Leïla Slimani – Mathilde

Vreemdeling in het land van anderen

Recensie door Andrea Kučerová

De Frans-Marokkaanse schrijfster Leïla Slimani brak door met het ijzingwekkende verhaal van de moordende oppas in Een zachte hand / De perfecte oppas, dat in 2016 met de Prix Goncourt werd bekroond en een bestseller werd. Begin dit jaar verscheen het eerste deel van een groots en ambitieus werk, de trilogie Het land van de anderen. Deze trilogie is én een  familiesaga, losjes gebaseerd op Slimani’s eigen familiegeschiedenis, én een overzichtsschets van Marokko vanaf het einde van de tweede wereldoorlog tot vandaag. Dit eerste deel, dat eindigt in 1956 met de onafhankelijkheidsverklaring van Marokko en daarmee het einde van het Franse protectoraat beslaat een periode van grote verwarring en ingrijpende veranderingen, waarin, zoals Slimani in een interview zegt, alles op losse schroeven kwam te staan en de kaarten opnieuw geschud werden. 

In het Frans draagt dit eerste deel, waarvan de Nederlandse vertaling door Gertrud Maes trouwens in  recordtempo tot stand kwam, de titel La guerre, la guerre, la guerre. Deze titel ontleent Slimani aan de woorden ‘War, war, war’, waarmee de verwende Scarlett O’Hara in de film Gone with the wind het dreigende gevaar van de Burgeroorlog wegwuift. Slimani vindt deze titel toepasselijk voor de eindeloze worsteling van de mens om te overleven, deze alomtegenwoordige oorlog op wereld-, koloniaal of individueel niveau. 

Een exotisch sprookje

Het boek begint in 1946, het jaar dat de jonge Marokkaanse officier Amine Belhaj, gedecoreerd voor zijn verdiensten in het Franse leger, de 20 jarige Mathilde ontmoet. Hij is een held, die met zijn regiment de Elzas bevrijd heeft. Zij is een jonge vrouw die droomt van groots en gepassioneerd leven. Ze doet denken aan een jongere zus van Madame Bovary, ze houdt van lezen en mooie dingen, is wars van conventies, zelfs tegendraads en begrijpt niet ‘wat het leven voor zin heeft… als je niet wordt gezien’. Haar leven, dat ze tot dan toe als plat en triviaal ervaren heeft, moet door het huwelijk met de mooie stoere Amine  een exotisch sprookje worden, waarin haar dromen uitkomen.  Ze ziet zichzelf al als een soort Karen Blixen in haar statige ‘Farm in Africa’. 

Slimani laat dit stel, geïnspireerd op haar eigen grootouders – de strijd met de vorige en toekomstige generaties aangaan. Mathilde vertrekt uit haar geboortestreek, het bekrompen maar vertrouwde Elzas, naar een land vol beloftes en wordt daar een ’nassrania’, een vreemdelinge. Er blijkt weinig exotisch aan keihard werken op onvruchtbaar land in de zinderende hitte, omgeven door viezigheid en armoede, volkomen losgescheurd van het vertrouwde thuisland en sociale posities. 

Deze ontworteling, het nergens meer thuishoren, en niet mengen met het vreemde, eigen aan de banneling, wordt al in het motto van het boek, ontleend aan woorden van William Faulkner, aangekondigd. Het is ook op de hardwerkende doorzetter Amine van toepassing. Hij keert terug naar Marokko als held en bevrijder van Frankrijk, maar dit én zijn huwelijk met een Française marginaliseert hem en maakt hem tot verrader en dissident in zijn geboorteland.

Status van vreemdeling

Na eindeloze tegenslagen in de gedaante van sprinkhanen, armoede, droogte, onvruchtbare dorre grond lukt het hun om hun onvruchtbare land tot een zekere welvaart te brengen. Maar de status van vreemdeling in ‘het land van de anderen’ leidt tot wederzijdse verwijten en schaamte en brengt spanningen in hun relatie. Ook hun dochter Aïsha lijdt onder deze ‘onzuiverheid, zij is ‘niet helemaal inheems, maar ook niet een van de Europese meisjes – dochters van boeren, avonturiers of ambtenaren van het koloniale bestuur… Zij wist niet wie ze was, dus bleef ze alleen, tegen de warme muur van het klaslokaal’.

Het woord ‘indigène’, vertaald als inheems, heeft in het Frans een paradoxale betekenis, afhankelijk van het perspectief dat je inneemt. Je wordt het pas, als een ander je zo bestempelt. Die ander, die in feite zelf de buitenlander is, ziet jou als anders, als vreemd. Maar het werkt natuurlijk ook de andere kant op, vandaar de ambiguïteit. Waar je ook heen gaat, je blijft een vreemdeling in ‘Het land van de anderen’. 

