Jane Gardam – Een onberispelijke man

De man die niet kon liefhebben

Recensie door Hettie Marzak

Jane Gardam debuteerde in 1971 op haar veertigste met een kinderboek; sindsdien schreef ze vijfentwintig boeken waarmee ze talloze prijzen won waaronder twee keer de ‘Withbread book of the year award’ voor de beste roman. Ze is in Nederland niet zo bekend: Old Filth (2004) schreef ze op zesenzeventig jarige leeftijd en verscheen onlangs in vertaling als Een onberispelijke man.

Voormalig advocaat en rechter Edward Feathers is het prototype van de Britse gentleman: gereserveerd en met een typische zelfspot. Bolhoed, paraplu, stiff upper lip: ‘An Englishman will walk but never run’ zoals Sting zingt in Englishman in New York. Jane Gardam weet haar hoofdpersoon zo te karakteriseren dat je hem voor je ziet; een kalme man. Maar onder dat kalme voorkomen leeft een man die worstelt met zijn verleden.

Weduwnaar
‘Old Filth’, wordt hij in juridische kringen genoemd, naar een zelfverzonnen acroniem ‘Failed In London Try Hongkong’. Sinds zijn pensionering woont hij op het platteland in Dorset met zijn vrouw Betty. Na haar overlijden is hij op zichzelf aangewezen. Er is een tuinman en een huishoudster, die hij ‘mevrouw Eh’ noemt, omdat hij haar naam maar niet onthouden kan. Zijn eenzaamheid dwingt hem contact te maken met zijn buurman, Terry Veneering. Een oud-collega die ten tijde van zijn standplaats Hong Kong tevens zijn grootste vijand was en vermoedelijk de minnaar van Betty, zijn vrouw.

Schaarse informatie
Vermoedelijk, want Gardam houdt meer achter aan informatie dan ze prijsgeeft; af en toe laat ze achteloos een aanwijzing vallen die suggereert dat er meer aan de hand is dan ze laat zien. Zo telefoneert Betty met Terry om hem te condoleren met het verlies van zijn zoon. Een gesprek waaraan verder niet meer gerefereerd wordt, maar waarvan de heimelijkheid te denken geeft. Gardam is spaarzaam met verklaringen en laat het aan de lezer om conclusies te trekken. Met schaarse aanwijzingen die ze hier en daar als broodkruimels langs de verhaallijn laat vallen, voert ze de lezer mee naar de uiteindelijke apotheose.

Waar het moeizame contact met Veneering slechts een intermezzo is, evenals de verschijning van Betty na haar dood, die Feathers regelmatig waarneemt en met wie hij gesprekjes voert. Deze intervallen zijn een aanzet voor Feathers zich te verdiepen in zijn verleden. Hij besluit zijn nichtjes te bezoeken – die samen met hem in een pleeggezin waren ondergebracht – om te praten over hun gedeelde verleden. In die tijd is er iets voorgevallen, wat door Gardam zeer geraffineerd wordt uitgesponnen door de hele roman.

Geen achtergrond
In Borneo, destijds in handen van de Engelsen, stierf zijn moeder tijdens zijn geboorte, zijn vader keek niet naar hem om. Edward wordt opgenomen door de inlandse bevolking. Voor zijn vijfde jaar, stuurt zijn vader hem naar Engeland om een Engelse opvoeding te krijgen. Hij komt bij een pleeggezin in Wales – samen met twee nichtjes – tot hij naar kostschool gaat en later naar de universiteit. Zijn vader ziet hij nooit meer.

Ik heb geen achtergrond. Ik ben losgerukt uit mijn omgeving. Ik ben op een andere achtergrond geplakt als een uitgeknipte vorm’, denkt Feathers. Hij wordt daardoor ‘slecht in  liefhebben’, zoals zijn nicht hem veel later in een brief vertelt.

Dat wat Edward overkwam, was het lot van veel kinderen in de Engelse koloniën. Ze werden ook wel ‘weeskinderen van de Raj’ genoemd, waarbij de ‘Raj’ de periode van overheersing door de Britten in India en andere delen van Azië aangaf. De kinderen werden naar Engeland gestuurd voor een klassieke opvoeding en zagen hun ouders pas na jaren terug. Vaak werden ze als betalende gasten opgenomen door wildvreemden of werden ze bij onverschillige familieleden ondergebracht. Het overkwam Kipling, die in Baa Baa Black Sheep schreef hoe hij als kind in een pleeggezin door mishandeling en verwaarlozing bijna blind geworden was –  hij koos ervoor om afstand te nemen door het verhaal in de derde persoon te schrijven. Het overkwam Saki, die in zijn korte verhaal Shredni Vashtar beschreef hoe het leven was voor een kind dat moest wonen bij een onbekend familielid dat met tegenzin de zorg op zich nam. En het overkwam dus Edward Feathers, die pas veel later kon praten over hoe het eraan toe ging in het pleeggezin, maar steeds verzweeg wat het ergste was.

