Han van der Vegt – Een fellere zon

Een andere Romeinse vertelling

Recensie door Elisa Veini

Vilein, vuil en vunzig is het Rome dat Han van der Vegt in Een fellere zon schildert. Het is de stad van Julius Caesar, Cato, Cicero en andere bekenden uit het antieke Rome, en het jaar is 694 voor de stichting van Rome, ofwel 59 voor Christus. Terwijl het raamwerk historisch klopt, gaat Van der Vegt zijn eigen gang met de invulling ervan. Dat levert een smeuïg, spannend en op sommige plekken duizelingwekkend verhaal op. Daarin valt meer dan genoeg te herkennen van onze eigen tijd en samenleving, en van een mogelijke, minder plezierige toekomst.

Implantaten en illusies

Het verhaal opent met Caesars terugkeer naar Rome. Hij heeft roem en macht vergaard op zijn veldtochten en is nu van plan het hoogste ambt te veroveren: dat van consul. Hij is even gevreesd als bewonderd, een playboy en een neoliberale strateeg in één. Hij laat geen kans onbenut om gebruik te maken van anderen die minder gehaaid zijn in het manoeuvreren door het conglomeraat dat Rome is geworden. Geld telt, en de machtigste politici zijn magnaten, die hun bedrijf en liefst ook dat van anderen willen inzetten voor het bestendigen van hun eigen positie.

In dit curieuze Rome dat bij vlagen beelden oproept van Pasolini’s films, worden gezaghebbers vergezeld door een leger van robots – het aantal persoonlijke ‘lictobots’ is afhankelijk van het gewicht van het ambt. Als dat al enig omdenken van de kant van de lezer vraagt, wordt het plaatje nog ingewikkelder met de door Caesar ingevoerde implantaten, inwendige apparaten waarmee mensen elkaars gedachten kunnen lezen. Plastisch beschrijft Van der Vegt hoe de twijfelaar Cato zijn implantaat uit zijn rechteroog rukt en daarbij haast doodgaat: hij wil niet meer overgeleverd zijn aan de gedachten, dromen en illusies van anderen.

Caesars minnares Servilia – een van de protagonisten in de roman – daarentegen omhelst de wereld van de implantaten om dichterbij haar geliefde te komen. Voor dat doel neemt ze de leiding over van het netwerk van gangen waarin mensen met behulp van de implantaten hun illusies en dromen kunnen uitleven, een parallelle werkelijkheid die Van der Vegt vast niet toevallig de Metacombe heeft genoemd. Servilia doet de Metacombe herleven en zorgt daarbij en passant voor de emancipatie van vrouwelijke werknemers, die tot dan toe slechts een ondergeschikte positie hadden.

Een dystopie

Van der Vegt, die eerder kinderboeken en gedichtenbundels publiceerde, schuwt gelaagd schrijven niet. Als een hervertelling van de antieke geschiedenis toont de roman verwantschap met het werk van schrijvers als Pat Barker en Madeline Miller, maar waarbij zij zich vooral richten op het schudden van het genderperspectief, pakt Van der Vegt er ook nog dystopische elementen bij. Daarin doet Een fellere zon denken aan Dave Eggers’ dystopische romans De cirkel en, vooral, Het alles, waarin sociale media in elke sfeer van het leven doorgedrongen zijn. Doordat hij het verleden met elementen uit het heden en de toekomst combineert, volgt Van der Vegt eenzelfde soort procedé als bijvoorbeeld Hanya Yanagihara in haar recente roman Naar het paradijs, waarin tijdperken en toekomstbeelden over elkaar heen buitelen. Wat Een fellere zon weer anders maakt, is de gecomprimeerde tijd en plaats van handeling: één jaar in Rome.

In dat jaar gebeurt veel meer dan alleen Caesars machtsovername. Aan het woord komen behalve de scherpzinnige maar liefdeszieke Servilia, de oude magnaat Pompeius, de rasopportunist Claudius en Bibulus, een volmaakt ambtenaar die werkelijk hoopt dat het zin heeft dat hij doet –  een illusie, waarvoor hij duur betaalt. Geestig is de passage waarin Claudia een treffende karakterschets geeft van Catullus, een vriend van haar broer: ‘Verlegenheid en schaamteloze verdorvenheid, het is een spannende combinatie maar een wankel evenwicht.’ Dat wankele evenwicht geldt voor de meeste karakters in het boek.

Minder goed getroffen dan de dwaalgangen van de Metacombe is de manier waarop Van der Vegt de strijd om de richting die de Senaat moet nemen neerzet als een identiteitskwestie. Dat hij het gevecht tussen de elite en het volk de predicaten ‘wit’ en ‘zwart’ meegeeft, doet onnodig plat aan. Toch biedt die tegenstelling de schrijver een gelegen kans om Claudius’ opportunisme nog erger te maken en om een gooi naar het woke-fenomeen in onze tijd te doen. Na ettelijke tegenslagen probeert Claudius een nieuwe kans te maken in de politiek door zich een zwarte identiteit aan te meten. Zoals het in dit Rome toegaat, hoeft hij daarvoor zich alleen te laten adopteren door een zwarte man.

Nog dichter bij de actualiteit komt de roman in Caesars pleidooi voor openheid van verhandelingen in de Senaat. Het volk, vindt Caesar, moet weten hoe beslissingen tot stand komen in het politieke orgaan waarvan hun welzijn afhankelijk is. De weerstand tegen het idee onder de senatoren laat zich raden. ‘Rome,’ merkt Caesar in de hitte van de richtingenstrijd op, ‘bestaat niet. Rome is een idee dat je kan helpen of hinderen.’ Die uitspraak is een nuttige aanwijzing voor de lezer, die het beste elke voorkennis over het antieke Rome kan vergeten om zich te kunnen overleveren aan de boven- en ondergrondse intriges van het verhaal.

Omslag Een fellere zon - Han van der Vegt
Een fellere zon
Han van der Vegt
Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek (2022)
ISBN: 9789028452084
414 pagina's
Prijs: € 25,99

Meer van Elisa Veini:

Recent

7 oktober 2022

Fantasie als wapen

Over 'Dodo' van Mohana van den Kroonenberg
6 oktober 2022

Wat niet mengt, gaat schiften

Over 'Haar eerste Amerikaan' van Lore Segal
5 oktober 2022

Een boek om te delen

Over 'Morris' van Bart Moeyaert
4 oktober 2022

Elizabeth Finch blijft onbekend

Over 'Elizabeth Finch' van Julian Barnes
30 september 2022

Wie we zijn

Over 'Bestaansbegeerte' van Marijke Hanegraaf

Verwant