Hannah van Binsbergen – Kokanje

Van Binsbergen viert de taal

Recensie door Albert Hogeweij

Toen het begrip overvloed nog geen schaduwrandje van onbehagen kende droomde menigeen over een aards paradijs waar, zonder dat men er moeite voor hoefde te doen, alles in overvloed voorhanden had. In Luilekkerland of ‘Cocagne’, zoals dit paradijselijke lustoord heette, vlogen de gebraden ganzen je in de mond. Waar dit rijk zonder schaarste precies gelegen was, kon echter niemand vertellen. Wel dat de weg erheen niet eenvoudig was. Wie het onderwerp van Luilekkerland bij de horens vat, zoals van Hannah van Binsbergen in haar dichtbundel Kokanje, heeft de mogelijkheid het via meerdere routes aan te vliegen.

In onze tijd van – althans tot voor kort – vanzelfsprekende overvloed tegen betaalbare prijzen heeft dergelijk wensdenken zijn bekoorlijkheid verloren. Bovendien heeft haaks hierop de opvatting postgevat dat de reis ergens heen belangrijker zou zijn dan de bestemming. Om niet te spreken van het ongezonde van overvloed en het gezonde van matigheid. De flaptekst geeft alvast een schot voor de boeg: ‘In deze bundel neemt Van Binsbergen de wereldse geneugten serieus, en kiest voor behoefte en plezier. Overvloed is mogelijk, maar we moeten er wel voor vechten’. Spoiler alert: zo helder en eenduidig leest deze bundel bepaald niet!

Gebraden ganzen

Slechts een kleine minderheid van de vierenveertig, in lengte sterk verschillende gedichten uit deze bundel hebben een onverholen relatie met Kokanje. Tegenover aan duidelijkheid niets te wensen over latende titels als De waarheid in Luilekkerland’ en ‘Histories Kokanje, staan gedichten waarin duiding de lezer beduidend minder aanvliegt dan de gebraden ganzen hem in Luilekkerland doen. Maar ach, het is poëzie en die wint nu eenmaal meer bij meerstemmigheid dan bij enkelvoudigheid.

De paradoxale titel Feiten over het paradijs – welke feiten en waarheden kunnen immers matchen met fictieve begrippen? – geeft misschien al aan dat we het onderwerp niet te nauw hoeven te nemen. Beter deze gedichten ‘gewoon’ lezen zonder je af te vragen of ze je nader tot Kokanje dan wel tot een sluitende interpretatie brengen. Zonder vooropgezet plan lezen zal genade mogen vinden bij de dichteres, die immers zelf bekent: ‘ik had een plan; er kwam niets van terecht.’

Ouderwets dichterlijke taal

De zinnen van Van Binsbergen zijn vaak zinnelijk en dartelen soms in ouderwets dichterlijke taal: ‘het langzame neerwaartse zeilen / van de bloesem dat je vorig jaar zag zul je elk jaar zoeken tot je / dood’. Dan weer marcheren ze op de schalkse toon van een levenslustige mars: ’Hef bokalen doe het gauw want achter me wordt weer gegeten / de dans gaat door’. Is Kokanje de plek waar de nectar van de taal in overvloed aanwezig is, waar het oogsten van de dichter kan beginnen? De thematiek van grenzeloze overvloed rijmt in ieder geval wel op Van Binsbergens losgaan op de registers van de taal: van archaïsch dichterlijk tot stoere slam met regels die verraderlijk goed bekken: ‘Het was de enige dag in het jaar dat de schurken / aan de feb gaan met de schalken.’ Zou dat dieet van het dubbelzinnige dan toch met Kokanje te maken hebben? Het voor de dichter noodzakelijke alfabet staat hem overal ter beschikking. 

Meer dan een doelbewuste gang gaat het er in deze bundel vooral zwervend en dwalend aan toe. Er wordt dan ook gewaarschuwd: ‘rampspoed haast zich achter snelle lopers’. Beter dan maar ingescheept in het ‘narrenschip’, al is het hopen dat het blijft drijven. Van oudsher vervoert het narrenschip outcasts op hun dooltocht naar een onmaatschappelijke bestemming. En maatschappelijk gewantrouwd wordt een dichter maar al te gauw stelt Van Binsbergen, omdat zo iemand wordt gezien als eentje die niet echt werkt, maar iedere dag maar doorgaat met z’n leven.

De macht van taal

‘Denken jullie soms dat dat makkelijk is? / Denken jullie dat dat geen werk is?’ riposteert ze. Veelzeggend is de titel Otium en de daarin vervatte boodschap: ‘ik geef u / het recht op luiheid in het wild. De wind en wij, / wij weten beter dan elkaar te vleien en de raad / die hij ons geeft is goed en meestal niet te duur.’ De dichter ziet als ideaal dat het ‘goed [zou] moeten zijn en genoeg om aan dit meer te / wonen en elke dag te werken aan het grote gedicht dat wandelen / heet.’ Het niet-weten wordt in Kokanje gekoesterd ‘Waarom, waarom is een raadsel / om je bij te staan, een daad om te verstrooien.’ Een dichter die naar de juiste woorden en beelden grijpt komt in de buurt van begrijpen: ‘Geef ons één dichter die de zee begrijpt / Of een handvol inktvissen die trachten / hem inzichtelijk te maken.’ Wat in deze bundel bovenal gevierd wordt is de macht van taal: 

‘jij komt binnen.
 Jij vertaalt.
 Jij verlaat ons.
 Jij begrijpt ons.
 Jij betaalt:

 we geven het door
 en zien het gebeuren:
 de grond van deze verdieping geeft ons
 plotselinge hoogtevrees.

 De voorzienigheid voorziet niet eindeloos.’

 Slak, onverbloemde reizigers
 Slak, onverbloemde reizigers

Woorden die van de wind leven

Taal geeft houvast, al was het maar omdat het troostrijke verbanden kan leggen in onze verbeelding: ‘al het gesprokene wordt teruggevonden in de laatste letter.’ In Dolen lezen we: ‘Laat los de boze / honden van de tekst.’ Acht gedichten verder in de reeks Gang staat: ‘de honden / luisteren niet meer naar de mensen. Het onderwerp / gaat met je op de loop: / dat je je oor op een roos / drukt wil nog niet zeggen / dat hij je toespreekt.’ Wie de teugels van de taal in handen heeft, bezit de macht van de verbeelding, en plooit die tot zijn eigen bevrijding. Zo lezen we elders: ‘Is het erger dat de bloem me opslokt / of ik vermager tot mijn streven’. In het gedicht met de mooiste titel De nacht is de ochtend van de ziel staat misschien wel de mooiste zin: ‘Het is zo ver, het voorbije / maar het is zo voorbij.’ 

In dit rijk van de taal is de toon monter en vrijmoedig, dichterlijk en boertig op zijn tijd. De noodzaak om juist met dit thema van Kokanje voor de dag te komen, spat niet van de pagina’s af. De dichterlijke vrijmoedigheid om naast de pot te piesen des te meer. Van Binsbergen viert de taal. Laat die soms in het gareel lopen, in draf of in galop maar laat de taal hier en daar ook flink met haar zinnen aan de haal gaan. Daarin lijkt het alsof haar woorden van de wind leven en gelukkig zijn. Zelf is Van Binsbergen niet bepaald lui geweest en heeft ze zich niet beperkt tot oogsten van laaghangend fruit in de woordenbrij. Maar ze lijkt Kokanje als bestemming eigenlijk niet echt nodig te hebben omdat haar meeste gedichten ook wel blind lijken te varen. Lezer, vergeet dat je op weg bent naar Kokanje en lees de flaptekst niet als reisgids maar neem vooral mee wat je onderweg tegenkomt. ‘Dit is mijn verborgen boodschap / gratis beschikbaar voor iedereen: / de oogst is gedaan maar het veld staat nog vol / je moet pakken, volproppen je tas.’

 


 Een keer eerder kwam het voor dat twee recensenten hetzelfde boek kregen toegestuurd. Hettie Marzak en Albert Hogeweij ontvingen beiden de bundel Kokanje, en beiden bezorgden ons een bespreking. Beide recensies, al liggen de meningen niet ver uit elkaar, zijn zeer de moeite waard. Daarom werd besloten ze allebei te plaatsen. De recensie van Hettie Marzak verscheen in oktober en is hier te lezen.

Omslag Kokanje - Hannah van Binsbergen
Kokanje
Hannah van Binsbergen
Verschenen bij: Pluim (2022)
ISBN: 9789493256767
72 pagina's
Prijs: € 24,99

Geef een reactie





 

Meer van Albert Hogeweij:

Recent

2 december 2022

Verdomme...!

Over 'De schaduw van een vriend' van Maarten Asscher
30 november 2022

Levensveranderende zomer

Over 'Dat soort vrienden' van Meg Rosoff
29 november 2022

Thuis in het ongemakkelijke verleden – Armando’s Berlijnse stukken gebundeld

Over 'Uit Berlijn - Machthebbers - Krijgsgewoel, Gedachten en notities' van Armando
28 november 2022

Liefde en standsverschillen in Nederlands-Indië rond de vorige eeuwwisseling

Over 'Engel en kinnari' van Dido Michielsen
25 november 2022

Relevant, sappig en genuanceerd

Over 'De fantasten' van Ian Buruma

Verwant