Jens Meijen – Xenomorf

Dichten met de moed der wanhoop

Recensie door Mathijs van den Berg

Af en toe wordt in de literatuur de vraag gesteld of deze geëngageerd moet zijn. Dichters als Tsead Bruinja en Peter Verhelst vinden dat ze in hun poëzie kritische vragen moeten stellen over de politieke actualiteit. Jens Meijen (1996), een bewonderaar van Verhelst, trad eind vorig jaar in hun voetsporen met zijn debuutbundel Xenomorf. Hij won er op 26 juni jl. de C.Buddingh’-prijs mee. In zijn debuutbundel stelt hij uitgebreid de klimaatproblematiek aan de orde en het effect daarvan op zijn generatie. Meijen verklaart de titel in het gelijknamige gedicht heel eigentijds aan de hand van Google. Xenomorf betekent ‘niet de gebruikelijke vorm hebbend’. De titel slaat zowel op de alarmerende toestand van onze planeet als op de experimentele vorm van de gedichten: ‘Jij landschap gebloemschikt naar mijn adem / Jij xenomorf’.

In rijke beelden beschrijft Meijen de wereld van vroeger en nu en werpt hij een blik in de toekomst. Over dat laatste is hij ronduit somber, meteen al in de eerste regels van de bundel: ‘De mens kreeg de natuur om het lichaam open te plooien: vet en groot en naakt werden we.’ We zijn verveemd van de natuur: ‘met elke cirkel van de seizoenen maken we onszelf vreemder’. De dichter moet ‘kneuzen’, de ‘zachte blauwe plekken stollen tot inkt’. Een mooi beeld. Hij moet zijn verontwaardiging uiten: ‘Pas in taal krijgt dit woord een zin’. ‘De mens kreeg taal om het hoofd open te plooien: gedachte werd wereld, wereld werd gedachte’. De taal is echter vaak krachteloos: ‘Deze woorden kwijnen weg, vergrijzen/rotten op de rank’. ‘Wat van ons overblijft is plastic’.

Met taal het tij keren

Met Xenomorf doet Meijen toch een poging om met taal het tij te keren, of in ieder geval een bijdrage te leveren aan het inzicht dat het zo niet goed gaat met de aarde. ‘Een bewoonbaar huis is niet / te verzoenen met de verlangens / die je koestert: wildgroei van klimop, een tuin vol diepzeemeren, gletsjers, vol neushoorns, octopi, koraalduikers. Het huis in de tuin zal snel opgeslokt zijn / met de welgemeende excuses van een outsourced pr-team’, schrijft hij in de eerste van drie ‘Puinsonnetten’. Het hoeft niet te verbazen dat deze met de sonnetvorm niets te maken heeft: ook deze vaste vorm is tot puin vervallen. De regels zijn onregelmatig op de badspiegel geplaatst, rijm ontbreekt. Meijen schrijft sowieso losse, vrij vertellende poëzie.

De dichter beschouwt zichzelf als een aanjager, hij kan het niet alleen: ‘Help me / om woorden weer genoeg te maken, / deze explosie te bevatten / deze tijden te bevolken’ schrijft hij in ‘Vlees zonder bloed / Tijdnood’. En in ‘De god zichtbaar de god’: ‘We zijn mysterie verschuldigd / aan moeder aarde / ook hier en nu, / op deze bank, in dit park. / Schep zorgen voor jezelf / als een kind in Kruidvat suikerkersen’.

De gedichten schieten in de tijd heen en weer.‘In ‘Een Back To The Future-remake in 2040’ verplaatst Meijen het perspectief, heel origineel, naar de toekomst:

‘Iedereen is vertrokken naar koelere plekken,
 waar mensen elkaar niet de kop inslaan voor een glas water.

 Het zal niet lang meer duren
 of ook de bergen zullen vluchten
 naar landen waar ze niet welkom zijn.

 De laatste archeologen graven nog naar sporen,
de laatste biologen documenteren
de planten die nog overleven in deze woestijn,
maar ook zij
houden het niet lang meer uit.’

 Het was allemaal te voorzien, zegt de dichter in de laatste strofe:

‘Maar ik vraag me af:
 wat is het punt van tijdreizen
 als je weet hoe het eindigt?’

Herinneringen aan vroegste jeugd

Even later duikt de dichter in ‘Nul’ weer in het verleden en beschrijft een herinnering aan zijn vroegste jeugd, waarin de aanslag op de Twin Towers opduikt:

‘Het verleden herneemt zich , wil breuken opsporen
 zoals een computer zichzelf herstelt. Ik zie:
 fluwelen broeken, sandalen met witte sokken,
 veel te grote surfshirts
 en vooral elf september tijdloos
 het ontkiemen van een nieuw millennium
 gladiolen omringen een doodgevroren dier.
 Ik was nog kind. Proefde bloed die nacht.’

