Gregor Verwijmeren – De vorm van geluid

Geluiden in je hoofd

Recensie door Hans Vervoort

De vorm van geluid, het debuut van Gregor Verwijmeren, is het beklemmende verslag van de radeloosheid die de ik-persoon overviel toen hij – beroepshalve altijd bezig met geluid – ineens bestónd uit een geluid dat hij continu hoorde. Dit ziektebeeld heet tinnitus. Eén miljoen Nederlanders heeft er last van, 100.000 daarvan véél last en daaruit 25.000 die zóveel lawaai in hun hoofd hebben dat ze er eigenlijk niet mee kunnen leven. We zijn gewend dat geluid van buiten komt. Maar het T-geluid komt van binnen, het wordt door de hersens aangemaakt. Er is geen remedie.

Geluid als werk

Gregor Verwijmeren is van beroep catalogiseerder van muziek en dat geldt ook voor de ik-persoon in deze deels autobiografische roman. Zijn leven is vol geluid en het wordt totaal ontregeld als hij plotseling – na een zware oorontsteking – drie tonen in zijn hoofd hoort die niet meer weggaan. De continue dreun van dit driestemmige akkoord brengt hem tot wanhoop en razernij en leidt tot een lange en vergeefse zoektocht naar genezing. Dat Verwijmeren een rasschrijver is, blijkt al snel. Hij vertelt zijn verhaal in zinnen van royale lengte, die – onderweg rijk gevuld met beelden – voort rennen alsof de duivel ze op de hielen zit. Een voorbeeld:

‘Terwijl de wereld van geluid zich voor mij sluit, gaat zij voor de kinderen open. Grote broer, op een idee gebracht door het snerpende gefluit van de kop van zijn blokfluit, vult een petfles met water en fluit, drinkt en giet afwisselend, en werkt, opgewonden over de microtonale verschillen, de octaven af tot aan de grondtoon die het karakter heeft van een scheepshoorn. “Dat voelt zo lekker ribbelig in mijn oren,” zegt kleine zus als we over de nog niet door zoevend fietspad vervangen klinkerstrook naar de crèche fietsen. Met open mond luistert ze naar een musicerende ansichtkaart. Ze zingen en dansen de hele tijd, mijn dochters, hun liedjes zweven door de ether als radiogolven, ze hoeven zichzelf maar aan te zetten om ze op te pikken.’

Verlies gezin

Dat gezin is het eerste wat hij verliest aan de T, zoals tinnitus in het hele boek wordt genoemd. Het vader zijn is zwaar als het bovenop de allesoverheersende herrie in zijn hoofd komt. Hij ontploft tenslotte tijdens een gezinsprobleempje, slaat een stoel stuk en zijn vrouw zegt terwijl ze zich breed maakt voor een kluwen in elkaar gedoken kinderen: Ga weg! Hij gaat, dat is beter voor iedereen. Later denkt hij met heimwee terug aan de goede tijden:
‘In het weekend lagen we lang in bed, beurtelings koffie halend, jij met de Psychologie, ik met een boek, de deur naar het balkon open waar we ’s zomers aan het kleine Hematafeltje aten, uitkijkend op het speeltuintje met de hummeltjes beneden. Je kon er ook goed zelf hummeltjes maken, in dat grote bed, de gordijnen hoefden er niet voor dicht want er was alleen een merel als getuige in Rothko’s groen en merels vinden zoiets niet erg, de merel zingt erbij. En ze bleken best goed gelukt, die hummeltjes.’

Groepstherapie

Geleidelijk verliest hij alles in zijn leven. Ook zijn werk, het catalogiseren van muziek, wil niet goed meer lukken. Het enige wat overblijft is de T. en de zoektocht hoe die draaglijk te maken zodat het leven weer opgepakt kan worden. Die zoektocht en de vele theorieën en therapieën die verbetering of zelfs genezing beloven vullen een groot deel van het boek. Een groepstherapie lijkt nog het meest te helpen, daar wisselen de deelnemers hun ervaringen uit en steunen elkaar.
De vorm van geluid is niet één en al ellende, want al zoekend naar oplossingen voor zijn probleem duikt de schrijver in zijn jeugd, waar alle familieleden op de één of andere manier gevoelig waren voor geluid. Het zijn ‘Toen was geluk nog gewoon’- jeugdherinneringen en veel, heel veel muziek, van Bach tot Coltrane.

