Italo Calvino – Onze voorouders

Getikte voorouders

Recensie door René Leverink

‘Maar u bent anders; ook wel een beetje getikt, maar toch goed,’ zegt het herderinnetje Pamela tegen burggraaf Menardo. Een beetje getikt zijn eigenlijk alle personages in het werk van Italo Calvino (1923-1985). Of in elk geval in de drie verhalen die samen de bundel Onze voorouders vormen, onlangs heruitgegeven in de mooie vertaling van Henny Vlot, uit 1986.

In ‘De gespleten burggraaf’ gaat het over de jonge edelman Menardo van Terralba, die in de strijd tegen de Turken precies doormidden wordt gekliefd, en zijn leven vervolgt als twee helften, de ene slecht, de andere goed. ‘De baron in de bomen’ doet het leven uit de doeken van Cosimo Piovasca van Rondò, die op twaalfjarige leeftijd weigert nog langer thuis de verplichte slakken te eten en uit boosheid in een boom klimt, om de rest van zijn leven geen voet meer op de grond te zetten. Het derde verhaal, ‘De ridder die niet bestond’, speelt in de tijd van Karel de Grote en vertelt over het bijzondere optreden van de paladijn Agilulf, wiens verschijning uitsluitend uit een leeg harnas bestaat.

Fantasie is leidend

Overtuigend aan de drie verhalen is het speelse gemak waarmee Calvino ons door zijn toverachtige fantasiewereld voert, een wereld die nochtans in sommige opzichten best wat wegheeft van de onze. Zo belichaamt de scherpe schizofrenie van Menardo de drift naar extremisme die onze tijd kenmerkt en die diepe kloven in de samenleving trekt. Ook de boombewoner Cosimo vertoont een modern soort dubbelhartigheid: enerzijds het verlangen zich terug te trekken uit de maatschappij, en zelfs de illusie te koesteren daarbóven te staan, anderzijds alle moeite doen om de sociale binding met het aardse bestaan in stand te houden, tot en met het ontvangen van bezoekers in een comfortabele boomhut, inclusief de grote keizer Napoleon, die Cosimo komt bedanken voor diens loyale politieke activisme. En ja, ook de niet bestaande ridder is een kind van onze tijd, met zijn praatjes en pretenties die uiteindelijk gebakken lucht in een lege huls blijken te zijn. 

Het verhaal ‘De ridder die niet bestond’ wordt zogenaamd geschreven door een kloosterzuster, Theodora geheten, die deze taak van haar abdis heeft gekregen om de output van de congregatie wat meer allure te geven dan alleen die van de opbrengst van de moestuin en de devotie van de gebeden. Soms reflecteert Theodora op het schrijverschap: ‘De kunst van verhalen schrijven bestaat eruit dat je in staat bent met behulp van dat kleine beetje dat je van het leven begrepen hebt heel de rest op te roepen; maar als de bladzijde is volgeschreven begint het echte leven weer en merk je dat datgene wat je wist inderdaad maar een heel klein beetje was.’ Het ligt voor de hand deze overpeinzing mede toe te schrijven aan de schrijver zelf. Aan alles is te merken dat Calvino niets liever doet dan met het kleine beetje dat hij van het leven begrepen heeft, een hele wereld tot verbeelding te brengen, waarin het zijn fantasie is die aan de touwtjes trekt.

Met zichtbaar genoegen introduceert hij in ‘De gespleten burggraaf’ het bijdehandte herderinnetje Pamela. De slechte helft van de burggraaf heeft zijn zinnen op haar gezet. Pamela moet echter niets van hem weten, want ze is juist verliefd op de goede helft van de burggraaf. Maar ook die krijgt te maken met de pragmatische nuchterheid van Pamela. Als hij voorstelt een bezoek te brengen aan haar ouders (die haar graag hadden uitgehuwelijkt aan de slechte helft van de burggraaf), houdt ze de boot af. ‘Ga jij maar als je daar zin in hebt,’ zei Pamela. ‘Ja, daar heb ik zin in, liefste,’ zei de burggraaf. ‘En ik blijf hier,’ zei Pamela en ze bleef staan met haar eend en haar geit. ‘Samen goede daden doen is de enige manier om van elkaar te houden.’
‘Jammer. Ik dacht dat er andere manieren waren.’

Vaart en humor

Eenzelfde laconieke houding zien we in ‘De ridder die niet bestond’ bij Karel de Grote, die in de aanloop naar een grote veldslag tegen de Moren zijn paladijnen monstert. Als Agilulf aan de beurt is, houdt die niet bestaande ridder zijn vizier wijselijk gesloten. ‘Hé, paladijn, ik heb het tegen u!’ hield Karel de Grote aan. ‘Waarom toont u uw gezicht niet aan uw vorst?’ De stem klonk helder van achter de mondbeschermer: ‘Omdat ik niet besta, sire.’ ‘Wat krijgen we nu!’ riep de keizer uit. ‘Nu hebben we bij onze troepenmacht ook al een ridder die niet bestaat. Laat eens zien.’ Agfilulf leek nog even te aarzelen, maar opende toen met een ferm doch traag gebaar het vizier. De helm was leeg. In het witte harnas met de helmbos in de kleuren van de regenboog zat helemaal niemand. “Wel! Wel! Wat een mens allemaal niet meemaakt,’ zei Karel de Grote. 

Helaas is van dat schrijfplezier minder te merken in ‘De baron in de bomen’. Verhaaltechnisch kent het nauwelijks een ontwikkeling, behalve in het zich accommoderen van de jonge edelman aan het leven op de takken. Allengs lukt het hem om, springend van boom tot boom, het hele land te bestrijken. Hij verwent zichzelf met een luxe bivak, inclusief houtkachel en boekenkast. Maar het verhaal blijft hangen op de uitwerking van dat ene idee en mist de spanning, vaart en humor van beide andere vertellingen. 

Je zou Calvino een magisch-realist kunnen noemen. Eenmaal akkoord met zijn wonderlijke voorstelling van zaken kost het de lezer weinig moeite mee te gaan in de gefantaseerde logica van de drie verhalen, ook natuurlijk omdat de medemensen van de drie getikte hoofdpersonen ook zonder morren hun bijzondere hoedanigheid voor waar aannemen. Zo wordt het magische realistisch, en kunnen we ons inleven in de onderlinge strijd die de beide helften van de burggraaf voeren, in het geanimeerde boomleven van de vindingrijke jonge baron en het geestrijke bestaan van de ridder die niet bestaat. 

 

Omslag Onze voorouders - Italo Calvino
Onze voorouders
Italo Calvino
Vertaling door: Henny Vlot
Verschenen bij: L.J. Veen Klassiek (2023)
ISBN: 9789020416053
464 pagina's
Prijs: € 22,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van René Leverink:

Recent

Een vogel per maand
13 juli 2024

Een vogel per maand

Over 'Dit gaat nooit voorbij   ' van Octavie Wolters
Liefde, cultuur en macht
11 juli 2024

Liefde, cultuur en macht

Over 'Het monster van Sint Helena' van Albert Sánchez Piñol
Gynaecologisch verzet op de plantage
10 juli 2024

Gynaecologisch verzet op de plantage

Over 'Waar we gaan is nacht' van Tracey Rose Peyton
Bijzonder actueel in deze tijd van oorlogen en desinformatie
8 juli 2024

Bijzonder actueel in deze tijd van oorlogen en desinformatie

Over 'Babi Jar' van Anatoli Koeznetsov
Soms valt alles op zijn plek
6 juli 2024

Soms valt alles op zijn plek

Over 'De boom die een wereld was' van Yorick Goldewijk

Verwant