De regels zijn vaak elliptisch van vorm en dat heeft een reden. Meijen geeft deze letterlijk weer in het gedicht ‘Waanbeelden van een omgevallen boomstronk’: ‘Ik vul mijn zinnen met ellipsen / omdat de woorden door mijn vingers glippen / een ontwrichte wereld verdient geen mooie dingen’.
Het was sterker geweest dit impliciet te laten. De titel van het gedicht verwijst naar Meijens gevoel van ontwrichting door de snel veranderende wereld: ‘ik kan het niet aanzien, / de verandering die betekent / dat ik ook onherroepelijk veranderd moet zijn’. ‘dit gevoel van onbehagen / lijkt op wanneer je door een telescoop kijkt / naar een lege plek in de lucht / waar je zou gezworen hebben dat er net nog / een licht brandde.’
De dichter vraagt zich meermaals af wie hij nog is, wat hem definieert.

Het zijn maar stijlfiguren

Om zijn boodschap kracht bij te zetten gebruikt hij veel herhalingen, opsommingen en parallellismen. De poëzie krijgt hierdoor iets bezwerends:

‘Mijn galblaas is een luchtballon

 en ik heb watervrees. Malawi niets meer dan een mooie naam
 en ik heb watervrees. Nooit een punt van homeostase
 en ik heb watervrees. Balans van vloeistoffen, energie, chakra’s.’

Dat dit ook maar stijlfiguren zijn, blijkt uit de volgende passage waarin de kracht van taal weer wordt gerelativeerd:

‘Ik tel mijn leeftijd in seconden en
 mijn naam draagt enkel betekenis in een lang verzonken taal.
 Er zijn skeletten gevonden in de Marianentrog
 met in hun botten gekerfd:
 de aarde is plat
 de aarde is plat
 de aarde is plat
 de aarde is plat
 de aarde is plat
 de aarde is plat
 de aarde is plat
 herhaal het genoeg en alles wordt waarheid. (‘Ochtendzang van een slaapwandelaar’).

Citaten uit muziekteksten en Wikipedia

Heel opvallend zijn de citaten die los van de gedichten worden geplaatst, cursief, aan de rechterzijde van de bladzijde. Vooral citaten uit de muziek, van Britney Spears, rapper Drake tot Spinvis, waarbij hij het citaat van de laatste in de tegenwoordige tijd zet. Verder citeert hij uit Wikipedia. Moderne media (Google, Skype en Snapchat) komen regelmatig in zijn gedichten voor. We bevinden ons overduidelijk in de wereld van de millennial die zijn informatie voor een groot deel van het scherm haalt. Ook dit maakt zijn poëzie heel authentiek. Verder bestaat het onderscheid tussen hoge en lage cultuur voor hem niet. De poëzie bevat zowel verwijzingen naar Sylvia Plath en Kafka als naar Harry Potter en Game of Thrones.

Doordat het merendeel van de gedichten over dezelfde problematiek gaat, weet je het echter op een bepaald moment wel. Meijen draaft een beetje door, ook al is hij inventief in het variëren op het thema en schrijft hij soms sterke regels (‘vogels kunnen niet vliegen in cyberspace’). Xenomorf geeft vooral een indringend beeld van de kopzorgen van een nieuwe generatie, waarvan de talentvolle Jens Meijen een van de spreekbuizen is: 

‘Het mag niet vergeten worden
 zweer me dat ze lezen
 hoe het voelt
 om weggegeven te worden.
 Hele levens lang.’

 

 

Omslag Xenomorf - Jens Meijen
Xenomorf
Jens Meijen
Verschenen bij: De Bezige Bij (2020)
ISBN: 9789403171104
79 pagina's
Prijs: € 19,99

steun-ons

Jaarlijks publiceert Literair Nederland ruim vierhonderd boekrecensies en literaire berichten mede dankzij donaties van lezers. Uw hulp om boekrecensies, interviews, columns en essays in de toekomst te laten verschijnen is nodig. Klik voor een bijdrage. Onze dank is groot!

Meer van Mathijs van den Berg:

Recent

6 augustus 2020

Hoe lang mag rouw duren en wie bepaalt dat

Over 'Berichten van het front' van Anna Enquist
4 augustus 2020

In het schaduwland

Over 'Het glazen hotel' van Emily St. John Mandel
31 juli 2020

Een gast op deze aarde

Over 'Tarabas' van Joseph Roth
27 juli 2020

De kracht van een nylonkous

Over 'Dragman' van Steven Appleby
24 juli 2020

Als de pasteitjes opraken wordt de val van Troje zichtbaar

Over 'De spiegel & het licht' van Hilary Mantel

Verwant