Ondanks dat Mathilde en Amine van elkaar houden, is er in de eerste plaats onbegrip tussen hen. Ze vinden ‘elkaar in hun streven naar vooruitgang voor de mens: minder honger, minder pijn’. Mathilde wijdt zich op een steeds professionelere manier aan de arme zieken die haar komen opzoeken. Amine pioniert in de ontwikkeling van nieuwe zaden en gewassen en in de verbetering van de vruchtbaarheid van de grond.  

Onafhankelijkheid 

In veel opzichten blijven ze verscheurd, gevangen in de wereld waar hun wortels liggen, met een groot verlangen om daar weer bij te horen en angst voor het anders zijn. Onafhankelijkheid is dan ook een belangrijk thema in dit boek. Het gaat om de onafhankelijkheid van een Marokko, dat zich losmaakt van Frankrijk. En de onafhankelijkheid van de vrouw die zich van de onderwerping aan de man wil bevrijden. Een ‘vrije’ vrouw is in de ene cultuur een ‘verloren’ vrouw, terwijl het in de andere de zelfstandige, geletterde vrouw, met gelijke rechten aan die van de man zal worden. Onafhankelijkheid impliceert grenzen overschrijden, rollen omdraaien, verschillende entiteiten met elkaar mengen. En dat op zijn beurt brengt ambiguïteit met zich mee met vragen als ‘wie ben je?’ en ‘waar hoor je bij?’

Wanneer Amine in zijn uitvindersdrift probeert  om een citroentak op een sinaasappelboom te enten, ontstaat een mooie metafoor voor het mengen, het confronteren van culturen. De ‘citrange’ (citron en orange) , waarin trouwens, leuk detail, het woord ‘étrange’(vreemd, van buiten) in doorklinkt, blijkt te bitter en dus oneetbaar. Het bastaarderen loopt, in ieder geval hier, uit op een mislukking. Maar zo wil Slimani dit niet interpreteren. Zij ervaart het als een compliment als dit boek als een ‘roman métisse’, een mengvorm, gekarakteriseerd wordt: half Frans, half Marokkaans, een mix van fictie en geschiedenis, een mengelmoes van culturen, een citrange kortom.

Aan elkaar geregen scènes 

Dit boek ontving in Frankrijk direct veel lof en de welbespraakte Slimani verscheen in talloze interviews en literaire programma’s. Maar er waren ook reserves. Haar boek kan ook geïnterpreteerd worden als een roman over een transplantatie die niet werkt. Anderen verdenken haar ervan om een format voor een televisieserie geschreven te hebben. Dat is niet zo vreemd, want er wordt nogal wat ingezoomd op details en de onophoudelijke stroom van aan elkaar geregen scènes doet inderdaad filmisch aan.

Van de plastische beschrijvingen als ‘er groeien stugge witte haren uit een moedervlek onder een rechter neusgat’, ‘een mollige hals geurt naar boter’, ‘moeder-overste, die onder het luisteren met haar rasperige tong langs haar lippen ging en er met haar tanden kleine velletjes af trok’, ‘een vettige mannelijke vriendschap’ of ‘er schemeren dikke benen met paarse spataderen door een tuniek’ moet je houden. Beeldend en suggestief zijn ze wel.

Soms worden de vlezige beschrijvingen de lezer te veel, het klinkt overbodig en stoot eerder af dan dat het een sterk beeld oproept. Deze emotionele achtbaan maakt dat irritatie, maar zeker ook de verveling kan toeslaan. Soms komt het verhaal in een onverwachte stroomversnelling en wordt het zonder verdere uitleg afgekapt, als afgehandeld weggezet. De heftigheid valt weg. Waarschijnlijk daarom dat het wel lukt om de lelijkheid en onrechtvaardigheid van de situaties in te zien, maar niet om de pijn van de personages te voelen.
De kleine Aïsha moet in het tweede deel het stokje van haar moeder Mathilde overnemen. Of wij lezers dan uit de achtbaan van heftige scènes mogen stappen en er meer rust, afstand en tijd voor reflectie komt is, gezien de laatste scène van dit deel, maar de vraag.

 

Omslag Mathilde - Leïla Slimani
Mathilde
Leïla Slimani
Vertaling door: Gertrud Maes
Verschenen bij: Nieuw Amsterdam
ISBN: 9789046827000
356 pagina's
Prijs: € 22,99

Meer van Andrea Kučerová:

Recent

30 november 2020

Verhaal van alle tijden opnieuw verteld in een prachtige bundel

Over 'Vissenschild' van Liesbeth Lagemaat
26 november 2020

Met woorden alles mogelijk maken

Over 'Honderd hoge dagen' van Tomas Lieske
25 november 2020

De wereld op zijn kop

Over 'Piranesi' van Susanna Clarke
24 november 2020

Ambitieuze roman tegen de achtergrond van de nieuwe staat Zambia

Over 'De rook die dondert' van Namwali Serpell
23 november 2020

De binnenstaander

Over 'Vluchthaven' van Anne van den Dool

Verwant