Hans den Hartog Jager – Vrijheid

Nutteloosheid gecombineerd met poëzie en fantasie

Recensie door Adri Altink

‘De Jong [wil] met zijn Actus laten zien dat het leven in principe nutteloos is. En kunst misschien wel de laatste strohalm’. Het is een citaat uit Vrijheid. De vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968, het jongste boek van kunstcriticus Hans den Hartog Jager. Het hoort bij de gelijknamige, eveneens door hem samengestelde, expositie in Museum De Fundatie in Zwolle. Die is nog te zien tot 12 mei.
Dat het leven in principe nutteloos is, is wat Den Hartog Jager herkent in de installatie Actus Tragicus van Folkert de Jong; je kunt dus zeggen dat hij deze opvatting toedicht aan de maker van het werk. Maar het zinnetje dat erna komt is helemaal des schrijvers: kunst is de laatste strohalm, vindt ook Den Hartog Jager zelf.
In Actus Tragicus uit 2013 zien we kleurige uit styrofoam en purschuim vervaardigde figuren met de koppen van bijvoorbeeld Lincoln, Picasso en Al Pacino, mensen die voor ons een iconische zeggingskracht hebben, maar die in deze installatie als een soort marionetten aan het plafond hangen. Ontkracht en ‘overgeleverd aan de grillen van een God’ (schrijft Den Hartog Jager) of aan de macht die wij hen toedichten (mogen we er misschien zelf bij denken). De Jong wil ‘tonen hoe groot het verlangen van de mens is de werkelijkheid te beheersen, terwijl hij daar telkens weer in faalt.’

Onzichtbaar
Het is niet de eerste keer dat Den Hartog Jager een tentoonstelling inricht in De Fundatie. Hij deed dat al drie keer eerder, onder andere in 2014 onder de titel Meer macht. Die expositie had als thema de vraag of kunst de macht heeft veranderingen te bewerkstelligen. Het bijbehorende boek Het streven werd op Literair Nederland hoog gewaardeerd (zie hier).
In de huidige tentoonstelling Vrijheid zien we de kunstenaars niet als zoekers naar macht, maar vooral als vragenstellers die ons confronteren met onze vooroordelen en onze ingeslepen kijkgewoontes. De vrijheid uit de titel slaat op de manieren waarop de geëxposeerden die confrontaties opzoeken. Stuk voor stuk proberen ze vaste stramienen te doorbreken. Voorbeelden te over dan ook. Zoals Jan Dibbets die perspectieven verdraait om ons te laten zien dat wij het zelf zijn die de werkelijkheid construeren. Of Kees de Goede die ‘schilderijen’ maakt zonder doek door bijvoorbeeld takken als dragers te gebruiken. En Emo Verkerk die nóg een stap verder gaat door zich in zijn Portret van Georges Simenon te beperken tot twee gaatjes in de muur, een stukje koper en een houten pijp. Of wijlen Stanley Brouwn die zich het liefst onzichtbaar maakte. Den Hartog Jager daarover: ‘Voor mij is duidelijk dat Stanley Brouwn bij leven niet zou hebben meegewerkt aan Vrijheid, de tentoonstelling. Hij zou ook nooit een foto van zijn werk in het boek hebben laten plaatsen’. De auteur laat daarom als een eerbetoon aan hem een pagina wit. En in Zwolle is niets van hem te zien (het boek telt daarom 51 stukken, terwijl in De Fundatie 50 objecten te zien zijn).

Discussie
Het bepalende lidwoord ‘De’ in de ondertitel van Vrijheid klinkt aanmatigend. Zijn het inderdaad de Nederlandse kernkunstwerken van de laatste vijftig jaar? Een breed aanvaarde canon? De auteur zelf is er duidelijk over. In meerdere interviews gaf hij aan dat het zijn persoonlijke keuze is en dat iedereen van mening mag verschillen met hem. In een min of meer democratische bepaling van wat de vijftig kernwerken zijn had hij geen zin. Dan krijg je vervlakking; middelmaat.
Door die opstelling bereikt Den Hartog Jager precies wat hij wil: discussie. Want weinigen zouden dezelfde keus maken. Het is zelfs niet gewaagd om te stellen dat er heel wat lezers van het boek en bezoekers van de expositie zullen zijn die lang niet alle verkozen kunstenaars kennen. Waarschijnlijk zal ook niet iedereen het altijd eens zijn met de interpretaties van de vijftig werken door de auteur. Maar wie het boek met aandacht leest kan moeilijk níét geprikkeld worden door het aanstekelijke enthousiasme van Den Hartog Jager. Sterker nog: op de expositie is aardig wat werk te zien dat niet meteen helder is. Het laat zich eigenlijk pas in de bek kijken als je iets weet van de ontstaansgeschiedenis of van de denkwereld van de maker. Iets meer liefst dan de toelichtende teksten op de wanden in het museum, die op zich al redelijk uitgebreid zijn. Voor dat meerdere is het boek van Den Hartog Jager onmisbaar.

