Liefde en gemis in Leda’s leven

Recensie door: Joke Aartsen

In Leda in de regen, geschreven door Martijn Couwenhove, staat het wonderlijke verhaal van de olifant en de giraf. De olifant wil net als vogels boven in een boom zitten, maar hij is veel te zwaar en valt bij elke poging met boom en al op het mos. ‘[…] het is een wonder dat hoge bomen niet op de grond liggen,’ zegt de olifant. Op een dag ontmoet hij een giraf met vijf meter hoog een zachte blik in bruine ogen. Hij wordt op slag verliefd en er volgt een liefdevolle omhelzing. ‘Jij bent mijn boom’, zegt de olifant.

De korte roman van de kunstschilder, schrijver en uitgever Martijn Couwenhoven gaat niet over olifanten en giraffen maar het olifantenverhaal vangt veel van waar het verhaal wel over gaat, namelijk over liefde, melancholie, onbevangenheid, verbazing en het onverwachte, of noem het een zekere absurditeit. Hoofdpersoon Leda is acht als haar beide ouders overlijden door een auto-ongeluk tijdens een verschrikkelijke sneeuwbui. Leda zit ook in de auto maar overleeft de botsing tegen de boom. Haar broer en zusje logeren op de fatale avond bij familie. Ze is nu 38 jaar, de leeftijd die haar moeder had toen ze overleed. Het verlies van haar ouders hangt nog altijd als een donkere wolk boven haar leven. 

Gemis van moeder

Leda Miller fietst door de herfstregen en ze ziet bij de onderdoorgang van het station een vrouw op haar rug naast haar fiets liggen, zo begint het verhaal. Er is al iemand bij en de ambulance is gebeld. Als Leda het gezicht van de vrouw ziet schrikt ze omdat ze op haar moeder lijkt, maar dan in een tientallen jaren oudere versie. Ze legt haar jas als een deken over haar heen, zet de fiets van de vrouw aan de kant en op slot en gaat de volgende dag naar het ziekenhuis met de bedoeling de sleutelbos met fiets- en huissleutel terug te geven en haar jas weer op te halen. Tot zo’n ruil komt het niet. Er ontspint zich een heel andere route waarin Leda in het huisje van de huissleutel van de vrouw trekt dat zich op drie uur rijden van haar woonplaats bevindt in een bosrijke omgeving vlak bij de Duitse grens. 

In het jaar na het fatale auto-ongeluk brengt een meester in de derde klas van de lagere school Leda op het idee brieven te gaan schrijven aan haar ouders om de pijn te verzachten. Ze begint niet lang daarna inderdaad te schrijven; eerst brieven vanuit het perspectief van haar ouders aan haar en later een fictief dagboek vanuit haar moeder. Na de middelbare school gaat ze filosofie studeren, vooral omdat ze een schrijvend beroep wil. Hoewel ze twijfelt aan de filosofiestudie maakt ze haar toch af maar ze wil nog steeds en eigenlijk veel liever schrijven. Dat lukt vooralsnog niet omdat er zoals vriendin Beatrice zegt een muur in de weg zit. Als ze achter de laptop gaat zitten typt ze ‘het licht moet lichter’, minder zwaar bedoelt ze, maar verder komt ze niet. 

Het auto-ongeluk, de logeerpartij van de kinderen bij het gezin van een tante en oom die uitmondt in een permanente verhuizing, de herinneringen aan haar ouders en het gemis, de relatie met haar broer en zusje, hun niet-praten over het verlies en later Leda’s werk in de kookwinkel van vriendin Beatrice, dit alles wordt beschreven in innerlijke monologen vanuit Leda’s perspectief. Als Leda na een autorit door een schier ondoordringbare sneeuwbui bij mevrouw Meijerinks huis aankomt en de vriendelijk-behulpzame boswachter en huisoppasser Mats en later ook buurman Arthur ontmoet kabbelt het verhaal wonderlijk verder in Leda’s wereld. Ze spreekt hun veronderstelling dat ze mevrouw Meijerinks dochter is niet tegen. Ze liegt niet maar dat hoeft ook niet want ze ervaart dat mensen voortdurend van alles invullen, dus een eigen werkelijkheid creëren waarin je gewoon mee kunt gaan, waar of onwaar.

Licht in de duisternis

De filosofische kennis en inzichten die Leda heeft opgedaan tijdens haar studie leveren veel mooie passages op over eeuwige wederkeer, de ondraaglijke lichtheid van het bestaan en jezelf worden door stappen naar de eenzaamheid te zetten. Filosofen, kunstenaars en schrijvers passeren de revue, zoals Joost Zwagerman en zijn boek De stilte van het lichtdat op het nachtkastje naast mevrouw Meijerinks bed ligt. Het verlangen om er niet te zijn, resoneert in Leda, een verlangen ‘om niet in het licht te zijn maar in de schaduw’, zoals duisternis en dreiging veel aanwezig is in haar waarnemingen en gedachtes. 

In de regen heeft ze mevrouw Meijerink na het ongeluk aangetroffen en na de sneeuwbui op haar reisdag regent het elke dag in Leda’s leven in het boshuisje. Zelfs haar ogen ‘regenen’: ze heeft een oogaandoening waardoor haar ogen soms extra tranen. Toch zijn er ook genoeg opklaringen. Leda bevindt zich temidden van een overdadige natuur met reeën in de tuin, hazen op het pad, ontmoetingen met een heuse wolf en veel vogels in en om het huis. ‘Bosjesman’ Mats, de ‘bos- en landschapsverzorger’, komt ze regelmatig tegen. In het bos vogelen ze grappend en grollend over pestvogels en geluksvogels, ze ontwikkelen al snel gevoelens voor elkaar en daarna breekt er zowaar een heldere avond aan. 

Natuur, humor, liefde en een prachtige schrijfstijl brengen licht in dit poëtische boekje en in de duisternis van Leda’s zoekend bestaan. Aan het eind van het boek kijken Mats en Leda buiten in de donkere nacht samen naar de sterrenhemel. Mats vertelt Leda over de mythe van de Grote en Kleine Beer en de rol van oppergod Zeus daarin. Voor Leda is dit een verhaal over moeder en kind, voor de lezer is er natuurlijk ook een verwijzing in te lezen naar de Zeus die als zwaan Leda verleidt. Het is een van de vele mooie scènes in deze licht geschreven roman, waarin personages zich schikken naar het moment en de actuele werkelijkheid. 

Leda in de regen

Leda in de regen

Martijn Couwenhoven

Uitgever: Thomas Rap

ISBN 9789400412392

208 pagina's

Prijs: € 21,99

Kopen bij Libris

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer van deze recensent

Verwant