Ghassan Kanafani – Mannen in de zon

Literatuur in dienst van de strijd

Recensie door René Leverink

Drie Palestijnse mannen, drie generaties, één doel: een nieuw bestaan in Koeweit. Ze vinden elkaar in de verzengende hitte van een watertank, achterop een roestige vrachtwagen. In 1963 schreef Ghassan Kanafani (1936-1972) zijn beroemde roman Mannen in de zon. We zijn zestig jaar ‘verder’, en nog altijd – misschien wel meer dan ooit – kreperen overal in de wereld vluchtelingen bij hun zoektocht naar een beter, menswaardig bestaan.

Ghassan Kanafani werd in 1936 geboren in het toenmalige Palestina. In 1948, na de ‘Nakba’, de ‘catastrofe’ – de verdrijving uit hun land na de stichting van de staat Israël – vluchtte zijn familie naar Libanon en vervolgens naar Syrië waar hij leraar werd in Koeweit. In 1960 keerde hij als journalist, schrijver en politiek activist terug naar Libanon. Hij schreef essays, korte verhalen en romans over de situatie van de Palestijnen in de jaren vijftig en zestig. Tot zijn dood in 1972 (vermoord door de Israelische geheime dienst) was Kanafani woordvoerder van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina. 

Geëngageerd

In haar nawoord schrijft vertaalster Djûke Poppinga dat volgens Kanafani literatuur in dienst moest staan van de strijd van de Palestijnen, ‘enerzijds om de gemeenschappelijke culturele identiteit te behouden en anderzijds om de geest van verzet onder de bevolking te verspreiden’. Die geëngageerde signatuur zien we beslist ook in Mannen in de zon. Het is een prachtig, compact verhaal over drie Palestijnen die vanuit Irak een illegale, levensgevaarlijke en kostbare sluipreis naar Koeweit ondernemen. De jongste is Marwaan, een adolescent die is opgegroeid in een vluchtelingenkamp en in Koeweit geld voor zijn familie wil verdienen. As’ad is qua leeftijd de middelste van de drie. Hij heeft de Nakba als kind bewust meegemaakt en zit vol opgekropte woede. Anders dan de oudste vluchteling, Aboe Kais, die zich bij de situatie heeft neergelegd en gelaten probeert er het beste van te maken. 

Onafhankelijk van elkaar benaderen ze in Basra (Irak) ‘de dikke man’, een sluwe, cynische, sinistere vluchtelingenmakelaar met dollartekens in de ogen. En telkens is het diens graatmagere tegenpool, Aboe al-Khaizoeraan, die het vertrouwen weet te winnen van de vluchtelingen. Of hij dat vertrouwen waard is, komen we nooit te weten. Maar zijn prijs is beter en zijn verhaal klinkt goed: met een lege watertankwagen de grens over, waarbij ze alleen maar van een paar honderd meter vóór, tot een eindje na de grens in de tank hoeven te kruipen. In de smorende hitte van de Iraakse woestijn natuurlijk, dat wel. Maar dat is te overzien. Totdat de formaliteiten bij de grensovergang meer tijd in beslag blijken te nemen dan de smokkelaar had gehoopt. 

Virtuoos

Kanafani jongleert virtuoos met flashbacks en -forwards, waardoor de roman veel meer wordt dan een eenvoudige constructie van drie verhaallijnen, samenkomend in het gezamenlijke relaas van de smokkeltocht in de tankwagen. We leren de drie mannen kennen vanuit hun tragische verleden en uiteenlopende ambities. De naïeve Marwaan, die zich verantwoordelijk voelt voor zijn familie en zijn oudere broer wil navolgen, van wie zijn familie evenwel al tijden niets meer heeft gehoord. De strijdbare As’ad, die zich vernederd voelt. Niet alleen als Palestijn door de zionisten, maar ook door zijn familie, die hem tot een ongewenst huwelijk wil verplichten. En ten slotte de bedaagde, passieve Aboe Kais, die zich tegen wil en dank heeft laten opstoken door zijn vriend Saad ‘die als chauffeur in Koeweit had gewerkt en was teruggekomen met zakken vol geld’. Die hem verwijt dat hij ‘de afgelopen tien jaar niets anders heeft gedaan dan wachten’. 

Je zou kunnen zeggen dat Kanafani in de gedaante van de drie mannen verschillende sentimenten symboliseert die kenmerkend zijn voor de Palestijnse diaspora. Als politiek activist zal hij zich het meest verwant voelen met de weerspannige generatiegenoot As’ad. Maar hij zal ook sympathie koesteren voor, en hoop vestigen op de optimistische veerkracht van de jonge Marwaan. En misschien zelfs begrip hebben voor de lusteloosheid van de door het leven murw gebeukte Aboe Kais. Volgens de vertaalster lijkt het erop dat Kanafani zijn lezers wilde voorhouden ‘dat het Palestijnse volk moest beseffen dat het alleen stond en daarnaar handelen’. Volgens Poppinga is de roman ook bedoeld als kritiek op ‘de gelatenheid waarmee de Palestijnen hun lot ondergaan’. Na de verschijning van Mannen in de zon in 1963 is het conflict tussen Israël en de Palestijnen alleen maar groter, grimmiger en uitzichtlozer geworden. Na de verschijning van deze nieuwe vertaling was de aanslag van Hamas, oktober 2023, op Israël het begin van een tragedie die alle voorgaande ellende lijkt te overschaduwen. 



Omslag Mannen in de zon - Ghassan Kanafani
Mannen in de zon
Ghassan Kanafani
Vertaling door: Djûke Poppinga
Verschenen bij: Jurgen Maas (2023)
ISBN: 9789083344126
111 pagina's
Prijs: € 19,90

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van René Leverink:

Recent

Literatuur als instrument voor zelfontdekking
22 mei 2024

Literatuur als instrument voor zelfontdekking

Over 'Hij/hem – Een ABC van regenboogboeken' van Redactie: Eric de Rooij, Coen Peppelenbos en Doeke Sijens
Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe
21 mei 2024

Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe

Over 'Meisje ontmoet jongen ' van Ali Smith
Zwijgen als vorm van zelfbehoud
20 mei 2024

Zwijgen als vorm van zelfbehoud

Over 'Wat wij verzwijgen' van Aisha Dutrieux
Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje
18 mei 2024

Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje

Over 'Oever' van Ludwig Volbeda
Zusterschap zonder macht van klasse of ras
17 mei 2024

Zusterschap zonder macht van klasse of ras

Over 'Feminisme is voor iedereen (herziene editie)' van bell hooks

Verwant