Hassan Blasim – Allah 99

Literatuur als eerste levensbehoefte

Recensie door Daan Lameijer

Allah kent in de Koran vele aanprijzingen. Om in de hemel te komen moeten moslims al Zijn negenennegentig kwaliteiten op kunnen dreunen. Dit lijkt zwaar, maar is in feite een peulenschil: orthodoxe moslims geloven dat ze de Koran van kop tot staart uit het hoofd moeten leren én reciteren. Het prachtige Allah 99, geschreven door Hassan Blasim, verdient eveneens negenennegentig loftuitingen. In dit werk spreekt de in Finland wonende Irakees Hassan met talloze vluchtelingen die in Europa verblijven. Het is niet overal ‘Wir schaffen das!’ wat de klok slaat: ‘We doen onderzoek in de ruimte en op de bodem van oceanen, maar zijn niet bereid te zoeken naar een medicijn tegen de haat die tussen onze oren zit.’

Het is een ongekend boek, dat – door meerdere critici al beweerd – de westerse literatuurconventies doorbreekt. Maar hoe doet Blasim dat? Ten eerste laat hij personages aan het woord die het beschavingsideaal van de westerse Verlichting verpulveren. Ten tweede experimenteert de schrijver met de dialectiek uit het oude Griekenland, die tot op heden in kerken wordt onderwezen, om vervolgens tot een nieuwe religie te komen. Ten derde frustreert hij elke genrebepaling zodanig, dat de lezer wel mee moet in de versplinterde literatuur, die door oorlog en geweld verscheurde personen nu eenmaal produceren. Literatuur is voor hem bittere noodzaak en het enige geloof dat de mens nog rest.

Bemoeienis is nog geen verbondenheid

‘Ladies and gentlemen, we got ‘em!’ Deze iconische woorden van republikein Paul Bremer brachten het Amerikaans chauvinisme tot uitbarsting. Ze betekenden een glansrijke overwinning van het wederom superieure Westen op de terreur: Saddam Hoessein was overmeesterd. Alleen even een democratie instellen in Irak, en je krijgt een verlicht land. Toch? Schrijfster Alia, grand dame uit de Iraakse literatuur, met wie Hassan in elk hoofdstuk vriendschappelijk correspondeert, sombert: ‘Ik raak er van overtuigd dat Irak een doodlopende weg is ingeslagen. De arrogantie van de Amerikaanse supermacht …[maakt]… het aantal messen in het land steeds groter.’ Een socialist die zijn zoon aan een autobomaanval verloor, zegt over de westerse inmenging in het Midden-Oosten: ‘Ze zaaiden chaos, waardoor ze, onder hun supervisie, een voedingsbodem voor het islamitisch terrorisme in ons land creëerden. (…) Ooit zal het Westen de prijs moeten betalen voor de ravages die het op meerdere continenten heeft aangericht.’ 

In het ‘beschaafde’ Noord-Europa verloopt ondertussen de acceptatie van asielzoekers uiterst moeizaam: ‘Ik had het niet voor mogelijk gehouden dat ik in Finland iemand zou tegenkomen die filosofie doceert en tegelijk een racist is.’ Een van Hassans kennissen in Helsinki, Heidi, werkt voor vluchtelingenwerk en blijft de simplificatie ‘islamitische wereld’ gebruiken. Mikko, een mislukte acteur, stelt de onnozelste vragen, ondanks hun jarenlange contact. Zo ook in het café met de ironische naam De Smeltkroes: ‘Luisteren jullie naar dit soort muziek in jullie land?’ Op echte hulp en bijstand van Europeanen hoeven vluchtelingen niet te rekenen; ze zijn tijdelijke ballast en moeten snel maar weer terug naar hun land van herkomst.

Apostel Palomar

‘Wat is uw enige troost in leven en sterven?’ is de eerste vraag die de Heidelbergse Catechismus stelt aan christelijke leerlingen. Door 129 vragen en antwoorden ontdekken zij de rode draad in de multi-interpretabele Bijbel en in Gods geboden. Hassan Blasim heeft zijn eigen Bijbel: Palomar van Italo Calvino. Deze dikke, besnorde goedzak vergezelt hem tijdens zijn vlucht van Bagdad naar Helsinki en fungeert als vraagbaak bij Hassans literaire project: ‘Wat vind je ervan als we de personages, zonder onze tussenkomst, laten praten?’ 

En zo krijgt Allah 99 dus vorm. Wanneer Hassan in een impasse geraakt, zijn writer’s block opspeelt of zijn emoties hem de baas zijn, sleept Palomar hem erdoorheen. 

