Hanneke van Schooten – Geheugenkathedraal

Het leven van Proust, een eerbetoon in gedichten

Recensie door Hettie Marzak

Er zullen genoeg lezers zijn die zich hebben voorgenomen om tijdens een sabbatical of na hun pensionering alle zeven delen van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust te gaan lezen. Maar de meesten stoppen al na het eerste boek, De kant van Swann, zodra de schrijver de madeleine genuttigd heeft dat zijn geheugen activeert en hem in staat stelt zijn herinneringen op te roepen aan het dorpje Combray waar hij zijn jeugd heeft doorgebracht. Hanneke van Schooten wekt in haar derde bundel de indruk dat zij een van de weinigen is die Proust tot en met het laatste deel gelezen heeft. Haar bewondering voor de schrijver heeft deze bundel tot een eerbetoon aan Proust gemaakt, wat niet alleen in de gedichten tot uitdrukking komt, maar ook in de zeer verzorgde uitgave van deze bundel, waarin diverse portretten van Proust en voorbeelden van zijn handschrift zijn opgenomen.

Geheugenhulp

De titel van de bundel doet onmiddellijk denken aan het ‘geheugenpaleis’, een mnemotechniek die leert dat je de dingen beter kunt onthouden als je ze een plek geeft op een denkbeeldige route door een denkbeeldig huis. De naam is ontleend aan het verhaal over Simonides van Keos, een lierdichter uit het antieke Athene, die na de instorting van een paleis de doden kon identificeren doordat hij zich herinnerde waar ze aan tafel hadden gezeten. Van Schooten laat het bij Proust iets anders werken: al zijn herinneringen liggen al opgeslagen in zijn geheugen en moeten door toevallige voorwerpen opgeroepen worden. Anders dan bij het geheugenpaleis heeft Proust hier geen zeggenschap over, al laat Van Schooten hem met taal en woorden proberen greep te krijgen op zijn herinneringen:

Geheugenkathedraal

Hoe verwoed hij woorden zoekt,
zijn zinnen kiest, met precisie inbedt
en ordent naar een vaste wet.

Tot in het sterfbed toe een jacht
─ wild vloekend of in kille berekening ─
naar de ondraaglijke vracht  herinneringen
van tijd, van vorm en van verhaal.
Een universum: zijn geheugenkathedraal.

Meester in manipulatie.
Duivelskunstenaar met taal.
Spraak en adem
zijn levenslange kwaal.

De twee laatste versregels duiden op het feit dat Proust zijn hele leven aan astma leed; hij stierf aan een longontsteking. 

Geheim der dingen

De zeven afdelingen van deze bundel bevatten allemaal gedichten met eenzelfde thema: de wens om via herinneringen achter ‘het geheim van dingen te komen’. De gedichten zijn chronologisch gerangschikt, beginnend met Proust als kind en eindigend bij zijn dood:

Ziener

Dingen hebben hun geheim,
als kind al wist hij dat,
stelde later verbijsterd vast
dat hij als ziener aangewezen was
om orde te scheppen
in de scherven, de chaos,
de mieren van zijn brein
om het raadsel op te lossen.

Treffende beelden

In de vijfde afdeling, De zaklantaarn van het geheugen, weet Van Schooten met een prachtig beeld weer te geven hoe het geheugen werkt: Proust ziet zijn geliefde dorp Combray, ‘in  gedachten nooit als één geheel / maar eerder in fragmenten / zoals een zaklantaarn accenten / op laat lichten van een groot gebouw in de ronde / focus van zijn schijnsel opgedeeld / hier en daar een helder beeld / uitgesneden tegen een donkere achtergrond.’

De gedichten zijn rustig en eenvoudig van taal, maar met treffende beelden. Het zijn weloverwogen, uitgebalanceerde gedichten. Sommige hebben eindrijm, maar dat dringt zich nooit aan de lezer op, maar is er als het ware terloops in terechtgekomen. Ze maakt daarentegen ruim gebruik van begin- en klinkerrijm. Van Schooten heeft zich goed in Proust weten in te leven en kijkt door zijn ogen naar de wereld om hem heen; ze laat hem echter niet zelf aan het woord.

Ze beschrijft hoe Prousts zoektocht naar het verleden gelijk oploopt met de ontwikkeling van zijn schrijverschap: naarmate hij dichterbij de uiteindelijke ordening van zijn geheugen komt, vindt hij een eigen stijl om zijn ‘paleizen van taal’ te bouwen, als tegenhanger van de geheugenpaleizen. De herinneringen die steeds sterker bovenkomen, getriggerd als ze worden door landschappen, huizen en torenspitsen, lopen parallel met de mate waarin Proust zijn eigen literaire stem vindt en komen samen in het laatste deel van zijn romancyclus, De verloren tijd hervonden. Ook geuren en smaken zijn sterke prikkels: zo wijdt Van Schooten twee gedichten aan het beroemde moment waarop Proust een madeleine in zijn kopje vlierbloesemthee doopt, waardoor herinneringen aan zijn jeugd weer bovenkomen. 

Vanaf dat moment begint hij te schrijven, zielsgelukkig, omdat hij beseft dat hij zijn herinneringen kan omzetten in taal: ‘Hij wist ineens hoe en waarom / hij dode zielen bevrijden kon.’ Niet de voorwerpen, maar de taal wordt voor hem de behoeder van het verleden. Door de taal heeft hij de tijd hervonden. 

Zingen van de dingen

In het laatste gedicht vertelt Van Schooten dat hij de dingen zingen liet, maar dat ook zijn eigen stem nog steeds te horen is:

Visioen

(…)

Nu hij zwijgt,
dood hem heeft ingelijfd,
ligt hij rustig ingebed voor altijd
in zijn hervonden tijd.

Nu klinkt zijn stem
van elke bladzij die hij schreef
en zingen zijn woorden voor hem.

In De klokkenluider van de Notre Dame van Victor Hugo uit 1831 komt een geleerde voor die in zijn studeerkamer kijkt naar het eerste gedrukte boek kijkt; gedrukt in plaats van met de hand geschreven, iets wat in zijn ogen het begin vormt van de vernietiging van andere manieren van vereeuwiging. Hij doet vervolgens het raam open en kijkt naar de enorme kathedraal. ‘Dit hier zal dat daar doden’, zegt hij: het gedrukte boek zal het gebouw vernietigen. In het geval van Proust is het omgekeerd: daar hebben de boekdrukkunst en de bundel van Hanneke van Schooten ervoor gezorgd dat Prousts geheugenkathedraal vereeuwigd is. 

 

 

Omslag Geheugenkathedraal - Hanneke van Schooten
Geheugenkathedraal
Hanneke van Schooten
De zaklantaarn van Marcel Proust
Verschenen bij: AFdH Uitgevers
ISBN: 9789493183162
64 pagina's
Prijs: € 17,50

Meer van Hettie Marzak:

Verwant