Muziek van buitenaf

Ten slotte komt de schrijver tot een lofzang op het van buitenaf (en niet uit de hersens) komende geluid, of dat nu muziek of ander geluid is. Hij beseft dat er eigenlijk geen verschil is: elk geluid is muziek. Hij beschrijft de uitvoering van een concert van John Cage’s 4’33” dat uit drie stille delen bestaat I. Tacet. II. Tacet. III. Tacet: zwijgen in vierkwartsmaat. Cage’s filosofie: alle geluiden zijn het waard gehoord te worden.
‘De pianist opende en sloot de klep ter aanduiding van de delen, hield zijn ogen op de stopwatch gericht. Na het eerste gegniffel kwamen de geluiden: ritselende kleding, een krakende stoel, een stadsbus van ver, het gezoem van een gebouw dat tot leven leek te komen. Statements: luister, we zijn het waard gehoord te worden, luister en je zult ontwaken tot de wereld. In het slotdeel gebeurde het: het gewone werd subliem, het sublieme gewoon. Het was of de noten die Brahms en Schumann hier speelden ontwaakten, zich verzamelden en die krakende stoel omarmden, zeiden: we begrijpen elkaar.’

Geleidelijk dient zich een oplossing aan: zou het mogelijk zijn te spelen met het geluid van de T? Het tot muziek maken? Opgewonden van dit idee loopt hij alle verdiepingen af van zijn werkplek in het Conservatorium in den Haag. Overal zijn mensen bezig met geluid, met het veranderen van geluid. Dat moeten zijn hersens ook kunnen met het geluid dat ze in hem produceren. Maar als hij het gebouw verlaat verdwijnt de overtuiging dat zoiets ooit zou kunnen lukken. De zelfmoord enkele dagen later van een therapie-groepsgenoot, maakt het er niet beter op.

Verrukking

Maar dan toch het wonder: het lukt de T te beheersen. Het mooie maar barokke proza van Verwijmeren krijgt hier een toon van verrukking waar schrijver Maarten ’t Hart – die een youtube-filmpje aan het boek wijdde en het positief besprak– toch niet van gediend was. “Daar gaat-ie z’n lezers toespreken van ‘ach, het valt allemaal wel mee, het is allemaal zo erg niet’”
Dat klopt, maar zoals Verwijmeren het beschrijft lijkt het toch eerder een echt meegemaakte doorbraak dan een poging collega-tinnitus-lijders een hart onder de riem te steken. Een emotioneel telefoontje van zijn vrouw (‘Ik wil gewoon weer met zijn vijven op de bank naar het Jeugdjournaal kijken’) was de duw die hij nodig had om te leren het geluid te accepteren, het te incorporeren, ermee te leven. En in het laatste hoofdstuk bezweert hij zichzelf dat dat gaat lukken.

Leren leven met tinnitus.
‘Voel in deze wetenschap hoe de tijd naar je toe buigt, verleden en heden met elkaar verbindt als naald en draad de stof. Tijd, evenmin absoluut als een geluid, is een mysterie. Je lijdt en hij dikt in tot een stip, de stip spat uiteen en wordt oneindig als het universum. Leer de tijd aan te wenden; dit is wat je al die tijd hebt gedaan zonder het te weten. De tijd zal je vriend worden.’

Als lezer kan je alleen maar hopen dat het zo inderdaad werkt en dat Verwijmeren, net als zijn ik-persoon, heeft leren leven met de T. Het heeft tijd nodig, dat is duidelijk: een eerdere versie van het begin van deze roman verscheen al in 2013 in de Gids, getiteld IPEEP. Het is natuurlijk vloeken in de kerk, maar als tinnitus kan leiden tot een prachtig boek als dit, dan heeft deze ellendige kwaal toch ook nog iets goeds voortgebracht. Waarvan akte!

 

Op 28 oktober 2018 was Gregor Verwijmeren bij VPRO Boeken om over zijn boek te praten.

 

Omslag De vorm van geluid - Gregor Verwijmeren
De vorm van geluid
Gregor Verwijmeren
Verschenen bij: Van Oorschot (2018)
ISBN: 9789028282216
192 pagina's
Prijs: € 19,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Hans Vervoort:

Recent

17 januari 2019

Ondergronds in Turkije

Over 'Istanbul, Istanbul' van Burhan Sönmez
16 januari 2019

Eenzaamheid in de liefde en verlangen naar een ander leven

Over 'Blauwe hemel' van Kreek Daey Ouwens
15 januari 2019

Een zwarte brief in een blanke envelop

Over 'Het levensverhaal van Frederick Douglass' van Frederick Douglass
14 januari 2019

Over de donkerste jaren van Peru en een moeilijke vader-zoon relatie

Over 'De afstand die ons scheidt' van Renato Cisneros
10 januari 2019

Dystopische roman over de media

Over 'De wereld als leugen' van Paul Gellings