Kees 't Hart – Victorien, ik hou van je

Herinnering als omweg naar de verbeelding

Recensie door Ben Koops

Je moet erbij geweest zijn, aan de Waalkade in Nijmegen tussen 1980 en 1992 om het gezien te hebben, de wonderlijke boodschap op een van de onderste bogen van de brug over de Waal die Kees ’t Hart aan het denken zette: ‘Victorien ik hou van je.’ Verder navragen van de schrijver onthult dat het eigenlijk Victorine moest zijn en dat de ontvangster van deze boodschap al lang verhuisd was. Ze wordt alsnog de aanloop voor deze veelzijdige bundel verhalen en ontboezemingen zoals ’t Hart ze noemt, die lopen van het Nijmegen van zijn jeugd tot het vermeende uiterlijk van Madame Bovary of de woordgrappen uit het befaamde Toonbusje. Naast verhalen bevat de bundel ook essays en gedichten.

Associatief van onderwerp wisselend gaat de schrijver aan de haal met zijn jeugdherinneringen en jongensbegeertes. Dit spel onthult hier en daar quasi-autobiografische gegevens en levert een zeer diverse keur aan onderwerpen op. Hij behandelt zijn eigen werk zijdelings in het verhaal Het proefschrift waar hij opmerkt dat hij in plaats van te wroeten in het verleden liever gebruikmaakt van de verbeelding. Hij doet beide met verve, waarbij de herinnering als omweg dient om bij het verhaal te komen. Beelden roepen sterke associaties op zoals in het verhaal De mitrailleur waar een Droste-blik vol loden soldaatjes hem terugvoert in de tijd. Uit de mist van het verleden doemt ook de figuur op van de moeder van een van zijn vriendjes: ‘Als ik nu lang genoeg naar de twee mitrailleurs naast mijn computer kijk, mijn eigen mitrailleur en die uit Ieper, dan weet ik alles weer denk ik. Als ik maar lang genoeg kijk. Ik hoef er niet over te wrijven. Dan kan ik haar woorden uittekenen, woorden zijn er om uit te tekenen.’ De woorden kunnen verrassen of aanleiding geven tot binnenpretjes. 

Een dromerige kijk

De dromerige kijk van de schrijver geeft eindeloos aanleiding tot materiaal om over te schrijven. Daarnaast is hij gefascineerd door zinnelijke details waar lang over wordt nagedacht. Bijvoorbeeld als hij inzoomt op de blik die Flaubert ons meegeeft op Madame Bovary, of in het prachtige verhaal In het Noorden dat in een koortsige beschrijving langs personen en cafés in Leeuwarden voert. Een lichte ironische toets is ook aanwezig in veel van de verhalen, bijvoorbeeld in Na afloop waar hij in korte zinnetjes fantaseert over het verdere leven van romanpersonages. De deur naar de verbeelding en de fictie staat bij ’t Hart altijd op een kier. Zo belooft hij in het titelverhaal niet te schrijven over Victorien, maar hij doet het toch. 

Dat de schrijver een gulzige lezer is bewijst hij in De lezing. Daar haalt hij er een brede keur aan halfvergeten schrijvers en filosofen bij om zijn lezing over de grondslagen van het schrijven kracht bij te zetten. Ook wijst hij zijdelings op het door hem vermeende verband tussen erotiek en literatuur. Met een luchtige toon behandelt hij het begin van de ziekte genaamd schrijven. Via een uitstapje naar de grafologie en de hoge toppen van Wittgenstein komt hij uit bij de conclusie dat het gegoochel met taal een vorm van magie is. ‘Een symptoom van eindeloze verveling.’ De pathologische schrijver heeft dus iets te verhullen, schrijft zich ‘langs magische weg de wereld in.’ Boeken gebruikt hij het liefst als omweg om uit te komen bij zaken die hem interesseren.

Hongerig schrijven

In een kort essay over de poëzie van Gorter, De sporter, is ’t Hart vol bewondering over de schrijftrant van de dichter: ‘Schrijven in de breedte. Luisterend, tastend en kijkend schrijven, hongerig en bloeddorstig schrijven.’ Gorter is de dichter van het lichaam en het erotische en daarin vinden de twee elkaar bij uitstek. De ‘gevoel en lichaamserupties’ van Gorter sluiten aan bij de filosofie van ’t Hart. Zelf schrijft hij hierover: ‘Op begeertegebied is niets een bezit, alles is een droom.’ Het halfzusje is dan weer een verhaal als een dagdroom die als een stroom indrukken voorbijglijdt. Een meisje bouwt in dit verhaal een replica van Graceland en later komt een schilderij van Manet langs, het thema is kijken en bekeken worden. De oplettende blik van de schrijver gaat ook in het verhaal Het hoofddoekje over de kleine details. ‘Geheimzinnig vindt ze het: kijken naar mensen van wie je houdt zonder dat ze weten dat je kijkt.’ In dit verhaal is de blik van anderen de bepalende factor. 

De bundel bevat ook gedichten en die zijn van wisselende kwaliteit. De humor van ’t Hart is een tikkeltje droog en kan soms wat flauw zijn. Maar de gedachtesprongen die hij maakt zetten altijd aan het denken en hij slaat talloze omwegen in puur om te ontdekken. ‘Zo goed mogelijk dromen, dromerig blijven, dat is bij schrijven zijn uitgangspunt.’ En of het nu over dronken nachten gaat waar hij in de buitenlucht sliep of over het begrip God bij Thomas Mann, ’t Hart haalt alles erbij om zijn oor te luisteren te leggen bij het maatschappelijk leven. Soms ontkent hij wat er gaande is, draait hij om de dingen heen of verzint hij zomaar wat. Dat levert een fijne leesroes op met dit woorddronken proza. Door alle gedachtesprongen moet je er wel een beetje bijblijven, maar ’t Hart weet zijn enthousiasme voor literaire zaken goed over te brengen. ‘Lezen is nodig hebben’ schrijft hij, en van deze ‘schrijfschurk’ neem je het graag aan. 

 

Omslag Victorien, ik hou van je - Kees 't Hart
Victorien, ik hou van je
Kees 't Hart
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021429441
264 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van Ben Koops:

Recent

23 september 2022

Naar een ultieme staat van verlichting

Over 'De man die een berg werd' van Grete Simkuté
22 september 2022

Droom, dood en mooie benen

Over 'Het blauwe uur' van Alexander Lernet-Holenia
21 september 2022

Van droomfabriek naar nachtmerrie

Over 'De droomfabriek' van Gerwin van der Werf
20 september 2022

Donkerte met een klein lichtpuntje

Over 'Trojaanse gedachten' van Alicja Gescinska
16 september 2022

Een andere Romeinse vertelling

Over 'Een fellere zon' van Han van der Vegt

Verwant