Joke J. Hermsen – Rivieren keren nooit terug

Tussenwezens

Recensie door Els van Swol

Het hoofdpersonage uit Joke J. Hermsens nieuwste roman, Ella Theisseling –  en ook haar zoon Tobias, kennen we al uit onder meer haar eerdere roman De profielschets. Dat geeft de auteur de prachtige gelegenheid haar karakter maar ook haar filosofische ideeën verder uit te werken.

Kunsthistorica Ella Theisseling is nog steeds even zenuwachtig, zo niet zenuwachtiger dan in De profielschets, in de tijd waarin ze bij een psychiater liep, omdat ze er toen al ‘niet goed bij kon’, bij haar herinneringen.

Herinneringen
Die pogingen onderneemt ze in Rivieren keren nooit terug nog steeds. En het moet gezegd: met meer succes. Ook heeft ze nog steeds een soortgelijk schriftje als waarin ze in De profielschets al ‘aantekeningen over tijd en herinnering’ opschreef. Alleen bestaat dat schriftje nu uit twee delen: in de ene helft schrijft ze ‘Herinneringen’ en in de andere helft een ‘Reisjournaal.’ Ergens moeten ze in het midden op elkaar botsen, als in ‘het oog van de storm.’ Net zoals Ella probeert de twee beelden van haar vader, een leuke maar ook agressieve man, gedurende een reis door Frankrijk bij elkaar te brengen.
In De profielschets was Ella bezig met een proefschrift over de schilderijen van Nicolas de Staël en de filosofie van Bergson. Dit wilde niet zo erg vlotten. In Rivieren keren nooit terug begint ze aan een haast detectiveachtig beschreven zoektocht naar de schilderijen van Vladimir Cazals.

Ella put hoop uit herinneringen en uit tal van kunstuitingen, die in dit boek allemaal over elkaar buitelen en kunstig met die herinneringen samenvallen. Kunst als big mind en herinneringen als small mind. ‘Taal, beelden, muziek, dat alles is familie’ concludeert Ella op het eind van het boek.
Als verschillende lagen komen taal, beelden en muziek in het boek voor. Taal voornamelijk in de vorm van citaten, beelden als beeldende kunst, en – wat minder uitgewerkt – ook muziek; je komt als schrijver eigenlijk niet weg met een opmerking als ‘De vierde prelude van Chopin galmde door de theesalon, zijn mooiste, vond Ella’ zonder te zeggen waarom dit zijn mooiste is. Die verschillende lagen worden hier nagelopen.

Taal
Er komt veel intertekstualiteit en er komen veel citaten als verzonken gedachtengoed in de roman voor. Soms een beetje naar de hand van de schrijfster gezet, zoals ‘Toeval was Gods manier om anoniem te blijven. Van wie was die uitdrukking alweer?’ De onderlegde lezer weet het: Einstein, met dit verschil dat hij het in de tegenwoordige tijd stelde. Of: het leven kan ‘alleen achterwaarts worden begrepen.’ Dat is een citaat van Kierkegaard, maar een onvolledig citaat, want hij vervolgde met: ‘maar het moet voorwaarts worden geleefd.’ Die onvolledigheid heeft wellicht alles te maken met het feit dat Ella ‘altijd over de geschiedenis gebogen zat en van een paar oude stenen of miniaturen al opgewonden kon raken’ en nog niet toe was aan de toekomst.

Reisjournaal
Tot die oude stenen behoort het beroemde Romeinse aquaduct bij Nîmes, ‘een brug van bijna zestig meter hoog, die als een droombeeld in het landschap stond.’
Je zou het boek, van Parijs naar de Gard, zelfs kunnen nareizen, naar de streek waar Ella al als kind kwam en waar veel herinneringen liggen, aan haar ouders en aan haar vriendje Marc. De Gard met het aquaduct, met de Gardon ook, de rivier die je over kunt zwemmen, de ene oever (de kindertijd, de dood van de vader, de kloof met de moeder) achterlatend, maar ook nog niet wetend wat er aan de overkant wacht. Ella voelt zich op die manier als een tussenwezen, want ‘hier gaat het om, om dit tussen twee oevers staan, tussen twee tijden, twee stemmen, met mijn blote voeten in het water, balancerend op gladde keien.’ De tijd stroomt de ene kant op, de herinneringen de andere kant.

