1 augustus 2010

Recensie: Het onontkoombaar eigene van de Nederlandse literatuur – Arie Storm.

Door Rein Swart

Een schrijver op zoek naar het verleden

In deze verzameling eerder in tijdschriften en kranten verschenen artikelen, door de schrijver bewerkt en in een leesbare volgorde geplaatst, zet Storm zichzelf neer als een graver naar het verleden. Zijn hang naar de historie blijkt vele malen sterker dan die naar de toekomst. H. G. Wells is voor hem niet zozeer een sciencefiction-schrijver als iemand die landschappen op een rake manier beschrijft. Storm is het gelukkigst als er sprake is van een verdubbeling, een term van Auster, waarbij verleden en heden elkaar raken en met elkaar verknoopt raken.

Storm oordeelt in het algemeen krachtig en stoot daarmee gemakkelijk andere schrijvers voor het hoofd. Volgens hem komt dat door de belabberde toestand van de literatuur in Nederland. Hij illustreert dit in een bespreking over de hommages van zes Nederlandse schrijvers ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Harry Mulisch. De wedstrijd wordt glansrijk door Mulisch met 5-1 gewonnen. Dat een criticus mildheid moet bezitten, toont  Storm aan in een negental recensies waarin nostalgie een grote rol speelt.

De bundel begint stormachtig met een overpeinzing na een bijeenkomst bij SLAA, die literaire activiteiten in Amsterdam organiseert. De stad mag wat Storm betreft wegzakken. De geboren Hagenees loopt na de vergadering, die altijd wordt besloten met een diner en een borrel, ontevreden door de binnenstad en staat opeens bij een bouwput, waar een voorwereldlijke stilte heerst. Ook neemt hij de ‘lekker bekkende’ titel van deze bundel op de hak. Over het net zo modieuze plaatje op de omslag zegt hij niets, maar misschien is dat later ingevoegd.

Het tweede essay is minstens zo hilarisch. Vooral als hij het idee neersabelt dat schrijvers tegenwoordig denken dat ze moeten netwerken om in beeld te blijven. Van meer belang is het verschijnsel plotdwang, die volgens Vestdijk schadelijk is, omdat het in de literatuur niet om het verhaal zelf gaat. Dat doet me denken aan shows van Freek de Jonge, die altijd op zijn best is als hij het verhaal onderbreekt. Ook Storm is van mening dat de beste romans nergens over gaan, zoals Nooit meer slapen.

Storm wil eerst niets weten over de zogenaamd eigene van de Nederlandse literatuur, maar komt naar aanleiding van In Europa van Tim Parks tenslotte toch uit op het sferische van de zee, de luchten en de wolken, die typisch Nederlandse schrijvers als Alberts, Brakman (iemand die Storm vaker in deze bundel als voorbeeld neemt), Nescio en van der Heijden hebben beïnvloed. Hij is jammer dat Storm verder niets over Parks zegt, want ik vind de Engelsman een goed voorbeeld van een schrijver, die in zijn romans verschillende tijden op een ingenieuze manier door elkaar laat lopen.

Ik meen Storm te betrappen op een tegenstrijdigheid waar hij kritiek heeft op de fictionele droom die John Gardner en Renate Dorrestein voorstaan, waarbij de lezer wordt meegezogen in het verhaal. Later vindt Storm dat zelf ook belangrijk. Hij betreurt het namelijk dat Salinger opeens in de tekst de vraag stelt of men wel eens in New York geweest is, terwijl Arie Storm daar juist op dat moment vertoeft en dus uit zijn roes wordt gehaald. Zijn eigen roman De bruid en de kogel noemt hij salingeriaans, maar dat heb er nooit in kunnen ontdekken, dus wellicht is het goed dat Storm die ook meteen zijn laatste in dat genre noemt.

Zeer waar is het stukje waarin hij stelt dat schrijven een activiteit is die gelukkig maakt, die je bevrijdt van je eigen kleine ik en het roesachtige gevoel veroorzaakt om buiten de wereld te staan. Storm vindt met Conrad Busken Huet dat eigenliefde en ijdelheid het schrijverschap in de weg staan. Ook noemt hij Brakman die ageerde tegen de verwording van het literatuur tot een bedrijf met sterren in meer dan een betekenis van het woord. Een gelukkige schrijver schept gelukkige lezers. Schrijfplezier leidt tot leesplezier. Dat geldt zeker voor deze bundel.

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant