Husch Josten – Wittgenstein op de luchthaven

Inchecken met een filosoof

Recensie door Daan Pieters

Het is aangenaam toeven in het grensgebied van de literatuur en de filosofie, die al minstens sinds de klassieke oudheid een innige, maar soms moeilijke verhouding hebben met elkaar. De helaas veel te jong gestorven Vlaamse schrijfster en filosofe Patricia De Martelaere (1957-2009) voelde zich er als een vis in het water; sinds haar overlijden dienden zich niet echt veel Nederlandstalige auteurs aan die zich graag door de wijsbegeerte laten inspireren. Wittgenstein op de luchthaven, de titel die de onlangs in het Nederlands vertaalde roman van de Duitse journaliste Husch Josten (1969) kreeg, laat vermoeden dat er elders in Europa wel nog vruchtbare kruisbestuivingen plaatsvinden.

Caren, de hoofdpersoon van deze roman, is een in Londen gevestigde journaliste die na de aanslagen van Parijs een vliegtuig wil nemen naar de Franse hoofdstad. Terwijl ze in Heathrow zit te wachten om aan boord te gaan, wordt haar vlucht geannuleerd wegens een anonieme tip over een aanslag. Caren geraakt in gesprek met een man van middelbare leeftijd die een boek van Ludwig Wittgenstein (1889-1951) zit te lezen. Zo barst een verbaal steekspel los tussen de jachtige, vluchtige journalistiek en de tijdloze filosofie.

Carens hele leven lijkt te worden gedomineerd door toeval. Als bij wonder is ze telkens in de buurt bij elke grote aanslag: het WTC in 1993, vanzelfsprekend 9/11, de Boston Marathon in 2013, Charlie Hebdo, noem maar op. En het houdt niet op: naarmate het gesprek vordert, ontwikkelt zich een bizarre samenloop van omstandigheden die steeds verder op de spits wordt gedreven. Iets te veel toeval om nog geloofwaardig te zijn? Ja, maar dat is precies de bedoeling. Want Wittgenstein, zoals Caren de onbekende man is gaan noemen, legt zijn gesprekspartner op de rooster en dwingt haar om grondig na te denken over de betekenis van toeval (‘Leg me eens uit, zei hij, waarom u niet meer in toeval gelooft’) en de functie van verhalen. Het effect is bevreemdend. Ben je als lezer in een val getrapt? Heb je je laten beetnemen door de ‘leugen’ van de fictie?

Caren reageert een beetje defensief: ‘Soms gebeuren er dingen die zich niet simpelweg met toeval laten verklaren.’ Dat is begrijpelijk, want zoals in elk mensenleven is willekeurig, wreed toeval – bijvoorbeeld een aanslag – moeilijk te aanvaarden, sluit het zingeving en een hoger doel vaak uit en dwingt het om te berusten in een chaotische, absurde werkelijkheid.

Zo is er het verhaal van de bankier die op 10 september 2001 zijn kantoor in het World Trade Center ontruimt, maar twee maanden later sterft in een vliegtuigcrash. Het is Wittgensteins taak om Caren te confronteren met die werkelijkheid en het feit dat we daar een verhaal mee construeren: ‘Hebben zulke spookachtige situaties een betekenis, zit er een plan achter of is het universum één enkele zinloze chaos van gebeurtenissen? Het toeval is triviaal nietwaar? We leggen liever verbanden tussen feiten in ons leven omdat we er dan een betekenis in kunnen ontdekken. Dus plakken mensen alles wat hen overkomt aan elkaar tot een narratief, tot hun levensloop, hun identiteit.’

Met haar jachtige stijl, strakke tempo en variatie tussen langere en zeer korte zinnen recreëert Josten de angstige sfeer en het paranoïde klimaat dat Europa op het hoogtepunt van de aanslagengolf in zijn greep hield en stilaan weer lijkt te zijn overgewaaid: ‘De nasleep van elke aanslag was enkel een voorspel van de volgende ernstige esacalatie van de verschrikking. Terreur als wedstrijd in de media.’

En dan is er nog Carens niet bepaald rimpelloze liefdesleven: zij schippert tussen de mysterieuze Ben, die zelf openlijk van (minstens) twee walletjes eet, en persfotograaf Julien, die ook al een gezin heeft. Met Ben lijkt alles ogenschijnlijk goed te zijn geregeld: ‘Ze wilden geen alledaagsheid en geen halfslachtige afspraken, ze wilden geen sleur en geen onvermijdelijk hun leven binnensluipende leugens, geen geklets over compromissen die dat niet waren omdat een van de twee eigenlijk toegaf en dat op een gegeven moment alsnog betreurde, en ze wilden niet dat passie zou omslaan in beklemming, hartstocht in verveling of plichtsbesef.’ Dat het niet zo simpel is, beseft Caren zelf ook wel: ‘Hoeveel mensen zijn er niet ongelukkig met hun gepasteuriseerde tweezaamheid, hun schijnheilige constructies?’

Niet alleen in het geval van de liefde, maar zeker ook na een aanslag is zingeving een heikele zaak. Net dan biedt fictie een uitweg, een mogelijkheid om naar een diepere waarheid te tasten die buiten het bereik ligt van non-fictie of journalistiek, hoe diepgravend die ook zijn. Al wil dat niet zeggen dat dit boek pasklare antwoorden biedt, want die zijn er eenvoudigweg niet: de ongrijpbare realiteit heeft immers de neiging om als los zand door je vingers te glippen wanneer je er vat op probeert te krijgen. Maar ook dat is een belangrijk inzicht. ‘Ik weet slechts één ding: dat ik niets weet,’ zei Sokrates immers al.

 

 

Omslag Wittgenstein op de luchthaven - Husch Josten
Wittgenstein op de luchthaven
Husch Josten
Vertaling door: Anne Folkertsma
Verschenen bij: Uitgeverij Cossee (2018)
ISBN: 9789059367791
160 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Daan Pieters:

Recent

7 augustus 2018

Leven aan de zelfkant van de Amerikaanse maatschappij

Over 'Club Mars' van Rachel Kushner
1 augustus 2018

Blokken op Blokken

Over 'Blokken (2018)' van F. Bordewijk
26 juli 2018

Melancholische blik op een jeugd in het Turkije van de jaren 70

Over 'Kroniek van mijn schoolvakanties' van Kerim Göçmen

Verwant