Konrad Merz – Een mens valt uit Duitsland

Hoe blijf je mens?

Recensie door Katrien Scheir

‘Goedemorgen. Ik ben uit Duitsland gevallen, excuseer me, mevrouw en meneer, aber, maar ik heb opdracht verder te leven. Mag ik dat bij u doen?’ Wat een indringende exilroman! Hoe gevoelig en grappig verteld. Uit de jaren dertig van vorige eeuw en zo actueel. Kurt Lehmann (Berlijn, 1908 – Purmerend, 1999) heeft, onder het pseudoniem Konrad Merz, beschreven hoe hij als illegale Duitse Jood naar Nederland vluchtte. Hij behoorde tot de pionier-vluchtelingen, was als het ware een avant-garde emigrant. In het verhaal verkent Winter, een vluchteling, Nederland onbevooroordeeld en onbevangen. Vaak is hij verwonderd, al mist hij Duitsland en zoekt hij het tevergeefs, maar misschien is dat Duitsland voorgoed verdwenen. Zijn generatie is kil geworden door de Eerste Wereldoorlog, stelt Winter. In die oorlog verloor schrijver Merz zelf zijn vader.

Dit is geen literatuur in de zin van schoolopstel, voorschrift, maskerade, zoals Menno ter Braak terecht aangeeft in zijn recensie die mee werd opgenomen in dit boek. Er is geen sprake van steriel esthetisch gedoe met ‘landschapjes’ van Nederland, er is geen goedkoop sentiment of romantisering. Menno ter Braak vergelijkt Konrad Merz met Heinrich Heine. Beiden laten de belachelijkheid zien van een vaderlandsliefde die zich ‘oprolt als een egel’ of zich ‘hysterisch opblaast’. Beiden tonen, volgens Ter Braak, een openheid naar andere landen ondanks een sterke gevoelsband met het eigen land. Net die openheid en uitwisseling zorgt voor een Europees bewustzijn.

Van student rechten naar strontschepper

Even vindt de protagonist steun bij een jeugdvriendin uit Nederland. Hij leert er als een kind woordjes en fietsen. Want het is van begin af aan, als vluchteling moet je het wiel weer uitvinden. Maar ja, er zijn haar man, het kind in haar buik, het heilige gezin. Winter is gauw te veel. Een vluchteling is snel te veel. Al gauw wordt hij zo arm dat hij ‘geen woorden meer heeft’. Ze fluisteren dat hij zelf niet meer weet wat hij wil. Ach, de mensen. Er volgt een strijd om brood, vriendschap, bestaan. Zonder een moment pathos beschrijft Merz – soms zo luchthartig dat het even ontroerend als schokkend is – wat het betekent om steeds minder mens te worden. Met een groot gevoel voor relativiteit en verhoudingen schetst Merz een helder beeld van degradatie, al geraakt de protagonist de verhoudingen evenzeer kwijt. De mensen zien hem niet meer als student maar als een schooier.

Het verhaal doet soms denken aan het veel recentere Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi. De mensonterende toestanden, de superioriteit van de anderen, vaak absurd en poëtisch verteld.

Een poos werkt Winter als tuinier in Ilpendam. Hij wordt uithangbordverkoper en slaapt onder het bed van een jeugdvriend. Op een boerderij borstelt hij ‘onze geachte koe’ piekfijn schoon, de koe heet Cleopatra met wie hij gesprekken voert. Koeiendrek schept hij tot een monumentale hoop. De vreemdeling mag het vuile werk doen. Hij lijkt wel de mestkever uit De Vrede van Aristophanes. Anoniem ruimt hij op voor de vrede.

In scherven

Het verhaal is samengesteld uit aantekeningen en brieven naar zijn geliefde Ilse en naar zijn moeder. In korte, eenvoudige zinnen zit veel beschouwing. Konrad Merz is een meesterstilist. De stijl doet dadaïstisch aan. Verwarring en nihilisme verheven tot bewuste kunstvorm. Merz gebruikt veel pars pro toto’s. ‘Een regenjas komt het land binnen, zijn ledematen strompelen door de stad.’ Het duidt op het vallen zoals in de titel staat. Het uiteenvallen van een mens, een land. Dissociëren. Alles geraakt in de war. Merz woont buiten zijn land, ver van de liefde, misschien woont hij stilaan buiten zichzelf. Alles ligt in stukken, scherven zoals ook het verhaal uit fragmenten is opgebouwd.

