Janine Jongsma – Gewoon logisch

Poëzie binnen de grenzen van het gewone

Recensie door Albert Hogeweij

Wie z’n klassiekers kent, valt het moeilijk niet aan Cruijff te denken bij de titel Gewoon logisch. Toch komt er in dit dichtersdebuut van Janine Jongsma (1965) geen hard-boiled Cruijffiaanse logica voor. In geen van de vijftig gedichten zelfs ook maar de geringste verwijzing naar de voetbalsport. Al kan het geen toeval zijn dat de afdeling Gewoon logisch 14 gedichten telt. En mocht het wèl toeval zijn, kan men er evengoed een knipoog in zien naar onze nationale voetbalheld: oreerde hij immers niet dat toeval logisch is? Bij een zekere schare poëzievolgers zou de naam Janine Jongsma een belletje kunnen doen rinkelen, want blijkens de verantwoording achterin zijn diverse van haar gedichten opgenomen in literaire tijdschriften en bloemlezingen. Enkele daarvan vielen zelfs in de prijzen.

Het mag ietsje meer zijn

Een aantal anekdotische gedichten waarin onder andere sprake is van ‘ons huis’, ‘mijn vader’, ‘mijn moeder’ enzovoort, wekken de indruk geworteld te zijn in de eigen ervaring en eigenaardigheden van het gezin waarin Jongsma opgroeide. Het gezinsleven was blijkbaar doortrokken van een geheel eigen logica, enkel bestemd voor eigen in-crowd. De gedichten zijn van een van-je-familie-moet-je-het-hebben kaliber. De in strofevorm gegoten anekdotes zijn een tikkeltje weird, maar wel tragikomisch. In tegenstelling tot wat er in die gedichten beschreven wordt, zijn de aangewende poëtische middelen heel gewoon, minimaal. Het poëtisch soortelijke gewicht is vrij laag. De gedichten drijven geheel op het verhaaltje. Zonder rijm, alliteratie of assonantie, is het enkel de strofevorm die ze tot een gedicht maakt. De woorden gaan in hun onderlinge schikking geen onverwachte betekenissen aan binnen het gedicht, dat niet zelden uitmondt in een nogal onschuldige, bevrijdende pointe.  Aardig om te lezen, maar niet meer dan dat. Juist in poëzie hoopt men op ietsje meer.

Snakken naar dubbele bodem

Een gedicht als Onbeschreven blad bedrijft wel poëzie en wel met de metafoor. Maar met een strofe als ‘Jij, die weet dat ik geen onbeschreven blad ben / maar getekend door woorden / mij kunt lezen nu ik naakt voor je lig / en ik mijn ziel in je lichaam schrijf’ leunt het wel zwaar op het geijkte cliché van het blad dat ook de huid van de dichter is. En met het slot, ‘Jij, die weet hoe je onderhuids kruipt / onder mijn vel beweegt / mij van mijn zinnen berooft / ze teder uit hun verband haalt en omwikkelt met liefde’ komt men wel erg op het randje van de kitsch, of er zelfs overheen. Als lezer begin je gewoonweg naar iets verontrustends te snakken, iets met weerhaakjes, een zuur dat bijt. Maar daar is niets van te bekennen. Geen enkele dubbele bodem om wie dan ook op het verkeerde been te zetten. ‘Maar het allermeeste mis ik jou / als jij ooit niet meer bij mij bent onderweg’. Zonder blikken of blozen staat er: ‘En toen jij mijn blik ving / voelde ik dat mijn wangen niet gloeiden van de zon’.  Elektrisch hardvuur op stand candlelight: ‘Kan iemand (…) zo zwijgend van jou houden als ik?’ Van een dichter mag men toch wel iets venijnigs verwachten? Of is dit soms ‘wat vrouwen doen’, zoals een ander gedicht suggereert?