Bom
Een goed voorbeeld is het werk van Gert Jan Kocken dat in De Fundatie hangt. Hij vergrootte een ansichtkaart van Paul Tibbets, waarop de paddenstoelwolk van de atoombom is te zien, tot wandgrootte uit. Tibbets was de piloot die vanuit de Enola Gay de Hiroshima-bom afwierp en daar zo trots op was dat hij zijn prestatie ging ‘vermerchandisen’. Dat kunnen we lezen op de beschrijving aan de wand in De Fundatie zelf. Maar cruciaal is de toevoeging die daar niet te lezen valt en die Den Hartog Jager wel geeft: de ondergeschiktheid van de wandaad aan de persoonlijke ambities wordt des te schrijnender doordat Tibbets voor de afbeelding niet de foto van de wolk boven Hiroshima koos, maar van die boven Nagasaki. Die vond hij indrukwekkender. Zelf had hij de bom boven Nagasaki niet gegooid.

Den Hartog Jager deelt de vijftig kunstwerken, nagenoeg voor elk jaar één, in in vijf episodes, steeds voorafgegaan door een kernachtige inleiding van twee pagina’s. Ook de beschouwingen bij de afzonderlijke werken – schilderijen, collages, beelden, installaties, video’s, foto’s en zelfs een klankspel – zijn zakelijk, kort en zeer informatief. De toon die hij aanslaat is die van een gedreven, bezielde docent. Hij mijdt jargon, maar gaat ook nergens op zijn hurken. Wie hem wel eens op TV zag vertellen ziet en hoort achter de woorden in het boek zijn tintelende ogen en geestdriftige stem. Den Hartog Jager schrijft zoals hij praat: verzorgd, enthousiast en beeldend.

Weifelende tijd
In een paar zinnen weet hij de tijdgeest te vangen. Alle ijkpunten zijn in de afgelopen jaren verdwenen, stelt hij: ‘Dé kunstgeschiedenis bestaat niet meer. Verbanden verdwijnen. Overzichten ontbreken. Dat zou je als heel nobel en egalitair kunnen opvatten, maar door het ontbreken van kennis én discussie over een gedeeld artistiek verleden is ook steeds minder duidelijk wat kunst tegenwoordig nog betekent (…) Daarom is het tijd voor Vrijheid, een boek vol ijkpunten voor een weifelende tijd (…) Niet om die klakkeloos te accepteren, maar juist om erover te discussiëren, om iedereen de kans te bieden zich ertegen af te zetten, om ze te koesteren en er alternatieven voor te verzinnen – liefst zo boos, liefdevol en fanatiek mogelijk.’
Verderop haalt hij Ger van Elk aan van wie La Pièce is opgenomen: die voer in 1971 wekenlang mee op een ijsbreker van Bremen naar Montreal. Vlak voor het eindpunt onder de kust van Groenland liep hij naar de boeg, haalde een rechthoekig blokje beukenhout uit zijn zak en verfde dat wit. Bijna achteloos en een tikje knullig. In die nutteloosheid, gecombineerd met poëzie en fantasie lag voor Van Elk de kracht van kunst. Nu ligt het blokje in De Fundatie in een glazen vitrine.
Niet meer dan een gimmick? Je zou het kunnen denken. Maar lees Vrijheid. Bekijk daarna de expositie. Het blokje wordt geladen met betekenis. En stelt vragen. Dankzij Hans den Hartog Jager.

Zeer aanbevolen!

 

 

Omslag Vrijheid - Hans den Hartog Jager
Vrijheid
Hans den Hartog Jager
De vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968
Verschenen bij: Athenaeum (2019)
ISBN: 9789025309459
240 pagina's
Prijs: € 27,50

Meer van Adri Altink:

Recent

19 maart 2019

Onvermijdelijke consequenties van de multiculturele samenleving

Over 'Salomons oordeel' van Robert Vuijsje
18 maart 2019

Op zoek naar geluk voor de mensheid

Over 'Icarië' van Uwe Timm
13 maart 2019

Reizen zit haar in het bloed

Over 'Zeeuws geluk' van Carolijn Visser
12 maart 2019

Met zwier verteld verhaal rondom twee moorden en een moestuin

Over 'Moord op de moestuin' van Nicolien Mizee

Verwant