De relatie met zijn geliefde die in Duitsland is gebleven, wordt troebel. Haar vader vindt zijn toekomstige schoonzoon een landverrader. Ilse wordt beïnvloed door die vader en door de politiek. Het maakt haar steeds naïever. In Nederland ontmoet Winter een vrouw, Cor, de dokter die hem verzorgt. Hij begint van haar te dromen. Liefde als koortsdroom of genezing? Realiteit en fantasie gaan in elkaar over. Hij blijft ook trouw aan zijn Ilse, bloedeerlijk zijn zijn brieven aan haar. Ilse is een metafoor voor het vaderland. Niet het vaderland van Hitler, wel dat van Goethe. Op een keer vraagt Winter het portret van Goethe aan Cor. Het hangt in haar vertrek. Omdat hij ‘daar buiten niets heeft, niets dan eten en werken en slapen. Als een dier.’

Transformatie

En dan komt Ilse naar Amsterdam. Winter wachtte wel ‘een jarenlang jaar‘. Winter heeft haar gevraagd of ze zijn moeder nog kon zien. Zo zou hij ‘zijn moeder in Ilses ogen zien’. Tal van zulke poëtische zinnen staan in dit verhaal. In realiteit komt de moeder van de schrijver uiteindelijk om in Auschwitz.
Als Winter Ilse weer ziet, blijkt alles over. Zij zijn vervreemd van zichzelf, van elkaar. Hun liefde is een illusie geworden. Veranderd, de situatie heeft hen veranderd in een brave gravin en een vuile boerenknecht. Los van die oorlog transformeerde Winter trouwens ook van student tot een volwassene.

Er is ook nog de nazi, Winters ‘jeugdvijand’ die tevens het land ontvlucht, maar er uiteindelijk naar terugkeert. Ze zijn elkaars uiterste. De mythe en de realiteit. Hun discussie komt tot een hoogtepunt. ‘De resten van ons gevecht keken ons aan’.

Dit boek vertelt diepgaand over een mentaliteitsgeschiedenis. Hoe blijf je mens? Dat woord komt niet voor in al de hoogdravende woorden die worden uitgeschreeuwd door de politici.  Hoe ontkom je aan de hokjes waarin je tegen je wil wordt ingedeeld? Verrader, asielzoeker, emigrant. Dief. ‘Ja, zo zijn er ook, natuurlijk zit er uitschot tussen ons. Maar waar zit het niet tussen?’

 

 

Omslag Een mens valt uit Duitsland - Konrad Merz
Een mens valt uit Duitsland
Konrad Merz
Vertaling door: Lotte Coutinho
Verschenen bij: Uitgeverij Cossee (2023, herziene editie)
ISBN: 9789464520729
218 pagina's
Prijs: € 22,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Katrien Scheir:

Recent

Een vogel per maand
13 juli 2024

Een vogel per maand

Over 'Dit gaat nooit voorbij   ' van Octavie Wolters
Liefde, cultuur en macht
11 juli 2024

Liefde, cultuur en macht

Over 'Het monster van Sint Helena' van Albert Sánchez Piñol
Gynaecologisch verzet op de plantage
10 juli 2024

Gynaecologisch verzet op de plantage

Over 'Waar we gaan is nacht' van Tracey Rose Peyton
Bijzonder actueel in deze tijd van oorlogen en desinformatie
8 juli 2024

Bijzonder actueel in deze tijd van oorlogen en desinformatie

Over 'Babi Jar' van Anatoli Koeznetsov
Soms valt alles op zijn plek
6 juli 2024

Soms valt alles op zijn plek

Over 'De boom die een wereld was' van Yorick Goldewijk

Verwant