Jeanette Winterson – Twaalf Bytes

Kunstmatig of matige kunst?

Recensie door Daan Lameijer

De voetbalwereld en de autobranche kennen al jaren een geduchte concurrent wat de oververtegenwoordiging van mannen betreft: de informaticawereld. Met haar essaybundel Twaalf Bytes bindt Jeanette Winterson de strijd aan met seksisme en misogynie in haar werkveld. Klinkende cijfers, harde statistieken en inspirerende verhalen bewijzen dat genderongelijkheid zelfs in de hoogste regionen van de computerwetenschappen voortwoekert. Winterson heeft echter meer willen schrijven dan een activistisch pamflet, getuige de ondertitel Heden en toekomst van kunstmatige intelligentie. Dat maakt van Twaalf Bytes een boek met twee gezichten.  

Waar Winterson de stand van zaken rond AI beschrijft en feminisme propageert, overtuigt haar werk. Maar regelmatig waagt ze zich aan filmische speculaties zonder onderbouwing, met veel misschien-zinnetjes. Ten slotte probeert ze te bewijzen wat er deugdelijk zou zijn aan kunstmatige intelligentie, maar verslikt ze zich in haar ambitie naar alomvattendheid. Religie, mythologie, literatuur, ras, sociologie, genderpolitiek, geschiedenis, film, liefde en Big Tech. Al deze thema’s propt ze in amper 300 pagina’s; de rode draad wordt algauw een onontwarbare knoop.

Vrijheid, gelijkheid, zusterschap

Voor progressievelingen is Twaalf Bytes een feest van herkenning. In haar pleidooi voor emancipatie binnen de informatica houdt Winterson zich bij de feiten. Zo had het Duitse ENIGMA-systeem in de Tweede Wereldoorlog nooit gekraakt kunnen worden zonder vrouwelijke, zwaar onderbetaalde rekenaars. Ada Lovelace, Lord Byrons dochter, is dé grondlegger van de hedendaagse pc en Spotify, maar waar haar mannelijke tijdgenoten de credits voor krijgen. Over deze vrouw die nota bene Alan Turing inspireerde, wordt gezegd ‘dat ze meeliftte op andermans succes, dat haar berekeningen niet klopten, dat ze de aantekeningen waarin ze de werking van de analytische machine uitlegt niet zelf heeft geschreven. Dat ze zichzelf overschatte, ijdel was en dat Babbage haar alleen maar tolereerde.’ 

De revanche voor de vrouw gaat gestaag, maar niet snel genoeg. Winterson haalt John Stuart Mill aan die in 1869 zegt: ‘‘‘Geen slaaf is in dezelfde mate – en in de volle betekenis van het woord – slaaf als een getrouwde vrouw.’’’ Tot ver in de 20ste eeuw blijft de vrouw wilsonbekwaam en financieel afhankelijk van haar man in het ‘beschaafde’ Westen. En tegenwoordig verergert kunstmatige intelligentie dit probleem slechts. Banken maken bij kredietverstrekkingen gebruik van algoritmes die discrimineren op geslacht. Oftewel, vrouwen hebben een lagere bestedingslimiet dan (witte) mannen. Drie keer raden welke soort mensen de algoritmes vormgeeft? Juist. Bovendien is deze doelgroep fervent liefhebber van een wel heel specifieke vorm van kunstmatige intelligentie.

Eigenlijk keurt Winterson maar één kunstmatige levensvorm af: de sekspop. Sekspoppen zeggen nooit ‘nee’, zijn in 99 van de 100 gevallen veredelde pornopitspoezen en hebben soms zelfs een verkrachtingssimulatie als nieuwste gadget. Daarnaast hebben ze geen eigen wil. Winterson weet dr. Kathleen Richardson van De Montfort University aan haar zijde: ‘Als hoogleraar Ethiek en AI is ze bang dat seksrobots stereotypes zullen versterken, objectificatie en commercialisering van het vrouwenlichaam zullen bevorderen en tot meer geweld tegen vrouwen zullen leiden.’ Als consument kan de man zichzelf wijsmaken dat hij echt wel weet dat seks met een vrouw van vlees en bloed niet zo werkt, maar corruptie van de geest gaat sluipenderwijs: ‘Als ze het niet zo doet, zich niet zo kleedt en zich niet zo gedraagt, is ze gewoon frigide. En als ze het wel zo doet, is ze een slet.’
Waarvoor dient kunstmatige intelligentie dan wel? Daarin is Winterson niet altijd even duidelijk.