Er ontspint zich een dialectisch vraag- en antwoordgesprek tussen de Irakees en zijn imaginaire vriend Palomar. Zij komen tot een meesterlijk besef: ‘Palomar hoopt altijd dat stilte meer inhoudt dan taal kan uitdrukken. Maar wat als woorden het doel zijn waar alles in het bestaan naar streeft?’ Oftewel: het woord is niet God. Het woord is tot Alles in staat. Hoe anders konden islamitische, communistische, nazistische, kapitalistische en katholieke regimes zo veel volgelingen met taal betoveren en hen overhalen tot gruweldaden? Of het nu gaat om ‘Allah is groot’, ‘Proletariërs aller landen, verenigt u!’, ‘Deutschland über alles!’, ‘The sky is the limit’ of ‘Ik ben het Licht, de Waarheid en het Leven’, woorden kunnen uitsluiten, met alle gevolgen van dien. Wellicht kan taal de mens nu eens een keer tot eer strekken. Die hoop is Hassans enige troost in leven en sterven. Literatuur is zijn geloof, de taal zijn Kerk. Iedereen is er welkom.

Splinterliteratuur: eensgezind in ontbinding

Hassans taalgebruik doet de mens recht door de gevolgen van diepgewortelde overtuigingen te tonen: aan stukken gereten levens. Niet alleen de personages zijn verscheurd door hun gewelddadige verleden én hun ballingschap in Europa, het boek zelf hangt bovendien van talige gruzelementen aan elkaar. Allah 99 wijst elke vernauwing tot een bepaald genre af om zo de versplintering van vluchtelingen invoelbaar te maken: eenheid ontbreekt. 

Wanneer vriendin Alia het manuscript van Allah 99 voor het eerst leest, citeert ze de Poolse schrijver Gombrowicz om Hassan in zijn onderneming te stimuleren: ‘Schrijf twintig pagina’s zonder pauze, zet alles op papier wat er uit je pen komt, ook al is het gebazel. Laat het daarna een tijdje liggen, zodat het geheel zijn logica kan hervinden.’ En zo wordt het gebrek aan eenheid de enige logica. 

Het werk heeft iets weg van een reportage, interview, dichtbundel, autobiografie, briefwisseling en roman. Ook wisselt Blasim geregeld van vertelperspectief én is hij vaag over de plaats van handeling, waardoor vaak onduidelijk is wie er spreekt en waar ‘we’ ons überhaupt bevinden. Met deze stilistische keuzes verbeeldt Blasim de identiteitsworsteling en desoriëntatie van dolende aardbewoners sterker dan welk ander woord ook maar had kunnen doen. De lezer krijgt geen kans het verhaal te begrijpen: hij kan slechts volgen aan de hand van verhalensmokkelaar Hassan Blasim, de profeet van de splinterliteratuur. 

Afrekening

‘Zet mij maar neer in een jungle, dan red ik me prima.’ Je hoort het vaak genoeg als bevoorrechte mensen mijmeren over een nomadisch bestaan. Na het lezen van Hassan Blasims boek piepen ze wel anders. Een luidruchtige Australiër in een Finse bar debiteert soortgelijke quasi filosofische praatjes over de mens als zoekend, zwervend wezen. Blasim countert: ‘Zou een Nigeriaan, een Pakistaan of Irakees zich die luxe ook kunnen permitteren? Je vrouw bedriegt of verlaat je en dan besluit je in Finland te gaan wonen. De Nigeriaan zou oceanen moeten oversteken, en als hij al door de haaien werd gespaard en uiteindelijk heelhuids op zijn bestemming aankwam, zou hij alsnog een smakelijk hapje voor de haaien van het racisme worden.’ Was de wereld maar écht van iedereen.

 

Omslag Allah 99 - Hassan Blasim
Allah 99
Hassan Blasim
Vertaling door: Djûke Poppinga
Verschenen bij: Jurgen Maas (2021)
ISBN: 9789491921728
280 pagina's
Prijs: € 24,50

Meer van Daan Lameijer:

Recent

8 december 2021

Een aaneenschakeling van mensonterende gebeurtenissen

Over 'De verschroeiden' van Antonio Ortuño
7 december 2021

Wie trekt de lijnen om de landen heen?

Over 'Grensstreken ' van Milo van Bokkum
6 december 2021

De ultieme confrontatie van de mens met zichzelf

Over 'Anomalie' van Hervé Le Tellier
3 december 2021

De beste hoofdstukken zijn die over herinneringen aan de doden

Over 'Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo' van Jo Komkommer
2 december 2021

Een ontmoeting met grote gevolgen

Over 'De wereld van Italo Svevo' van Rob Luckerhof

Verwant