9 augustus 2011

Het Belgisch labyrint – Geert van Istendael

Recensie door: Machiel Jansen

Recensie door Machiel Jansen

Hoe lang kan het formeren van een regering duren? In België is men bezig met de langste formatie uit de wereldgeschiedenis. Op 13 juni 2010 waren er verkiezingen en pas halverwege deze maand (augustus 2011) gaan de onderhandelingen weer van start. Een dik jaar voor een regeringsformatie is een wereldrecord waar niemand jaloers op zal zijn.

Voor de Brusselaar Geert van Istendael is de eerste verjaardag van de formatie aanleiding geweest zijn boek Het labyrint van België geheel te herzien en opnieuw uit te brengen. Het is een uiterst leerzame en amusante gids voor wie zich af en toe op het achterhoofd krabt en meewarig het hoofd schudt na het aanhoren van alle politieke moeilijkheden bij onze zuiderburen. Hoe dichtbij België ook ligt en hoe eenvoudig het ook is om de landsgrens naar Vlaanderen over te steken, voor de meeste Nederlanders zal België altijd wel een raadsel blijven. Er is geen land ter wereld dat tegelijkertijd zoveel op Nederland lijkt als ervan verschilt.

Van Istendael leidt zijn boek in met een opsomming van wat hij bemint en haat in België. Die houding, van grote betrokkenheid en tegelijkertijd felle kritiek, houdt hij het hele boek vol. Het is meer dan opmerkelijk dat iemand over een onderwerp als Belgische staatsinrichting en politieke geschiedenis zo’n bevlogen en bij vlagen amusant boek kan schrijven. Van Istendael slaagt hierin doordat hij afstand neemt van zijn onderwerp maar tegelijkertijd nadrukkelijk aanwezig blijft. Hij geeft een goed gedocumenteerd beeld van de Belgische politieke geschiedenis en verhoudingen en geeft af en toe duidelijk te kennen wat hem wel en niet bevalt. Dat laatste doet hij vaak op een geestige manier waardoor het lezen van dit boek bijna nergens saai wordt.

Het meest betrokken en enthousiast weet Van Istendael te vertellen over taal. Taal in België is de wortel van veel problemen, zo lijkt het, maar ook de basis van veel wat de moeite waard is. Van Istendael heeft het niet alleen over de taalstrijd tussen Frans- en Nederlandstaligen, maar ook over het Vlaams, dialecten als het Brabants en het Limburgs, het Duits, taalvervuiling (‘verkavelings Vlaams’) en de tientallen talen (‘je komt vingers en tenen te kort’) die je in Brussel kunt horen. De taalstrijd, oorzaak en gevolgen, krijgen ruim aandacht in het boek, maar het is bijzonder aardig dat Van Istendael ook aandacht heeft voor andere talen en dialecten.

Ruim aandacht krijgt ook de geschiedenis, voor zover deze iets bij kan dragen aan het inzicht in de huidige politieke en sociale verhoudingen in België. Een kort hoofdstuk vertelt in vogelvlucht de ontwikkelingen van de Spaanse opstand tot de twintigste eeuw. Daarna worden de Eerste en de Tweede Wereldoorlog uitgebreid behandeld. De tragiek van België is de tragiek van de alsmaar dreigende tweedeling. De geschiedenis heeft België een aantal keren verscheurd of afgesneden. Tijdens de Spaanse overheersing, de Tachtigjarige Oorlog, waren het de zuidelijke Nederlanden die afgesneden werden van het noorden. Het rijke Zuiden verviel in armoede en bleef katholiek. Het zag velen vluchten naar de protestantse Nederlanden dat met hulp van de Vlaamse nieuwkomers een gouden eeuw tegemoet ging.

Letterlijk verscheurd raakt België in de Eerste Wereldoorlog, beter bekend als de Grote Oorlog. Het grote Duitsland besloot Frankrijk vanuit het noorden aan te vallen. Op de Duitsers maakte de Belgische neutraliteit en de weigering een Duits leger toegang te verlenen geen enkele indruk. Het Duitse leger liep België onder de voet en het verwoestende front bleef jarenlang binnen of net buiten de Belgische landsgrenzen liggen. Veel Belgen vluchtten naar Nederland waar je in Amersfoort en Ede nog Belgische monumenten van dankbaarheid kunt vinden. Maar behalve de verwoesting van steden en mensenlevens laat de oorlog nog andere sporen na. Van Istendael beschrijft hoe vooral het Vlaams nationalisme in de Grote Oorlog een behoorlijke knauw krijgt. Een deel van de nationalisten laat zich verleiden door Duitse beloftes voor zelfbestuur en onafhankelijkheid. Landverraad roepen velen. De Vlaamse beweging worstelt er jaren later nog mee. Van Istendael wijdt een heel hoofdstuk aan de IJzerbedevaart, de jaarlijkse herdenking van de Vlaamse gevallenen in Diksmuide, bij het riviertje de IJzer. De bedoelingen waren vanaf het begin af aan goed en onschuldig betoogt hij, maar de uitvoering zo vreselijk onhandig. Wat begon als een bijeenkomst tegen oorlog en voor een zelfbewust Vlaanderen, komt in de loop der jaren steeds meer in de greep van extreem rechts en neo-nazi’s. Het is een verhaal dat ook bij Van Istendael zowel ergernis als treurigheid oproept.

