Jaroslav Rudiš – Het volk boven

Ik wil zijn!

Recensie door Rieks Holtkamp

Voor de mensen die onder de communistische regimes in Oost-Europa hadden geleden en zich een paar weken bevrijd voelden na de Val van de Muur, openbaarde zich al snel de nieuwe werkelijkheid die in bezits- en klassenverhoudingen weinig onderdeed voor de vorige. De oude bazen hadden zich gewoon een nieuw maatkostuum aangemeten en gingen vervolgens op de oude vertrouwde voet verder.

Dit is het thema in de onlangs in het Nederlands verschenen jongste roman van de Tsjechische schrijver Jaroslav RudišHet volk boven. Rudiš werkt dit uit aan de hand van het hoofdpersonage Vandam: ‘Ik word zo genoemd omdat ik me net als Vandam tweehonderd keer kan opdrukken.’
De Belgische actieheld Jean-Claude van Damme transformeert in Rudiš’ roman tot een anti-held die in het post-communistische Tsjechië zijn plaats niet heeft kunnen vinden, evenals zovelen van zijn landgenoten.
De plaats die Vandam in de maatschappij inneemt wordt vooral bepaald door diens afwijzing van de nieuwe, heersende moraal of ideologie: ‘Ze maken je wijs dat je gelukkig moet zijn en altijd breed moet lachen en opgeruimd en attent en aardig moet zijn’, zegt hij in een lange monoloog tegen zijn zoon, van wie Vandam hoopt dat die in zijn voetsporen zal treden.
‘Ze maken je wijs dat alleen wie schulden maakt, bestaat. Als je schulden maakt, heb je een toekomst, omdat je moet afbetalen. Opeens is er plek voor jou op deze wereld.’

Vandam wil en kan daar niet aan meedoen. Hij heeft andere ideeën over de waarden in het leven. Want loopt de meerderheid niet opnieuw in het gareel, zoals ten tijde van de communistische dictatuur? Die is ingeruild voor de totale consumptiemaatschappij, maar de dwang om in het gareel te lopen is gelijk gebleven. Niet meedoen, betekent sociale uitsluiting. Maar je kunt je ’s ochtends wel aankijken in de spiegel, zonder schaamrood op de kaken te krijgen.

Vandam is een vechter, die problemen het liefst met de vuist oplost. Aan (te veel) praten heeft hij een broertje dood en al helemaal aan gladde praatjes.
Zijn broer, een studiehoofd, heeft het wél gemaakt in de nieuwe maatschappij. Die woont in een villawijk, waar huizen zwembaden hebben, maar waar de bewoners niet per se gelukkiger zijn dan Vandam in zijn stalinistische flatwijk.
Volgens zijn eigen zeggen heeft Vandam de Fluwelen Revolutie in gang gezet, door de eerste klap uit te delen, maar anderen (of waren het dezelfden?) hebben van de val van de communisten geprofiteerd.

Het bos, dat voor een deel heeft moeten plaatsmaken voor de nieuwe flatgebouwen, is een mythisch oord, waarop Vandam zijn voorstelling van een onbedorven geschiedenis projecteert. Er vinden gevechten plaats tussen Germanen en de Romeinen. Vandam ziet zichzelf als de laatste Romein, die het onbedorven verleden wil transponeren naar de huidige tijd, ‘waar de boel net als gletsjers smelt’, ‘waar de boel net als de regenwouden van de Amazone in brand staat.’

Waar het om gaat, vindt Vandam, is de vastgelopen wereldgeschiedenis weer in beweging te zetten, met een paar goedgerichte klappen in het geval van Vandam, om te laten zien dat mensen zich aan de regels moeten houden. Rechtvaardigheid en fatsoen, dat wil hij.
Maar niet iedereen is daarvan gediend. Lucie, de caféhoudster van de Poolster, het stamcafé van Vandam en zijn vrienden, schreeuwt hem op een cruciale nacht bij hem thuis toe, nadat ze na sluitingstijd met hem mee is gegaan om te vrijen: ‘Wie denk je wel dat je bent? Achterlijke idioot, debiel. De laatste klote-Romein die soldaatje speelt. Redder van de mensheid. Ik hoef niet gered te worden. Wat denk je wel dat je bent, man?’

‘Litteken’ heet het enige hoofdstuk dat geen nummer heeft maar een titel, waarin het nachtelijke gesprek tussen Lucie en Vandam wordt weergegeven, niet als een monoloog, maar waarin een verteller het woord neemt. Hierin komen we meer over Vandams persoonlijke geschiedenis te weten, meer dan in alle pagina’s ervoor. Vandam blijkt een dromer, veel gevoeliger dan hij meestal wil toegeven.

Het volk boven is de tweede roman die van Jaroslav Rudiš, na Het einde van de punk in Helsinki in het Nederlands is vertaald, beide door Edgar de Bruin. Deze prachtige vertalingen zijn een aanwinst voor de Nederlandse literatuur. Als Nederlandstalige lezer wordt je blik gericht op Midden-Europa, dat door Rudiš opmerkelijk dichtbij wordt gebracht. ‘Ik wil niet hebben, ik wil zijn’, zou je Vandams machteloze schreeuw kunnen samenvatten. Dat riep Youp van t Hek ook al in 1995 in diens show ‘Spelen met je leven’. En over spelen met je leven gesproken, dat doet Vandam ook aan het slot van deze roman, met fatale gevolgen, zoals blijkt uit de weergaloze sterfscène aan het slot.

 

 

 

Omslag Het volk boven - Jaroslav Rudiš
Het volk boven
Jaroslav Rudiš
Vertaling door: Edgar de Bruin
Verschenen bij: Nobelman, Uitgeverij
ISBN: 9789491737329
140 pagina's
Prijs: € 19,95

steun-ons

In Lissabon, vlakbij het café waar Fernando Pessoa in de jaren 30 werkte, zaten afgelopen zomer twee zwervers die vijf dozen voor zich hadden neergezet. Op een stond ‘morning wine’ op een ‘midday beer’, ‘a casual whiskey’, ‘a port to top it’, op de laatste ‘some food’. Het was een uitnodiging er kleingeld in te werpen. In het midden een groot bord: ‘At least we are honest!

Literair Nederland heeft een wat hoger ambitieniveau, maar onze dagelijkse kosten zijn op jaarbasis zo’n € 1.755,- (postzegels € 775,-, hosting € 500,- , redactiebijeenkomsten € 480,- ).

Helpt u ons met uw donatie?

 

 

Recent

20 april 2018

Ik ben buiten, dus ik ben

Over 'Rotgrond bestaat niet' van Gerbrand Bakker
19 april 2018

Getrotseerde aanvallen op het vaderschap

Over 'Vaderinstinct' van Hans Boland
18 april 2018

Tja

Over 'Ik, J. Kessels' van P.F. Thomése
17 april 2018

‘We moeten ons verhaal nog doen’

Over 'De laatste getuigen' van Svetlana Alexijevitsj
16 april 2018

Pleidooi voor intellectuele vrijheid voor vrouwen

Over 'Een kamer voor jezelf' van Virginia Woolf

Verwant