Jennifer Nansubuga Makumbi – Kintu

Groots epos over Oeganda

Recensie door Kris Mattheeuws

Af en toe wordt er een boek geschreven dat mythische proporties aanneemt. In Oeganda is dat Kintu, de debuutroman van de Brits-Oegandese schrijfster Jennifer Nansubuga Makumbi. Tien jaar lang werkte ze eraan, waarna ze hem probeerde te slijten aan verschillende uitgeverijen. Uiteindelijk werd het boek in 2014 in Oeganda uitgegeven en kreeg het in 2018 een Engelse vertaling plus eensklaps internationale roem. Even plotseling werd de schrijfster overladen met prijzen, waaronder de fameuze Windham-Campbell Prize van Yale University. Ondertussen staat Kintu bekend als dé grote Oegandese roman en wordt Jennifer Nansubuga Makumbi beschouwd als een van de belangrijkste BAME-schrijvers (Black, Asian and Minority Ethnic) van de wereld.

Kintu start met een korte proloog waarin ene Kamu Kintu op 5 januari 2004 brutaal en zonder reden wordt vermoord in een volkstoeloop in Bwaise, een buitenwijk van Kampala. Daarna begint het eerste van de zes boeken (hoofdstukken) die deel uitmaken van Makumbi’s epos. Ze grijpt terug op de oude mondeling overgeleverde verhalen en begint in 1750. Kintu Kidda, stamvader van een hele clan en gouverneur van de Budduprovincie is onderweg naar de nieuwe kabaka (koning) om deze zijn eer te bewijzen. Per ongeluk brengt hij zijn adoptiezoon om het leven, maar heeft niet de moed om dat in zijn dorp te vertellen. De biologische vader spreekt een vloek uit over de clan. Deze vloek is het uitgangspunt van de volgende hoofdstukken waarin telkens een ander lid van de clan centraal staat, verspreid over de jaren tussen pakweg 1960 en 2004.

Moderne geschiedenis

Vanaf het tweede hoofdstuk ontpopt de roman zich als een soort geschiedenis van Oeganda. Door de ogen van de verschillende personages laat Makumbi de recente ontwikkelingen zien. Ze wil alleen tonen, niet oordelen en doet een schijnbaar objectief relaas van haar land, de beproevingen en problemen. De verhalen zijn soms grappig, vaak schrijnend en meelijwekkend. De persoonlijke problemen van de hoofdpersonages lijken een weerspiegeling van de problemen waar Oeganda mee worstelt. De grote thema’s uit andere Afrikaanse romans, migratie en kolonialisme, raakt Makumbi slechts zijdelings aan. Bij haar wordt duidelijk hoe Oeganda worstelt met zijn onafhankelijkheid en het op zichzelf aangewezen zijn. Naar de kolonialen wordt zeker niet de hele tijd met de vinger gewezen. De politieke regimes van onder andere Idi Amin worden vermeld en kritisch belicht, zowel in positieve zin – op economisch vlak hielp Amin het land wel degelijk vooruit – als in de gekende negatieve zin. Grote thema’s in het verhaal zijn echter relaties en familie, arm versus rijk,  de aidsepidemie, volksgebruiken en christendom, maar vooral het dagelijkse leven en het gevecht om te overleven.

Kleurrijke personages

De personages zijn stuk voor stuk levensecht en geloofwaardig: of het nu gaat om de oude man die al tien van zijn twaalf kinderen aan aids heeft verloren, de jongen die als gevolg van een verkrachting wordt geboren, het verstoten meisje dat tracht tegen wil en dank te overleven of om de uit incest tussen tweelingbroer en -zus geboren jongen. Makumbi gaat geen taboe uit de weg. Op bewonderenswaardige wijze kruipen de mensen uit de verhalen uit het dal en gaan ze gewoon verder met hun leven. De lezer raakt geïntrigeerd door hun belevenissen, door het opboksen tegen religie en bijgeloof, tegen rituelen en tradities. De personages zijn kleurrijk en gevarieerd en zijn ongetwijfeld een mooie afspiegeling van de hedendaagse Oegandese samenleving.

Makumbi gebruikt in Kintu ook vaak woorden in het Luganda waarvoor ze van het Britse lezerspubliek veel kritiek kreeg omdat ze weigerde een verklarende woordenlijst toe te voegen. Ze heeft het boek geschreven met een Oegandees publiek voor ogen en anderen moeten maar uit de context afleiden wat die woorden betekenen. Dat maakt het werk, hoewel zeer authentiek, soms ook lastig om te lezen.
Makumbi’s taal is beschrijvend. Ze tekent en schetst er een uniek portret van landschappen en personages mee en weet de juiste sfeer op te roepen om het verhaal meeslepend te maken. Toch houdt ze altijd een zekere afstand tot haar onderwerp en onthoudt ze zich van commentaar. Het is aan de lezer om conclusies te trekken en zich een beeld te vormen van recht en onrecht bij de opbouw van Makumbi’s land.

Subliem sluitstuk

In een magistraal laatste hoofdstuk, De thuiskomst, laat de auteur alle vijf vorige boeken samenkomen in een soort zuiveringsritueel om af te rekenen met de oude vloek die nog steeds over de Kintu-stam heerst. De personages en hun ideeën worden met elkaar geconfronteerd en dat leidt vaak tot voortschrijdende inzichten. Zo krijgt het oude bijgeloof een flinke deuk en accepteert men de moderne tijd. Er wordt beweerd dat Jennifer Nansubuga Makumbi met Kintu het magnum opus van haar land heeft geschreven, net zoals Chinua Achebe dat eerder deed voor Nigeria. Kintu is inderdaad een groots boek, passend in de grote traditie van voorheen mondeling overgeleverde verhalen. Het is een machtig epos over een land in moeilijkheden, al wil de schrijfster dat zelf niet zo gezegd hebben. Kintu is een knap staaltje vertelkunst dat een belangrijke plaats inneemt in de Afrikaanse cultuur en literatuur.

 

Omslag Kintu - Jennifer Nansubuga Makumbi
Kintu
Jennifer Nansubuga Makumbi
Vertaling door: Josephine Ruitenberg
Verschenen bij: Cossee
ISBN: 9789059369009
410 pagina's
Prijs: € 24,99

Meer van Kris Mattheeuws:

Recent

18 september 2020

Zelfspot in menselijk onvermogen

Over 'Hoe harder ik loop, hoe kleiner ik ben' van Kjersti Annesdatter Skomsvold
17 september 2020

De Jules Deelder van het proza

Over 'Keukendrinkers' van Rein Hannik
15 september 2020

Collectief de afgrond in met Ana Paula Maia

Over 'De ziel in het bloed' van Ana Paula Maia
4 september 2020

In gevangenissen worden nieuwe leiders gevormd

Over 'Geweld is nooit ver weg' van Judit Neurink
3 september 2020

De tovenaarsleerling

Over 'Hier zijn we' van Graham Swift

Verwant