Dan toch een uitsmijter

Het gevaar bestaat dat de lezer het na een aantal van zulke gedichten voor gezien houdt. Dat je na ietwat geforceerd poëtische zinnen als ‘Door je ogen dicht / de jaren terug te strelen / in de nerven van mijn huid’ geen oog meer hebt voor iets als: ‘Mijn vader is Oost-Indisch doof / aan zijn twee linkerhanden’, wat zonder meer een geweldige zin is! Een gedicht dat inzet met: ‘Op de dag dat ik mijn verloren dagen / weg ging gooien, scheen de zon belachelijk hard’ krijgt ook groen licht. ‘Wij, enkel nog een doorsnede van de herfst’ kan er eveneens mee door. In zulke regels waait niet alleen een andere wind, maar waait-ie ook uit een andere hoek. Is het toeval dat in dit soort beter geslaagde gedichten de herfst, de dood, het verval van zich doen spreken? Een gedicht over een vrouw die zich stoer en daadkrachtig verzet tegen de slopende ziekte in haar lijf krijgt een roerend slot met een regelrechte uitsmijter: ‘In de nacht wacht de kanker in haar bed / ze is nu te moe om hem een knal te verkopen / morgen is hij als eerste aan de beurt’. Hier klinkt een speels rebelse en ongeforceerde toon, die af en toe een rake hoek uitdeelt. Het ontstijgt de feelgood poëzie. Het mooiste gedicht draagt als veelbelovende titel:

De dood heeft het koud

De dood heeft het koud onder je ruime huid
hij slaat je vel begerig om zich heen
verstijfd zie ik hoe ze jou weghalen

Alleen je afdruk blijft achter in je bed
het kussen nog warm, de dekens lauw
wacht ik wanhopig in je geur

Op het nachtkastje je mok nog halfvol
het washandje waarmee ik je mond
voor het laatst voorzichtig afveegde

Waarom gebeurt er niets?
de zon schijnt vrolijk in de kamer
beneden hangt je jas aan de kapstok

Paddenstoelen zouden uit het washandje
moeten schieten, je mok zou moeten splijten
er zouden motten uit je jas moeten vliegen

Buiten het voorspelbare

Ook wie deze ervaring nog niet aan den lijve heeft ondervonden zal het gevoel meteen herkennen. De eeuwige discrepantie tussen de persoonlijke smart en het onverschillige voortrazen van de wereld om ons heen. Kleine woorden voor een groot verdriet. En zo hoort het. Hier wordt langzaam van het geruststellende afgedreven, buiten het bereik van het vertrouwde en het voorspelbare.

Natuurlijk zitten bij uitgeverij Voetnoot veel dichters die het goed doen op een podium, dichters met een sterke performance. En ongetwijfeld zullen Jongsma’s meeste gedichten in zo’n setting beter voor het voetlicht worden gebracht dan vanaf met bedrukte pagina’s. Nu maar hopen dat er in een volgende poëziebundel de lezer die ook graag wat wanhoop en desillusies oppikt van papier, niet vergeten zal worden.

 

Omslag Gewoon logisch - Janine Jongsma
Gewoon logisch
Janine Jongsma
Verschenen bij: Voetnoot (2019)
ISBN: 9789491738555
76 pagina's
Prijs: € 17,00

1 reactie





 

Meer van Albert Hogeweij:

Recent

19 november 2019

Wandelen langs de rivier

Over 'Dodeneiland' van Gerhard Meier
18 november 2019

Ingehouden roekeloosheid

Over 'De grom uit de hond halen' van Iduna Paalman
14 november 2019

Hoe te reageren op de belediging die seksueel misbruik is

Over 'Vallen is als vliegen' van Manon Uphoff
13 november 2019

Indrukwekkend interview met een groot schrijver

Over 'Wat is een appel?' van Amos Oz, co-auteur Shira Hadad
11 november 2019

Psychologische steekspel over schuld en boete

Over 'De geboorte van schuld' van Bart Smout

Verwant