Er wordt veel gedroomd tijdens de reis die Ella in haar auto onderneemt en waar ze net zoveel tijd in lijkt door te brengen als ze al in De profielschets deed. Op een gegeven moment hoort ze het suizende geluid van een vallende man van een brug. Dat lijkt op een detectiveachtig element in het boek, zoals ook een zinnetje als ‘Ook Ella dacht dat ze het ergste nu wel achter de rug zou hebben’ aan een cliffhanger doet denken, maar beide elementen, deze droom en dat zinnetje, worden niet uitgewerkt. Op die manier werkt het beeld van die vallende man eerder als een intertekstuele verwijzing naar in dit geval Camus’ La chute, waarin hoofdpersoon Jean-Baptiste Clemence een luide plons en een gil hoort nadat een vrouw van een brug de Seine is ingesprongen.

Kunstgeschiedenis en filosofie
Bij de keuze om een andere richting in te slaan, speelt het getal vijf een grote rol. Niet alleen de vijf zintuigen, waaronder horen en zien zoals ze symbolisch voor komen op de zestiende-eeuwse tapijten van de Dame met de eenhoorn in het Musée de Cluny, maar ook doordat de kerkklokken vijf uur slaan op het moment dat het Ella duidelijk wordt dat ze niet verder komt met louter herinneringen. En tenslotte natuurlijk in de opbouw van de roman, doe uit vijf delen bestaat: Het afscheid, Onderweg, Het zwart beweegt, Altijd het zuiden en Rots, steen, rivier.
Zien komt natuurlijk duidelijk naar voren in het feit dat we Ella kunsthistorica is. Zo laat ze zich ook in deze roman kennen, zoals ze over het houtwerk in de St. Jean le Baptiste in Autun schrijft: ‘Begin veertiende eeuws, schatte ze het (…), maar ze kon er een halve eeuw naast zitten.’ Maar ze is ook in filosofie geïnteresseerd, gezien niet alleen het onderwerp van haar proefschrift, maar ook door haar stellingname als tussenwezen. Zij lijkt dit begrip namelijk te hebben ontleend aan de filosofie van Hannah Arendt. Arendt wees daarbij op het contact tussen mensen, Hermsen in de persoon van Ella op het contact tussen verschillende families, taal, beelden en muziek. Deze kunnen volgens Arendt een nieuw begin vormen. Dat doen ze ook in dit boek. ‘Je moet altijd een ander “tussen” opzoeken’, meent Ella, ‘als je met een nieuw verhaal op de proppen wilt komen.’

Tijd en hoop
Dat nieuwe verhaal vertelt Hermsen en het is een verhaal dat hoopvol eindigt. ‘Is tijd iets als “hoop” (Bloch)?’ was een vraag die de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden plaatste in een aankondiging van een cursus die Joke J. Hermsen er in 2010 gaf. Het antwoord geeft deze roman door de mond van Ella Theisseling: ja.
In Leusden zei Hermsen op een gegeven moment: ‘Zonder hoop geen verandering, weet ook Obama in de voetsporen van de filosoof van de hoop, Ernst Bloch.’ En: ‘We moeten ons over de hoop buigen, omdat de wereld niet klaar is.’ En – kan worden geconstateerd – het personage Ella Theisseling in het idee van Hermsen nog niet ‘af’ was. Ze is nu niet alleen onderdeel geworden van een groter verhaal dat in verschillende romans werd verteld, maar ook van het verhaal dat taal, beelden en muziek als één grote familie vertellen. Ze lijkt niet alleen haar doel te hebben bereikt, maar ook – met dank aan Hannah Arendt – aan een nieuw begin te staan. Ze keert niet terug naar haar jeugd, waaraan zowel gelukkige als nare herinneringen kleven, zoals rivieren nooit terugkeren, maar is een ander geworden. Misschien zelfs minder zenuwachtig als ooit tevoren.

Omslag Rivieren keren nooit terug - Joke J. Hermsen
Rivieren keren nooit terug
Joke J. Hermsen
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 9789029505437
264 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Els van Swol:

Recent

21 september 2018

Schrijven met de veer van de arend

Over 'De onzorgvuldig geketende Prometheus' van A. Gide
19 september 2018

Omdenken in optima forma

Over 'De olifant van de bovenbuurman' van Rijswijk, van, Roos
18 september 2018

Taal die bezinken moet en verwondering oproept

Over 'Laat de stilte' van Rui Cóias
17 september 2018

Twee meisjes en een oudere man

Over 'Twee meisjes en ik' van A.H. Nijhoff
14 september 2018

Een meer van wanhoop

Over 'Want de avond' van Anna Enquist

Verwant