Confucian confusion

In de inleiding stelt Winterson haar bescheiden doel voor Twaalf Bytes vast: ‘Ik wil lezers die denken dat ze geen belangstelling hebben voor AI, biotech, Big Tech of datatech laten ontdekken dat deze verhalen boeiend (…) angstaanjagend zijn en allemaal met elkaar samenhangen.’ Vooral dat laatste punt, de onderlinge samenhang van haar subonderwerpen, nekt de schrijfster. Omdat haar bundel essays bevat, en geen wetenschappelijke artikelen, neemt Winterson alle ruimte om uit te weiden over talloze niet-wetenschappelijke kwesties. Aangezien het wetenschappelijke kader ontbreekt waaraan ze haar onderwerpen toetst, bezigt ze het holistische cliché dat alles uiteindelijk allemaal naar hetzelfde wijst. 

Theoretisch vormt de vermenging van allerlei mythes met de Verlichting en de evolutiebiologie het grootste bezwaar. Het Gilgamesj-epos, het Thomasevangelie, het taoïsme, Jezus Christus, Frankenstein; al deze literaire en religieuze fenomenen koppelt ze aan theorieën van de verlichters John Maynard Keynes, René Descartes en Charles Darwin. Onwillekeurig roept Twaalf Bytes herinneringen op aan het omstreden 12 Rules for Life van pseudo-intellectueel Jordan Peterson, die ook niet vies is van een psychoanalysetje hier en een Oedipuscomplexje daar. Bovendien noemt Winterson de Industriële Revolutie de zwartste dag voor de mensheid, terwijl volgens haar het kapitalisme – dé aanjager van massaconsumptie, klimaatproblemen en inkomensongelijkheid – de oplossing is waarmee kunstmatige intelligentie de mens op aarde redt. Om de verwarring compleet te maken bombardeert Winterson even later de venture capitalists Elon Musk, Richard Branson en Peter Thiel dan wel weer tot volksvijand nummer één. Volgt u het nog?

De filmcultuur komt in Twaalf Bytes eveneens rijkelijk aan bod. Het geeft te denken dat Wintersons toekomstverwachtingen meer op kaskrakers dan op wetenschap gebaseerd zijn. De bundel barst van de aannames, eventuele mogelijkheden en plompverloren filmfantasieën: ‘In het komende decennium zal het internet van dingen de gedwongen evolutie en de geleidelijke verdwijning van Homo sapiens zoals we die kennen in gang zetten.’ Het majesteitelijk wij tiert welig: ‘We stellen ons God altijd voor als een niet-belichaamd netwerksysteem.’ Dit soort verkondigingen doen mij smachten naar de roman Mogelijkheid van een eiland, waarin Michel Houellebecq op overtuigende wijze een wereld van gekloonde, via fotosynthese levende post-mensen creëert. Waarom overtuigt dat wel? Omdat de Fransman zijn boek niet over álles wil laten gaan, zoals Winterson dat wel tevergeefs probeert. Ook in het vrije genre van de essayistiek geldt blijkbaar het devies: vrijheid schuilt ‘m in de beperking.

SkAI Radio

Kunstmatige intelligentie wordt binnen de muziekwereld gebruikt om klassieke composities te simuleren. Zo bestaan er machines die stukken componeren met de complexiteit van Bach, om maar iemand te noemen. Sceptici zeggen dat op deze wijze gecomponeerde muziek onvolwaardig is, want de mens heeft haar niet zelf gemaakt. Voor velen is het onderscheid tussen AI en de mens dus: het een is gemaakt door machines, het andere is ontstaan. Winterson noemt een ander verschil, waar zij meer in gelooft: ‘We hebben de technologie. We hebben de wetenschap. We hebben de kennis. We hebben de gereedschappen. We hebben de universiteiten, de instellingen, de structuren, het geld. Where is the love?’ Met liefde is alles mogelijk. Zo springt Twaalf Bytes van Bach naar de Black Eyed Peas, van #MeToo naar #Doeslief. Door verwarring en open deuren boet Twaalf Bytes in aan relevantie, hoe krachtig Winterson de maatschappijkritiek op het patriarchaat ook optuigt.

 

 

Omslag Twaalf Bytes - Jeanette Winterson
Twaalf Bytes
Jeanette Winterson
Vertaling door: Arthur Wevers
Verschenen bij: Alas Contact
ISBN: 9789025472108
300 pagina's

Meer van Daan Lameijer:

Serieus?

Over 'Echt gebeurd is geen excuus' van Heinrich von Kleist

Recent

27 juni 2022

Uit het script geschrapt

Over 'Bijrollen' van Ninni Holmqvist
24 juni 2022

Ode aan een daadkrachtige vrouw

Over 'Annette, een heldinnenepos' van Anne Weber
23 juni 2022

Nostalgie als inspirator voor nationalisme

Over 'Schuilplaats voor andere tijden' van Georgi Gospodinov
21 juni 2022

Nog even geduld

Over '42 vensters op Warten auf den Fluss' van Barbara Köhler
17 juni 2022

Wie zijn we en hoe moeten we ons gedragen?

Over 'Leven als een mens' van Charles Foster

Verwant