Jacob Groot – Toen ik alle dingen zag

Fietstocht om inzicht te krijgen in afkomst en aard

Recensie door Hettie Marzak

Dichter en prozaïst Jacob Groot laat in zijn nieuwste roman Toen ik alle dingen zag, een man een fietstocht maken langs de kust van Noord-Holland, van Velsen tot aan Den Helder. De reden waarom hij dat doet, wordt niet helemaal duidelijk: hij heeft een opdracht gekregen van zijn vrouw Eva, maar welke opdracht dat precies is, wordt niet onthuld. Wel wordt door zijn vrouw middels een codewoord, ‘Wolkendek’ gerefereerd aan een gebeurtenis tijdens een nacht, ‘waar we ons nog altijd blind op staren’. De ontknoping daarvan is de opdracht die de naamloze fietser meekrijgt, maar waar verder in het boek niet meer over gesproken wordt.

Belangrijker is de opdracht die de man zichzelf geeft: een fietstocht maken door het Noord-Hollandse landschap dat in hem verankerd ligt, om daardoor inzicht te krijgen in zijn afkomst en zijn aard. De provincie zit in zijn genen, ‘ze is een bouwsteen van wie ik ben.’ Daarom gaat hij in de roman voortdurend een dialoog aan met zichzelf en maakt hij de lezer deelgenoot van zijn invallen, fantasieën, dromen en herinneringen. 

Niets gebeurt zomaar

In dichterlijk proza beschrijft Groot de bespiegelingen van de hoofdpersoon tijdens zijn queeste op zijn groene Raleigh-racefiets. Hij laat zijn gedachten gaan over het landschap, over de auteurs Herman Gorter en Jorge Luis Borges die hij als zijn reisgenoten beschouwt. Ook Roland Holst en Kouwenaar worden besproken. De zinnen waarin hij dat doet, zijn vaak uitzonderlijk lang, uitgesmeerd over de volledige pagina: een brij van hoofd- en bijzinnen waarin het soms moeilijk is te bepalen waar het over gaat zonder gedegen kennis van zinsontleding. Ook deinst Groot niet terug voor moeilijke woorden en begrippen die waarschijnlijk iedereen moet opzoeken. Dat draagt ertoe bij dat de moeilijkheidsgraad van deze roman hoog ligt, ook door de talloze verwijzingen naar de Bijbel en andere literatuur.

De Bijbel, de Koran en de Misjna worden al in het begin van de fietstocht door de hoofdpersoon in de grond begraven, misschien als symbool voor het loskomen van gevestigde tradities, een blanco begin te maken. Want in deze roman gebeurt niets zomaar en blijft niets zonder betekenis: in de proloog richt de auteur zich rechtstreeks tot de verteller: ‘En u verteller? U vindt dat we in wezen alles moeten kunnen zien, zelfs als het achter een koppig wolkendek verborgen ligt? Maar belangrijker is dan toch de vraag of u het zaakje voor ons opklaart? Dat laatste is natuurlijk ook uw opdracht, dus kwijt u zich vanzelfsprekend van die taak, al dient u zich eerst nog voor te bereiden.’

De fietstocht van de man lijkt gaandeweg op een pelgrimage, inclusief de verleidingen van mooie, wulpse vrouwen zoals diverse heiligen die moesten doorstaan. Maar in tegenstelling tot hen bezwijkt de hoofdpersoon, die zichzelf beschouwt ‘als een profeet in de woestijn’ wel voor die verleiding, al is het niet duidelijk of dit alleen in zijn fantasie gebeurt. 

Zoon van Alkmaar

De beproevingen beginnen pas goed als zijn fietsband lek is, het avond wordt en hij uitgeput is. Op een camping maakt hij kennis met een oude man, die hem helpt en die op zijn vader lijkt. Hij zal deze man, die zich voorstelt als Salomo Keizer, nog twee keer tegenkomen; de tweede ontmoeting eindigt zonder enige aanleiding en ongeloofwaardig in een worstelpartij: Jacob vecht met de engel. Daarna begeleidt Salomo de hoofdpersoon in de trein van Schagen naar Den Helder. Als Salomo vraagt, wat de ander zoekt, vertelt deze een verhaal over de Zoon van Alkmaar, die naar de grote stad wilde, die ertoe doen wilde: ‘How to star?’ Het is een ironische verhaal over je anders voordoen dan je bent. De Zoon van Alkmaar is auteur en raakt onder invloed van de media, hij schept niets meer, maar levert maatwerk. ‘Je zelfbeeld beeldt alleen nog maar je publieke afwezigheid af.’

Het verhaal wordt dan steeds mystieker. De hoofdpersoon gaat naar een hotel, ‘Lands End’ genaamd, waar hij verwacht wordt en niet hoeft te betalen. Ook bezoekt hij een rock-café met de naam ‘De Engel’, waar een band speelt die de Dämmerung heet. Namen met een culturele lading.
Het gesprek eerder met Salomo in de trein brengt een catharsis teweeg: de hoofdpersoon besluit terug te gaan naar huis, naar Eva, ‘terug naar de recapitulatie en de evaluatie en de vergetelheid.’

De bedevaart is dan allang een odyssee geworden met een Penelope aan het einde van de tocht. Groot noemt zijn protagonist dan ook ‘Nobody’, een verwijzing naar de naam die Odysseus zichzelf geeft als de Cycloop vraagt wie hij is: Niemand. 

Dichterlijke taal

Naast de vele verwijzingen naar de Bijbel en de Klassieke Oudheid worden er ook begrippen uit de alchemie aangeduid. De roman bestaat uit drie delen, waarvan de laatste twee ‘Transfiguratie’ en ‘Stralende nacht’ getiteld zijn. Al met al heeft Groot veel verwijzingen en symboliek gebruikt, maar dat voorkomt niet dat het einde onbevredigend is. Na het boek te hebben gelezen, blijft de vraag waar het allemaal om ging. Aan het taalgebruik is te merken dat Groot een dichter is. De indruk blijft dat deze roman beter tot zijn recht zou komen als dagboek in plaats van een reisverslag van een spirituele fietstocht. En hoewel de lezer met regelmaat rechtstreeks wordt aangesproken door de hoofdpersoon, lijkt het hele relaas niet voor hem bestemd, maar dient het als middel tot  reflectie voor de verteller zelf. De vraag blijft of je een hoofdpersoon in een roman of het lyrische ik in een gedicht mag vereenzelvigen met de auteur.

Taalkundige Marc van Oostendorp schreef onlangs in een blog voor Neerlandistiek, het online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek, dat ‘ik en jij in gedichten niet de gebruikelijke betekenis hebben, maar los staan van de werkelijkheid.’ Als dat ook voor een roman zou gelden dan zou de hoofdpersoon los staan van de auteur Jacob Groot. Dat lijkt onwaarschijnlijk, de fietser en de Zoon van Alkmaar lijken zijn alter ego’s te zijn. Niet dat het er echt toe doet. Groot heeft een intrigerende maar bij vlagen, vage roman geschreven, met genoeg gedachtes, filosofische overpeinzingen om iedereen bezig te houden tijdens de lange reis.

 

 

Omslag Toen ik alle dingen zag - Jacob Groot
Toen ik alle dingen zag
Jacob Groot
reis door de tijd van de provincie
Verschenen bij: Uitgeverij De Harmonie
ISBN: 9789463361088
192 pagina's
Prijs: € 22,50

Meer van Hettie Marzak:

Recent

2 december 2021

Een ontmoeting met grote gevolgen

Over 'De wereld van Italo Svevo' van Rob Luckerhof
1 december 2021

Aangespoord door de biografie van Louis Lehmann

Over 'Wat boven kwam' van Louis Lehman
29 november 2021

Doodsverlangen in een dorp

Over 'Stenen eten' van Koen Caris
26 november 2021

We zijn allemaal vluchtelingen

Over 'Vlieg weg, vlieg weg' van Paulus Hochgatterer
25 november 2021

Hij was geen prater, hij was een preker

Over 'Kom verder!' van Freek de Jonge

Verwant