Het Vlaams nationalisme krijgt opnieuw een klap tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Na de bezetting dragen de nationalisten opnieuw het stempel van collaboratie, de Walen die van verzet. Van Istendael corrigeert dat beeld behoorlijk. Vlamingen namen deel aan het verzet en ook Walen collaboreerden. Hij windt zich behoorlijk op over het zelfmedelijden van sommige Vlaams nationalisten die zich beklaagden over de ‘repressie’, de strafmaatregelen en zuiveringen die na de oorlog plaats vonden. Het is duidelijk dat de Duitse bezetting, diepe wonden slaat die lang voelbaar blijven. In België zet het de bestaande politieke en sociale verhoudingen extra onder de druk.

Na de oorlog bouwt België zich als de meeste West Europese landen zich snel op. Vrouwen mogen eindelijk stemmen (vanaf 1946) en de Waalse staalindustrie behoort tot de grootsten ter wereld. Dat duurt tot de jaren zestig waarna de rollen van het altijd zo arme Vlaanderen en het zo welvarende Wallonië langzaam worden omgedraaid. Vlaanderen ontdoet zich van het loodzware katholieke juk. En bij vlagen laait taalstrijd hoog op. Het is het Belgische probleem bij uitstek dat ook in de huidige formatie een grote rol speelt.

Bij de taalstrijd is het waar het echte Belgische labyrint begint. De taalstrijd voedt het Vlaams nationalisme wat weer aanleiding geeft tot de ontwikkeling van een Waals volksgevoel. Dat heeft aanleiding gegeven tot een vaak gewijzigde grondwet. Nederlandstaligen mogen alleen stemmen op Nederlandstalige politici, Franstaligen op Franstalige politici. Dan zijn er nog gewesten en er zijn gemeenschappen. ‘Wie de twee niet uit elkaar kan houden wordt opgeslokt door het Belgisch labyrint,’ waarschuwt van Istendael en inderdaad, het is eenvoudig hier het spoor bijster te raken. Er is ook een Waals, Vlaams en federaal parlement, waarbij we de Duitstalige Belgen even vergeten. Er zijn provincies en er zijn kieskringen. Er is één kieskring die niet samenvalt met een provincie. En daarmee komen we aan bij de duisterste gangen van het labyrint, aangeduid met de bijna onheilspellende letters BHV. Wie BHV kan oplossen heeft de sleutel voor de regeringsformatie in handen.

BHV staat voor Brussel-Halle-Vilvoorde, de kieskring voor Brussel en omgeving, die in 2003 ongrondwettelijk werd verklaard maar desondanks nog steeds bestaat. Het probleem komt er kort gezegd op neer dat Franstalige politici verkiesbaar zijn in het Nederlandstalige Halle-Vilvoorde waardoor Franstalige Brusselaars stemmen kunnen ronselen in Nederlandstalig gebied. Vlaamse partijen kunnen niet over hun taalgrens stemmen trekken. Het is een probleem dat zo nijpend is dat Van Istendael de suggestie doet om 1 miljoen euro uit te betalen aan diegene die met de oplossing komt. (Geïnteresseerden kunnen zich melden bij het Koninklijk Paleis in Brussel. ‘Vragen naar Albert.’) Ik vrees dat het te weinig is.

De Belgische politiek blijft voor Nederlanders, ondanks Van Istendaels voortreffelijke rondleiding, een waar labyrint. Wat desondanks herkenbaar is, is de alles overstijgende overlegcultuur en de vanzelfsprekendheid om er al pratend uit te komen. Dat de botsing van twee talen en de gevoelens van nationalisme niet zijn uitgelopen tot een gewapende strijd kun je gerust een klein wonder noemen.

Van Istendael besluit zijn boek dan ook met de vurige wens dat België niet uit elkaar zal vallen en dienst zal blijven doen als een Europees waarschuwingssignaal. ‘[…] een signaal dat ons meldt: kijk eens hoe moeizaam en breekbaar het samenleven tussen verschillende talen en culturen is. Hoe fascinerend. Hoe hartstochtelijk. Hoe moeilijk. Hoe ergerlijk.’

Een betere pleitbezorger kan de Belgische staat zich moeilijk wensen. Nu maar snel een regering.

 

Het Belgisch labyrint

Auteur: Geert van Istendael
Verschenen bij: Uitgeverij Atlas
Aantal pagina’s: 312
Prijs: €19,95

Het Belgisch labyrint
Geert van Istendael
ISBN: 9789046704936

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

Over 'Trilogie van een beginnend schrijverschap' van Patrick Modiano
21 september 2017

Waar het surrealisme binnen dendert

Over 'Duizend vaders' van Nhung Dam
20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Over 'De bekentenis van de leeuwin' van Mia Couto
19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Over 'Het groeit! Het leeft!' van Marjolijn van Heemstra
18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Over 'Ovale dakraam' van Pierre Reverdy

Verwant

9 augustus 2011

Recensie door: Lodewijk Lasschuijt

Over 'Recensie: Manneke Pis, een biografie ? Geert van Istendael' van Geert van Istendael
9 augustus 2011

Een boek ontstaan uit liefde en bewondering voor een beeld

Over 'Madame Sabatier - Haar vrienden, haar minnaars' van Geert van Istendael