bijwijlen teveel, zoals in het nochtans hilarische stukje over een bezoek aan het filmfestival van Cannes. Daaraan heeft Shriver een epiloog gebreid die de droge tekst met gevoel voor zelfrelativering teniet doet en de grappen uitmelkt. Het brede scala aan onderwerpen is goed gemonteerd in Tegendraads. Ondanks hier en daar een drammerige passage schreef een pittige tante een boeiend boek dat je in beweging zet.

 

 

Omslag Tegendraads - Lionel Shriver
Tegendraads
Lionel Shriver
Vertaling door: Karina van Santen en Marian van der Ster
Verschenen bij: Atlas contact (2023)
ISBN: 9789025473440
334 pagina's
Prijs: € 24,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Katrien Scheir:

Recent

Filosoferen over Dood en Leven
2 december 2023

Filosoferen over Dood en Leven

Over 'Jij en de Dood' van Elisabeth Helland Larsen
Vermakelijk absurdisme in verhalenbundel vol liefde
1 december 2023

Vermakelijk absurdisme in verhalenbundel vol liefde

Over 'Een stroopgraf voor de bij' van Tom Hofland
Waanzinnige necrologie over Von Neumann
28 november 2023

Waanzinnige necrologie over Von Neumann

Over 'De MANIAC' van Benjamín Labatut
Zoektocht naar jezelf
25 november 2023

Zoektocht naar jezelf

Over 'Kilometers zonlicht' van Marike Goslinga
Een intiem verhaal over geluk en ziekte, kwelling en verlangen
23 november 2023

Een intiem verhaal over geluk en ziekte, kwelling en verlangen

Over 'Een vrouw met mooie borsten. Het dagboek van Veere Wachter' van Elte Rauch

Verwant