Koen Peeters – Georges

Een zoektocht naar verbanden en verbindingen.

Recensie door Kris Mattheeuws

Bruggen slaan, verbanden leggen: het lijkt een constante te zijn in het werk van de Belgische auteur Koen Peeters. Eerder deed hij het al met De mensengenezer (2017) en De minzamen (2021). Nu doet hij het in zijn nieuwe roman Georges en kunnen we ook al meteen een link vinden met Kamer in Oostende (2021). Daarin voert hij historische figuren als James Ensor, Léon Spilliaert en Jospeh Roth op. Ook in Georges spekt Peeters zijn familiegeschiedenis met historische figuren en creëert zo een mooie mix van feiten en verzinsels met een straffe roman als resultaat. Peeters lijkt te bouwen op een beproefd recept: hij put steeds uit zijn eigen ervaringen en vermengt die met de geschiedenis.

Georges, Joris, Georgië

Georges bestaat eigenlijk uit vier verhalen die verbonden zijn door de naam. Het boek is een spel met de naam Georges en allerlei afleidingen daarvan. In het eerste verhaal beschrijft Peeters de bijzondere ontmoetingen en vriendschap die ontstaat tussen postbeambte Georges Vermeire, grootvader van de auteur, en de grote Ierse schrijver James Joyce. In 1926 bracht die immers zijn vakantie door in Oostende en ging hij dagelijks naar het postkantoor om de proefdrukken van de vertalingen van Ulysses af te halen. Het tweede verhaal draait om de vader van de oerknal, Georges Lemaître. Deze bekende priester-wiskundige zoekt steeds verpozing in een parkje in Leuven. Daar ontmoet hij de jonge moeder Paula. Ze raken verwikkeld in een gesprek en een platonische relatie ontstaat tussen de twee. Paula is gehuwd met Jef (Georges) Otten en zij zijn de latere schoonouders van Koen Peeters. De drie Georges die hij tot dan toe heeft opgevoerd zijn ook gelieerd aan elkaar: ze vochten immers samen in de loopgraven achter de Ijzer tijdens Wereldoorlog I.

In deel drie komen eerder persoonlijke anekdotes en herinneringen naar boven. Koen Peeters mijmert over zijn studententijd in Leuven en zijn vriendschap met Joris. Deze studiegenoot wordt zijn beste vriend, maar houdt er naast zijn fascinatie voor plakboeken, ook een bijzondere drang naar Georgië voor over. Al op jonge leeftijd vertrekt hij naar dat land, op zoek naar zichzelf, en verbreekt hij alle contact tot hij twintig jaar later Koen Peeters uitnodigt. De auteur zal effectief tweemaal naar Tbilisi, de hoofdstad van Georgië reizen om verder onderzoek te doen voor zijn roman. Het laatste verhaal speelt zich volledig af in Georgië. Daarin laat de auteur de bijzondere vriendschap zien tussen de Georgische kunstschilder Niko Pirosmani en Jozef Dzjoegasvili, ongetwijfeld Georgiës beruchtste afstammeling die later onder de naam Jozef Stalin de geschiedenis zal ingaan. Dit gegeven alleen al zorgde voor een diplomatieke rel tussen de Georgische minister van cultuur en auteur Koen Peeters bij de opening van het Europaliafestival in Brussel waar Georgië gastland was. De minister vond het niet kunnen dat er een loopje werd genomen met de historische feiten, ondanks het feit dat Peeters uitlegde dat het om fictie ging.

Dunne lijn tussen fantasie en werkelijkheid

Peeters maakt in Georges bijzondere verbindingen, maar slaagt erin een harmonieus geheel te creëren. Hij weet feit en fictie perfect te vermengen en de lezer te overtuigen om het te geloven. Soms is de grens tussen de twee bijzonder fijntjes: misschien is het niet waar, maar het had waar kunnen zijn. Hij vraagt het zichzelf ook af: ‘Mag dit allemaal wel? …Is het toegestaan op deze manier een verhaal te bedenken met de naam Georges?’ Ook voor hem is het een spel, een zoektocht naar verbanden en verbindingen. Bovendien is de karaktertekening ook heel sterk. Het is een van de handelsmerken van Peeters geworden om personages heel realistisch neer te zetten, doodgewone mensen zoals jij en ik, met hun kleine kantjes, zeer herkenbaar zodat ze nog geloofwaardiger overkomen.

Hij noemt zijn werk zelf een collage, vergelijkbaar met de plakboeken die zijn vriend Joris maakte. Het plakboek Georges is uiteindelijk een knap kunstwerkje geworden. In een vlotte, zeer herkenbare stijl tekent hij hoe de levens van de gewone mens en van de groten der aarde er hadden kunnen uitzien. De historische feiten laat hij nog meer voor zich spreken door enkele foto’s op te nemen in zijn werk. Koen Peeters blijft een eigenzinnige schrijver, een buitenbeentje, met een heel eigen stijl en een apart idee over hoe de perfecte roman er moet uitzien. De grens tussen fantasie en werkelijkheid en het spelen daarmee blijft een belangrijk gegeven in zijn oeuvre. Maar precies dat maakt het zo sterk en aangenaam om lezen.

 

 

Omslag Georges  - Koen Peeters
Georges
Koen Peeters
Verschenen bij: De Bezige Bij (2023)
ISBN: 9789403128832
288 pagina's
Prijs: € 22,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Geef een reactie





 

Meer van Kris Mattheeuws:

Wat is het niets?

Wat is het niets?

Over 'Waar gaan we eigenlijk heen' van Toon Tellegen

Recent

Als je niet weet hoe je zelf moet vliegen
7 februari 2024

Als je niet weet hoe je zelf moet vliegen

Over 'Zij.' van Maaike Neuville
Proulx duikt in veen en kwalijke dampen
5 februari 2024

Proulx duikt in veen en kwalijke dampen

Over 'Veen, dras, moeras' van Annie Proulx
De uitgewiste Palestijnse wereld
1 februari 2024

De uitgewiste Palestijnse wereld

Over 'Een klein detail' van Adania Shibli
Alle denkbare ellende bij talentvolle jonge schrijfster
1 februari 2024

Alle denkbare ellende bij talentvolle jonge schrijfster

Over 'Night Crawling' van Leila Mottley
Radioman en schrijver
30 januari 2024

Radioman en schrijver

Over 'Wat bleef, uit het Avondlog' van Wim Noordhoek

Verwant