Jan Beuving – Ruitjesblues

Kleinkunst, maar dan groots

Recensie door Daan Lameijer

Het hoogtepunt van de zondagavond? Studio Voetbal. Niet vanwege een stift, steekpass of wereldgoal. Nee, in het laatste gedeelte van het programma maakt volks vermaak plaats voor poëzie. Het Eindsignaal brengt een eerbetoon aan vergeten of ondergewaardeerde voetballers. Zelfs sporthaters voelen sympathie voor een vroeg kalende Twentenaar, verdwaalde Japanner of geliefde Ghanees, wier carrières stuk voor stuk in de knop braken. Hun grauwe nalatenschap straalt dankzij de pen van Jan Beuving, al heeft Frank Heinen inmiddels het stokje van hem overgenomen.

Onlangs publiceerde Beuving Ruitjesblues, een compilatie cabaretteksten, die hopelijk nog lang niet het eindsignaal van zijn schrijverschap betekenen. Hij is niet de enige cabaretier die zijn optredens op schrift stelt. Ook Kees Torn, Willem Wilmink, Herman Finkers, Maarten van Rozendaal en vele anderen ‘verboekten’ hun performances.

Hoewel kleinkunst het beste werkt op het gehoor en voor live publiek, laat Ruitjesblues zien hoe simpel en ritmisch Jan Beuving schrijft. Toegegeven, sommige verzen over de wiskunde gaan alfa’s wellicht te snel, maar zijn geloofstwijfel, humor en lieve liedjes treffen doel. Waarom? Omdat Beuving niet mikt op effectbejag. Hij observeert, onthoudt en vindt precies de juiste woorden. Bovendien meldt hij onderaan elk vers keurig voor wie, met wie en dankzij wie het kon ontstaan. Bescheiden. Te, vindt voorwoordschrijver Ivo de Wijs: ‘Dat is aardig van Jan, maar er was nooit iets van hem geworden als hij niet zo’n uniek talent had gehad en interessante voorkeuren. (…) Lees en geniet.’ Koud kunstje met zulke grootse kleinkunst.

Beminnen, beplussen

De titel – Ruitjesblues – viert Beuvings favoriete geometrische vorm. Een heel gedicht wijdt hij eraan, net als aan de staartdeling. Hij bemint de ruit, niet alleen op het middenveld in een 4-4-2-formatie. Beminnen, zo hebben wiskundigen nu eenmaal lief:

Dus ik heb voor alle Mondriaanmusea passe-partouts
En ik ga het allerliefste naar Manhattan op een cruise
En ik kom wat hoekig over bij de eerste rendez-vous
Want ik heb de ruitjesblues
(…)
Ik denk altijd weer aan Admiraal de Ruyter bij de zee
Ik doe vlokken van De Ruijter op haast elke bruine snee
Ik heb niks met amazones maar een ruiter is oké
En mijn lievelingstheater is Carré

Hierna merkt Beuving op in zijn voetnoot: ‘Jammer, maar volkomen terecht dat ik het nooit in Carré heb gezongen.’ Voetnoten worden normaal gesproken overgeslagen, maar die van Ruitjesblues typeren Beuvings vakmanschap en bescheidenheid. Lees die dus. Als raswiskundige die zijn plussen en minnen doseert, somt hij enerzijds prijzen op die hij wint met zijn verzen, waar hij anderzijds het eigen werk bekritiseert. Zo schrijft hij over Joep: ‘Jammer van die rijmstoplap ‘‘zonder schelden’’ in het laatste couplet; daar zie je aan dat ik haast had.’ Ook elke bewuste taalovertreding (om het ritme erin te houden), stipt hij eerlijk aan: ‘Hier heeft de grap het gewonnen van de grammatica, wat eigenlijk niet mag.’ Met het excuus van dichterlijke vrijheid komt Beuving niet aanzetten. Liever geeft hij een foutje toe. Een biecht? Niet overdrijven…

Geloofd, gedoofd

Jan Beuving komt uit Numansdorp op Goeree-Overflakkee. Het gereformeerde geloof speelt dan ook een bescheiden rol in deze bundel. Ja, ‘spelen’ is precies het juiste woord. Het gedicht Wasgegroet schrijft Beuving voor Huub Stapel, wiens katholicisme als een novenenkaars uitdooft:

Wat doe je met die schade en die schande
Wanneer je nooit meer op een biechtstoel zit?
Wat is de weerklank van een mea culpa
Wanneer je niets gelooft en niet meer bidt?
(…)
‘Wees gegroet, Maria, vol van genade…’
Ik ken de tekst nog, maar de ziel is dood
Het is nu geen gebed meer, maar een versje
Verdwenen zijn de vruchten van die schoot

Zelfs in de wetenschap schemert het geloof door. ’s Lands beroemdste coronaviroloog verdient eveneens een gedicht: A.O. Er komt geen eind aan zijn televisieoptredens. Niemand weet wanneer hij er überhaupt mee begón. Het gaat om Ab Osterhaus, A.O., die helaas bij lange na niet de macht van de Alpha en de Omega bezit. Beuving wil hem van de buis:

Honderdduizenden bejaarden
Zijn gestorven hier op aarde
Maar die ene ligt nog steeds niet tussen alle opgebaarden!
Laat hem in een koor gaan zingen
Waar bacillen overspringen
Of een dagje surfen voor de kust van Scheveningen…
Dan geven wij hem hartelijk applaus
Oh God, verlos ons van Ab Osterhaus

Hebben Koopmans en Van Dissel even geluk dat hun namen minder lekker rijmen.

