Ghayath Almadhoun – Ik heb een afgehakte hand voor je meegenomen.

Almadhoun brengt lezer weer in contact met de werkelijkheid

Recensie door Hettie Marzak

Dit is geen poëzie om bij achterover te leunen. Dit zijn gedichten die bijten en pijn doen en je dwingen om je blik niet af te wenden. De teksten en kanttekeningen van de Palestijns-Syrische dichter Ghayath Almadhoun drukken je met de neus op de vreselijke gevolgen van een wereld die in brand staat. Zijn gedichten zjn zo indringend dat het onmogelijk is om ze schouderophalend te vergeten. Almadhoun is geboren als zoon van een Palestijnse vader en een Syrische moeder in het grote vluchtelingenkamp Yarmouk in Syrië. Sinds 2008 woont hij afwisselend in Stockholm en Berlijn. Eerder vertaalde bundels van hem zijn Weg van Damascus en de bundel die hij samen met Anne Vegter schreef, Ik hier jij daar. Alle keren verzorgde Djûke Poppinga de vertaling uit het Arabisch. 

Zijn gedichten gaan net als in eerdere bundels nog steeds over politiek, oorlog, vluchtelingen, discriminatie en uitzichtloosheid, maar hij is de liefde en de hoop daarbij niet uit het oog verloren, hoewel die nooit zonder bitterheid zijn.  Almadhoun houdt Europa een spiegel voor waarin het zichzelf niet durft te herkennen, zoals in ‘Ode aan het verdriet’: ‘We houden van je, Europa, o oud continent, ik weet niet waarom ze je oud/ noemen, want je bent jong vergeleken met Egypte en het land van Eufraat en Tigris. […] // We houden van je, Europa, en we houden van de vrijheid die je ons hebt/ gebracht toen we als vluchtelingen naar je toe kwamen en het racisme negeerden/ dat jij onder het tapijt probeert te schuiven als je de woonkamer aanveegt. […] // Jij, die de vernietiging van de Joden hebt/ bedacht, de Endlösung die ertoe heeft geleid dat ik als vluchteling ben geboren / in het Yarmouk-kamp voor Palestijnse vluchtelingen in Damascus, omdat je in/ al je schaamteloosheid met Palestina, mijn land, compensatie hebt betaald, als/ de oplossing voor de Holocaust die jouw witte inwoners, die geloofden in het zuivere arische ras, hebben uitgevoerd.’

Choqueren vereist

Almadhoun waarschuwt voor de parallel die getrokken kan worden tussen het racisme tegen de Joden in de Tweede Wereldoorlog en dat tegen de hedendaagse vluchtelingen: ‘Niemand wil ze hebben’. Hij is in deze bundel rechtstreekser dan in eerdere bundels, onverbloemder ook, met de bedoeling te choqueren omdat er anders niet geluisterd wordt. Hij schudt de mensen wakker die gezapig zijn ingedut bij de gruwelijke beelden die het journaal laat zien en waar niemand meer van opkijkt. De oorlog in Syrië, de talloze vluchtelingen en nu de oorlog in Gaza: Almadhoun zorgt ervoor dat de afstand van de lezer tot die gruwelijke gebeurtenissen wordt verkort. Het is zijn persoonlijk verhaal dat hij meedeelt. Het is poëzie die je als lezer beschaamd maakt omdat je dacht dat je met één knop het wereldleed kon uitschakelen. 

Ook zijn liefdespoëzie is intens, als een verhaal uit ‘Duizend en een nacht’, de Arabische raamvertelling uit het Midden-Oosten, maar altijd wordt verdriet en bitterheid erdoorheen verweven: ‘Ik schrijf liefdesgedichten in de vorm van nachtmerries;’ zegt de dichter, zoals in het gedicht

‘Het blauwe marmer 

 Kom, het eten is klaar, de wijn staat kouden het bed is warm. Ik heb een paar
bloemen langs de straat gedood, zodat mijn kamer tot leven komt. Hier ben ik, klaar om me voort te planten. Laat de bloem van
 het leven niet verwelken.
Liefhebben is moeilijk als we niet weten hoe het moet, maar nog moeilijker als
we het wel weten. Kom, misschien zullen we ons niet herinneren wat er in de
toekomst gaat gebeuren en misschien zullen we, na al deze oorlogen, sterven van
liefde.’ 

