Gerrit Janssens – Len,

Roman over een jonge voetballer en een moeilijke broer

Recensie door Els van Swol

In de nieuwe roman van de Vlaamse schrijver Gerrit Janssens heeft elk hoofdstuk, op de cursief gedrukte inleiding en het slot na,  een puntkomma als aanduiding. Ook met de titel van het boek is iets aan de hand: Len, (komma). Die titel loopt namelijk door in de pagina voor het slot: en ik, (komma). En, wanneer het boek dicht is, ook op de onderkant van de rode zijkant van de pagina’s: Len, (weer die komma). Zo lijkt het op een doosje, waarin iedereen opgesloten zit. 

Dit zegt veel over de inhoud van het boek: Len,. Het verhaal over twee puberende broers, de moeilijk opvoedbare Len en de jongere, voetballende Jon. De harmonie in het gezin is zoek. Dat in de titel Len voorop staat, heeft te maken met het feit dat alle aandacht in het gezin naar deze moeilijke, extraverte zoon uitgaat in plaats van naar de introverte Jon.

Nabijheid en verwijdering

Het is geschreven vanuit het jij-perspectief: ‘Jij besloot onze onmogelijke jeugd samen achter te laten. Jouw silhouet vind ik niet meer bij de lijn. Plots dringt tot me door dat ik het jaren zonder jou zou moeten doen.’ Dit schept afstand, en het is de bedoeling dit ook op de lezer over te brengen. En die puntkomma’s, die werken, zoals Maarten Asscher eens heeft gezegd, als ‘een schriftelijk uitgeroepen denkpauze (…) waarin de auteur en de lezer voor niet al te korte, maar ook niet al te lange tijd misschien wel dichter bij elkaar zijn dan elders in de eigenlijke tekst’. Met andere woorden: er wordt respectievelijk afstand bewaard én geprobeerd naderbij te komen. Dat is in één zin samengevat wat er gebeurt en waar Janssens wonderwel in slaagt om dit over te brengen. 

Het verhaal wordt in feitelijke bewoordingen verteld, compleet met optie een, twee en drie, waarnaar de gebeurtenissen zich vorman. Optie een betekent dat ‘je een gewone dag had’. Optie twee wil zeggen, dat je ‘niet uit bed te krijgen was’. En optie drie, dat ‘je op het dak zit’, dan maakt Jon rechtsomkeer en wacht met naar huis gaan. Jon voelt zich thuis in het clubhuis van de voetbalclub. Waar het zo anders is dan thuis, waar hij ‘niet de voetballer [is] die zich vastbijt’, maar volgzaam is en elk verzet opgeeft.  Afstand en nabijheid wordt in kleine, opeenvolgende zinnen raak getroffen: ‘Ons gezin als een slangetje van vier’, de bergen in, ‘meters tussen elk van ons (…). Jij, die met gemak steeg en daalde’, als in het dagelijks leven thuis, tussen dak en woning. Een andere versie van hetzelfde. Goed en niet goed, iets anders wordt het niet, hoezeer de ouders dit ook verwachten.

Voetbal als thuiskomen

Janssens laat regelmatig een werkwoord in een zin weg (ellips) waardoor de suggestie wordt gewekt dat alles in afwachting is op dat, waar de ouders op hopen. Bijvoorbeeld: ‘De ontbijttafel de avond ervoor gedekt, maar de vloer van een gewone dag’, vies. ‘Ik wil niet dat deze ochtend ontploft. Niet. Deze. Ochtend’. Een ochtend die als wrakhout moet zijn, ‘om ons aan vast te klampen voor de dagen waarop ik van school thuiskom en jij op het dak zit’.
Jon gaat op in het voetbalspel, zoals zijn moeder, die lerares is, in haar boeken. Pas in de kleedkamer van de voetbalclub verwisselt hij van kleding, zijn identiteit als broer van een moeilijke jongen en meegaande zoon daarmee achter zich latend. De Jon die thuis en op school mee moet in een ritme dat hem niet past, die ambivalente emoties heeft tegenover zijn broer en ouders en min of meer een dubbelleven leidt,  laat zijn opgekropte gevoelens als uit een ventiel ontsnapte lucht gaan, om daarna weer in zijn rol van welwillende en meegaande zoon te stappen. 

Jon ziet het niet als de moeilijke Len een pas in zijn richting zet. Wél dat zijn vader interesse begint te tonen voor voetbal. Hij blijft in zijn eigen wereld, hoeveel hij ook van zijn vader houdt en hoezeer hij ook verdrietig is als Len, die achttien jaar is geworden en zijn diploma heeft gehaald, naar Nieuw-Zeeland vertrekt, zo ver als maar mogelijk is. Zelf gaat Jon voetballen in Rostock. Hij ís voetbal. Ze blijven deel uitmaken van het gezin, al wonen ze niet meer onder (of op) hetzelfde dak.

Prachtige catharsis

Eén keer ontmoeten de twee volwassen jongens elkaar nog, wanneer Jon opeens voor Lens deur staat. En dat is een prachtig beschreven catharsis van deze mooie roman. Len verzoent zich met zijn broer en beiden hebben een perspectief op een toekomst. Vandaar die komma – het leven gaat door.
En die puntkomma? Ja, dat is zoals Asscher het zegt. Want zelfs voor wie voetbal niets zegt, is dit een roman om met volle teugen van te genieten en te waarderen. Daar heeft Janssens wel voor gezorgd.

 

 

Omslag Len, - Gerrit Janssens
Len,
Gerrit Janssens
Verschenen bij: Ambo|Anthos
ISBN: 9789026342547
224 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van Els van Swol:

Recent

3 december 2021

De beste hoofdstukken zijn die over herinneringen aan de doden

Over 'Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo' van Jo Komkommer
2 december 2021

Een ontmoeting met grote gevolgen

Over 'De wereld van Italo Svevo' van Rob Luckerhof
1 december 2021

Aangespoord door de biografie van Louis Lehmann

Over 'Wat boven kwam' van Louis Lehman
29 november 2021

Doodsverlangen in een dorp

Over 'Stenen eten' van Koen Caris
26 november 2021

We zijn allemaal vluchtelingen

Over 'Vlieg weg, vlieg weg' van Paulus Hochgatterer

Verwant