Langzame doordringen van de tijd
De herinneringen van Feathers springen van Hong Kong naar Londen, van de oorlogstijd naar zijn tijd op kostschool. Als hij na de begrafenis van zijn vrouw op reis gaat om zijn nichtjes te bezoeken, verstuikt hij zijn enkel op de trap van een hotel. Wanneer hij uitgeput op de dokter wacht, valt hij in slaap: ‘en heel voorzichtig, een stukje per keer, liet hij het verleden toe.’

Nu eens in Feathers’ woorden, dan weer door de verteller, worden de herinneringen stuk voor stuk prijsgegeven, waarbij hij tot de conclusie komt: ‘Ik ben mijn hele leven, vanaf mijn vroege kindertijd, verlaten, of gedumpt, of gescheiden door de dood, van iedereen van wie ik hield of die om me gaf (…)’. En hij vraagt zich af of ‘mijn eenzame leven – ik heb me eigenlijk altijd alleen gevoeld – het gevolg is van wat ik gedaan heb toen ik acht was (…)‘.

Nadat hij een dominee gesproken heeft en bij monde van zijn een van zijn nichtjes alles opgebiecht is wat hem bezwaarde, besluit hij nog één reis te maken: naar Singapore. Op het vliegveld ziet hij Betty weer naast hem staan. Als hem door een voorbijganger gevraagd wordt of er iets mis is, antwoordt hij: ‘Er is niets mis,’ zei Filth. (…). Er is helemaal niets mis.‘ Want hij was thuis.

In een toegevoegd hoofdstuk praten twee rechters met elkaar over de dood van Old Filth: ‘Hij was net uit een vliegtuig gestapt. Wist je dat? Ging terug naar waar hij vandaan kwam.

Bruisend
Gardam heeft met dit boek een prachtig overzicht geleverd van de koloniaal tijdperk. Edward is een onberispelijke man maar ook een zeer complexe persoonlijkheid. Gardam schrijft terughoudend en doet dat in prachtig, soepel proza. Als de dominee arriveert in het hotel waar Feathers verblijft, blijkt de laatste nog steeds in bed te liggen, ‘met zijn ivoren neus naar boven gericht’. De dominee onderneemt actie: ‘(hij) hees de oude botten van het bed, liet de ivoren waaiers die Filths voeten waren in zijn leren slaapkamerpantoffels van Harrods glijden, plantte Filth op een stoel met een rechte rug en zette een tafel voor hem neer.’

In het nawoord kondigt Gardam aan dat er nog twee delen zullen verschijnen, Een trouwe vrouw, waarin hetzelfde verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van zijn vrouw Betty. Momenteel schrijft Gardam aan het derde deel, Last Friends getiteld en zal het verhaal zijn van Veneering en zijn vriendschap met het echtpaar Feathers als ze oud zijn en in Dorset wonen. Gardam onthult: ‘Tot het allerlaatst hebben zij – wij – een verborgen leven. Er zijn vooral vaak verborgen kinderjaren.’ Naar de verschijning van deze twee boeken in Nederlandse vertaling wordt reikhalzend uitgekeken.

 

 

Omslag Een onberispelijke man - Jane Gardam
Een onberispelijke man
Jane Gardam
Vertaling door: Joost Poort
Oorspronkelijke titel: Old Filth
Verschenen bij: Cossee
ISBN: 9789059367067
320 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Hettie Marzak:

Recent

17 mei 2018

Misleidende verhalen

Over 'Roza' van Olivier Willemsen
16 mei 2018

Zoektocht naar kennis

Over 'De ommegang' van Jan van Aken
14 mei 2018

Meer ambacht dan kunst

Over 'Alle gedichten' van Gerrit Komrij
10 mei 2018

Smeulende en opvlammende taal in Revisor #18

Over 'Revisor' van Redactie: Thomas Heerma van Voss, Bernke Klein Zandvoort, Jan van Mersbergen, Daan Stoffelsen