Even indringend als zijn gedichten over de liefde voor een vrouw zijn de gedichten die vertellen over zijn liefde voor de stad Damascus. Voor de beschoten en afgebrokkelde stad van nu, maar ook voor de stad uit zijn herinneringen die met niets anders te vergelijken is. Steden als Berlijn en Stockholm kunnen de vergelijking met Damascus niet doorstaan. Vooral Stockholm moet het daarbij ontgelden vanwege de koude winters, de hypocrisie van de Zweedse staat: ‘Stockholm, Zweed als ze de belastingen innen, migrant als ik gelijkheid eis.’
Met zwarte humor beschrijft Almadhoun zijn verblijf in Stockholm, het land waar hij toch de liefde heeft gevonden. Hij wil ‘om klimatologische redenen asiel in een warm land aanvragen.’ Het gedicht ‘Het barre land’ is een litanie van opsommingen die één voor één aangeven waarom de dichter zich ongelukkig voelt in dit voor hem vreemde land, waar hij nooit zal wennen en waar hij ook nooit echt deel van uit zal maken. Hij beschrijft het lot van de migrant die altijd tussen verleden en heden zal blijven dwalen, tussen het land van herkomst en het land van zijn keuze en die zich in geen van beide thuis weet.

De ene ramp voor de andere

Almadhoun brengt de lezer weer in contact met de werkelijkheid. Bij alle brandhaarden die nu zijn aangestoken op de hele wereld, lijkt het vaak alsof dat de ene ramp de andere uitwist of doet vergeten. De oorlog in Oekraïne, de burgeroorlog in Jemen, het geweld in Ethiopië, Nigeria, Myanmar: steeds als er één dodelijk conflict onder de aandacht wordt gebracht in de media, zijn we geneigd te vergeten dat het wapengekletter elders gewoon doorgaat. Dat geldt ook voor de oorlog in Gaza, in heel Palestina. 

Almadhoun vestigt onze aandacht op alle geweld, alle oorlogen. Het feit dat hij de kans heeft gehad om naar Zweden te vertrekken, doet niets af aan het verdriet en het heimwee. ‘Jij zegt dat ik aan de oorlog ben ontsnapt. Nee, liefste, niemand ontsnapt aan/ de oorlog. Het is alleen zo dat ik niet ben gestorven. Ik ben blijven leven, dat is/ alles.’

Het is de kracht van de poëzie van deze dichter dat hij de lezer dichterbij zichzelf weet te brengen, bij zijn verleden, zijn trauma en zijn verdriet. Heel even weten we weer wat oorlog aanricht, ook al hebben we het niet zelf meegemaakt. Het is wat we voelen bij de twee minuten stilte op de vierde mei. En als we de bundel dichtslaan, moeten we proberen dat gevoel vast te houden om ervoor te zorgen dat we niet vergeten. Dat is de boodschap die deze dichter brengt.

 

 

Omslag Ik heb een afgehakte hand voor je meegenomen. - Ghayath Almadhoun
Ik heb een afgehakte hand voor je meegenomen.
Ghayath Almadhoun
Verschenen bij: Jurgen Maas (2024)
ISBN: 9789083381206
46 pagina's
Prijs: € 19,90

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Geef een reactie





 

Meer van Hettie Marzak:

Henkes herleidt en vermaakt

Henkes herleidt en vermaakt

Over 'Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes!...' van Daniil Charms, Nina Genet

Recent

Literatuur als instrument voor zelfontdekking
22 mei 2024

Literatuur als instrument voor zelfontdekking

Over 'Hij/hem – Een ABC van regenboogboeken' van Redactie: Eric de Rooij, Coen Peppelenbos en Doeke Sijens
Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe
21 mei 2024

Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe

Over 'Meisje ontmoet jongen ' van Ali Smith
Zwijgen als vorm van zelfbehoud
20 mei 2024

Zwijgen als vorm van zelfbehoud

Over 'Wat wij verzwijgen' van Aisha Dutrieux
Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje
18 mei 2024

Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje

Over 'Oever' van Ludwig Volbeda
Zusterschap zonder macht van klasse of ras
17 mei 2024

Zusterschap zonder macht van klasse of ras

Over 'Feminisme is voor iedereen (herziene editie)' van bell hooks

Verwant