Schuurpapier

Sommige grappen doen zeer. Zo leidt de zin over Scheveningen tot een droevige mail uit Den Haag, zegt Beuving in zijn voetnoot. Toch gaat hij door met zwartgallige humor, vele cabaretiers eigen. Nerd beschrijft een orgastische wraakfantasie over een paar pestkoppen op de middelbare school:

Het liefst zou ik die klasgenootjes op mijn passer spiesen
En stak ik met mijn geodriehoek al hun oogjes uit
Of sneed ik met mijn vulpenpunt de rechte bissectrice
Van vier of vijf of zes of zeven hoeken in hun huid
(…)
Als ik zou willen huilde elke pestkop om zijn mamma
En vierde ik de woede bot die steeds in mij ontsteekt
Dan startte ik op elk van hen een onderzoeksprogramma
Waar dat van Josef Mengele volledig bij verbleekt

Niet elke grap schoffeert anderen. Slotlied 1 en Slotlied 2, die  over soorten sluitingen en Nederlandse kastelen gaan, doen qua taligheid en droogte denken aan Herman Finkers’ oeuvre. Het Rekenlied bevat publieksparticipatie waarin de toehoorders een getal moeten roepen dat perfect rijmt op de tweede regel. Even resoneert het lied Nederlands-Engels van Kees Torn. Uitglijders gegarandeerd:

U slaagt voor elke som met vlag en wimpel
Al zijn uw rekenachterstanden fiks
De rekenles op rijm is supersimpel
En heeft u geen idee, roep dan maar…

X-factor

 Eerder in deze recensie staat dat Beuving nergens makkelijk wil scoren. Toch moet de lezer geregeld Ruitjesblues wegleggen met een brok in de keel. Het ís en blijft immers een blues. Het lied Gerrit bezingt de komst van boer Gerrits kleinkind. Vanwege zijn kennis over pasgeboren kalfjes voelt hij aan dat de baby het niet zal redden: ‘Als ik een kalfje heb dat zo kijkt, haalt het de avond niet.’ Een prachtig lied over natuur, kennis en intuïtie, en dat geen spoiler verdient. De grootste tranentrekker moet echter Zaterdagochtend zijn. Een kamer waar het zonlicht invalt, drie gelukkige kinderen bij papa op schoot, beschuit als ontbijt, verse bloemen op tafel. Sterker nog: het hele huis staat barstensvol bloemen en vazen. Wat een weelde. Tot het kroost snapt waarom.

Weer eens wat anders dan grienen om Love Actually of Robert ten Brink. Wie heeft kerstliedjes of de Top 2000 nodig, als de Ruitjesblues klinkt?

 

Omslag Ruitjesblues - Jan Beuving
Ruitjesblues
Jan Beuving
Verschenen bij: Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar 2023
ISBN: 9789038814568
240 pagina's
Prijs: € 20,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

2 reacties

  • Michiel van Diggelen schreef:

    Numansdorp ligt niet op Goeree-Overflakkee, maar in de Hoeksche Waard. Beide Z-H dat wel.

    Wel fraaie en verdiende bespreking.

  • Daan Lameijer schreef:

    Ah, ik zie het nu ook! Suf! Geheel in de stijl van Beuving laat ik deze uitglijder wel staan, maar veel dank voor de correctie.

Geef een reactie





 

Meer van Daan Lameijer:

Goed, hè?

Goed, hè?

Over 'De Liefdader' van Stasio Komar

Recent

‘Zeg maar dat het geen visstick is’
17 januari 2024

‘Zeg maar dat het geen visstick is’

Over 'Een tafel bij het raam' van Mirthe van Doornik
Wijze én berekenende aforismen
16 januari 2024

Wijze én berekenende aforismen

Over 'De kunst van de voorzichtigheid' van Baltasar Gracián
Amerikaanse verlorenheid in beeldende snapshots
15 januari 2024

Amerikaanse verlorenheid in beeldende snapshots

Over 'Een dag als geen ander, verhalen' van Sam Shepard
Een ode aan de verbeeldingskracht
9 januari 2024

Een ode aan de verbeeldingskracht

Over 'Baumgartner' van Paul Auster
Klein leed onder een vergrootglas
8 januari 2024

Klein leed onder een vergrootglas

Over 'Winterverhalen' van Ingvild H. Rishøi

Verwant

Serieus?

Serieus?

Over 'Echt gebeurd is geen excuus' van Heinrich von Kleist